Titel: Overlegcomité : uittreksel uit de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen : artikel 31 tot en met 33 bis
Aard document: Wet
Datum document: 09/08/1980
Datum publicatie BS: 15/08/1980
Download Worddocument

UITTREKSEL UIT DE GEWONE WET VAN 09.08.1980 TOT HERVORMING DER INSTELLINGEN (B.S. 15.08.1980):

ART. 31 t/m 33BIS gewijzigd door de wet van 9 juli 1982 (B.S. 16.07.1982), door de wet van 31 december 1983 (B.S. 18.01.1984), door de wet van 5 maart 1984 (B.S. 16.03.1984), door de bijzondere wet van 16 januari 1989 (B.S. 17.01.1989), door de wet van 16 juni 1989 (B.S. 17.06.1989), door de wet van 5 mei 1993 (B.S. 08.05.1993), door de bijzondere wet van 16 juli 1993 (B.S. 20.07.1993) en door de bijzondere wet van 7 mei 1999 (B.S. 20.05.1999)

HOOFDSTUK II. [OVERLEG EN SAMENWERKING TUSSEN DE STAAT,

DE GEMEENSCHAPPEN EN DE GEWESTEN

(verv. W. 16 juni 1989, art.25)]

EERSTE AFDELING

HET OVERLEGCOMITÉ

Art. 31. [§1. Er wordt een Overlegcomité opgericht dat, met inachtneming van de taalpariteit, bestaat uit:

1) de Regering vertegenwoordigd door de Eerste Minister en vijf van haar leden aangeduid bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit;

2) de Vlaamse Executieve vertegenwoordigd door haar Voorzitter en één van haar leden;

3) de Franse Gemeenschapsexecutieve vertegenwoordigd door haar Voorzitter;

4) de Waalse Gewestexecutieve vertegenwoordigd door haar Voorzitter;

5) de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve vertegenwoordigd door haar Voorzitter en één van haar leden, die tot de andere taalgroep behoort.

§2. Indien echter in toepassing van artikel 1, § 4, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, de bevoegdheden van de Waalse Gewestexecutieve worden uitgeoefend door de Franse Gemeenschapsexecutieve, wordt deze laatste in het Overlegcomité vertegenwoordigd door haar Voorzitter en door één van haar leden.(verv. W. 16 juni 1989, art.26, I: 17 juni 1989)]

[AFDELING II.

INTERMINISTERIËLE CONFERENTIES

(ing. W. 16 juni 1989, art.27)]

[Art. 31bis. Het Overlegcomité kan, met het oog op het bevorderen van het overleg en de samenwerking tussen de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten, gespecialiseerde comités oprichten, "interministeriële conferenties" genoemd en samengesteld uit leden van de Regering en van de Executieven van de Gemeenschappen en de Gewesten.(ing. W. 16 juni 1989, art.27, I: 17 juni 1989)]

[In ieder geval richt het Overlegcomité een Interministeriële Conferentie voor het buitenlands beleid op. In deze Interministeriële Conferentie informeert de Regering de Executieven regelmatig over het buitenlands beleid, hetzij uit eigen beweging, hetzij op verzoek van een Executieve.(ing. W. 5 mei 1993, art.1, I: 18 mei 1993)]

[AFDELING III.(verv. W. 16 juni 1989, art.28)]

VOORKOMING EN REGELING

VAN DE BELANGENCONFLICTEN

Art. 32.[§1. In dit artikel wordt onder Wetgevende Kamer verstaan: de Senaat en de Kamer van volksvertegenwoordigers, en onder Raad: de Raad van de Vlaamse Gemeenschap, de Raad van de Franse Gemeenschap, de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, de Raad van het Waalse Gewest, de Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie wanneer artikel 138 van de Grondwet is toegepast.

§1bis. Indien een Wetgevende Kamer of een Raad oordeelt ernstig te kunnen worden benadeeld door een in een andere Raad of, naar gelang van het geval, in de Verenigde Vergadering bedoeld in artikel 60 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen ingediend ontwerp of voorstel van decreet of ordonnantie of door een amendement op deze ontwerpen of voorstellen of door een in een Wetgevende Kamer ingediend ontwerp of voorstel van wet of door een amendement op deze ontwerpen of voorstellen, kan de betrokken Wetgevende Kamer of Raad, naar gelang van het geval, met drie vierde van de stemmen om schorsing van de  procedure vragen met het oog op overleg.

Indien de Verenigde Vergadering bedoeld in artikel 60 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, hierna "de Verenigde Vergadering" genoemd, oordeelt dat ze ernstig kan worden benadeeld door een in een Wetgevende Kamer ingediend ontwerp of voorstel van wet of door een in een andere Raad ingediend ontwerp of voorstel van decreet of door een amendement op deze ontwerpen of voorstellen, kan zij de meerderheid van de stemmen in elk van haar beide taalgroepen, om schorsing van de procedure vragen met het oog op overleg.

§1ter. In dat geval wordt de procedure geschorst gedurende zestig dagen. De schorsing neemt eerst aanvang na de indiening van het verslag en in elk geval vóór de eindstemming in de plenaire vergadering over het ontwerp of het voorstel.

Wanneer de tekst waarover het belangenconflict opgeworpen is, na de aanhangigmaking van het conflict geamendeerd wordt, moet de Wetgevende Kamer, de Raad of de Verenigde Vergadering, na de indiening van het verslag en in elk geval vóór de eindstemming in de plenaire vergadering over het ontwerp of het voorstel, bevestigen dat hij nog steeds van oordeel is ernstig te worden benadeeld. De procedure wordt geschorst tot de Wetgevende Kamer, de Raad of de Verenigde Vergadering zich uitspreekt en dit gedurende ten hoogste vijftien dagen.

In dat geval neemt de schorsing met het oog op het overleg een aanvang de dag waarop de Wetgevende Kamer, de Raad of de Verenigde Vergadering bevestigt ernstig benadeeld te worden.

Deze procedure kan slechts eenmaal toegepast worden door eenzelfde assemblee ten aanzien van eenzelfde ontwerp of eenzelfde voorstel. Indien het voorstel of het ontwerp waarover het belangenconflict aanhangig is gemaakt, geamendeerd wordt, kan een nieuw belangenconflict alleen maar opgeworpen worden over het amendement of de amendementen.

§1quater. Indien het overleg binnen de termijn van zestig dagen tot geen oplossing leidt, wordt het geschil aanhangig gemaakt bij de Senaat die binnen dertig dagen een gemotiveerd advies uitbrengt aan het in artikel 31 bedoeld Overlegcomité dat binnen dertig dagen volgens de procedure van de consensus beslist.

Het voorgaande lid is niet van toepassing wanneer de in §1bis bedoelde procedure door een Wetgevende Kamer is ingeleid. In dat geval neemt het in artikel 31 bedoeld Overlegcomité een beslissing binnen zestig dagen volgens de procedure van de consensus.(verv. Bijz. W. 7 mei 1999, art. 2, I: 30 mei 1999)]

§2. Indien de Regering, een Executieve of het Verenigd College bedoeld in artikel 60 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen oordeelt ernstig te kunnen worden benadeeld door een ontwerp van beslissing of een beslissing van de Regering, van een Executieve, van het Verenigd College of van één hunner leden, kan de Eerste Minister, de Voorzitter van de Executieve of van het Verenigd College de zaak met het oog op overleg aanhangig maken bij het in artikel 31 bedoeld Overlegcomité, dat binnen zestig dagen volgens de procedure van de consensus beslist.  In dit geval wordt de betwiste beslissing of de uitvoering ervan gedurende deze termijn geschorst. [Deze procedure kan slechts eenmaal worden ingesteld met betrekking tot eenzelfde beslissing of eenzelfde ontwerp van beslissing.(ing. Bijz. W. 7 mei 1999, art.3, I: 30 mei 1999)]

§3. Indien de Regering, een Executieve of het Verenigd College of één hunner leden oordeelt ernstig te kunnen worden benadeeld door de afwezigheid van een beslissing van de Regering, van een Executieve, van het Verenigd College of van één hunner leden, kan de Eerste Minister, de Voorzitter van de Executieve of van het Verenigd College de zaak aanhangig maken bij het in artikel 31 bedoeld Overlegcomité met het oog op overleg.

Wanneer de Regering, een Executieve, het Verenigd College of één hunner leden verplicht is een beslissing te nemen, is de in het eerste lid van deze paragraaf bedoelde procedure van toepassing, met dien verstande dat het Overlegcomité binnen zestig dagen volgens de procedure van de consensus beslist.

§4. De Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve kan, in toepassing van de §§ 2 en 3, een belangenconflict slechts aanhangig maken bij het Overlegcomité als het betrekking heeft op aangelegenheden die onder de bevoegdheid van de Staat of van de gewesten vallen.

Wat de aangelegenheden betreft die krachtens artikel 63 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen tot de bevoegdheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie behoren, kan hij daarenboven dezelfde bevoegdheid alleen uitoefenen op aanvraag van het Verenigd College.

§5. Wanneer een procedure in verband met een bevoegdheidsconflict is of wordt ingeleid, wordt elke procedure tot regeling van een belangenconflict over eenzelfde aangelegenheid geschorst.

§6. De Regering, het in artikel 31 bedoeld Overlegcomité, een Executieve van een Gemeenschap of een Gewest of het Verenigd College kan de afdeling wetgeving van de Raad van State, zitting houdend in de samenstelling voorgeschreven door artikel 85bis van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, verzoeken om binnen een termijn van acht dagen een gemotiveerd advies uit te brengen over de vraag of het met toepassing van de §§ 1 tot en met 3 aan het Overlegcomité voorgelegde conflict al dan niet vrij is van een bevoegdheidsconflict.

Indien er, volgens het advies van de afdeling wetgeving, een bevoegdheidsconflict is, wordt de procedure in het Overlegcomité definitief afgesloten.

§7. De bepalingen van § 6 zijn niet van toepassing wanneer de afdeling wetgeving van de Raad van State over een betwist ontwerp of voorstel van beslissing reeds een gemotiveerd advies heeft uitgebracht wat de bevoegdheidsconflicten betreft, ingeroepen voor het Overlegcomité.

§8. De Samenwerkingscommissie bedoeld in artikel 43 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen of de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve kan de afdeling wetgeving van de Raad van State zitting houdend in de samenstelling voorgeschreven door artikel 85bis van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, verzoeken om binnen een termijn van acht dagen een gemotiveerd advies uit te brengen over de vraag of het initiatief genomen door de Koning krachtens artikel 45, eerste lid, van voornoemde wet of door de Ministerraad  krachtens artikel 46 van voornoemde wet, wordt de door deze artikelen voorziene procedure definitief afgesloten.(verv. W. 16 juni 1989, art.29, I: 17 juni 1989)]

Art. 33. [Bij het in artikel 31 bedoeld Overlegcomité wordt door de Eerste Minister, de Voorzitter van een Executieve of, in de gevallen en volgens de modaliteiten voorzien in artikel 32, § 4, door de Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve, elk ontwerp van beslissing of elke beslissing van een Minister, van een Executieve, van het Verenigd College of één hunner leden aanhangig gemaakt wegens het feit dat één der betrokken partijen de procedures van overleg, van betrokkenheid, van het geven van informatie, van advies, van eensluidend advies, van akkoord, van gemeenschappelijk akkoord, de samenwerkingsakkoorden bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen uitgezonderd, en van voorstellen die de betrekkingen tussen de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten betreffen en die voorzien zijn door of krachtens de wetten tot uitvoering van de artikelen 59bis, 59ter, 107quater, 108ter en 115 van de Grondwet, niet heeft nageleefd.

(Zie W. 8 en 9 augustus 1980; W. 31 december 1983; Bijz. W. 12 januari 1989; Bijz. W. 16 januari 1989)

In dat geval en in afwijking van artikel 32, § 6, wordt de betwiste beslissing of de uitvoering ervan geschorst tot op het ogenblik dat het Overlegcomité volgens de procedure van de consensus vaststelt dat de voorgeschreven procedureregels in acht genomen werden, zonder dat de schorsing een termijn van 120 dagen mag overschrijden.(verv. W. 16 juni 1989, art.30, I: 17 juni 1989)]

[Art. 33bis. Om te beletten dat de consensus bereikt wordt, in de gevallen waarin het Overlegcomité krachtens de wet volgens de procedure van de consensus dient te beslissen, dient de twee leden van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve het voorstel te verwerpen dat aan het Overlegcomité voorgelegd werd.(ing. W. 16 juni 1989, art.31, I: 17 juni 1989)]