Titel: Protocol tot regeling van de onderscheiden vormen van medewerking tussen de federale regering en de gemeenschaps- en gewestregeringen
Aard document: Protocol
Datum document: 06/07/2005
Datum publicatie BS:
Download Worddocument

PROTOCOL TOT REGELING VAN DE ONDERSCHEIDEN VORMEN VAN MEDEWERKING TUSSEN DE FEDERALE REGERING EN DE GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN





HOOFDSTUK I : ALGEMEENHEDEN

Artikel 1. Dit protocol is van toepassing op alle vormen van medewerking tussen de Federale Regering en de Gemeenschaps- en/of Gewestregeringen, waarvan sprake is in de wetten tot hervorming der instellingen, alsmede ingevolge andere wets- en reglementaire bepalingen.

Artikel 2. Wanneer een van de vormen van medewerking bepaald in artikel 1 wordt toegepast, ontvangen de betrokken leden tijdig alle documenten die noodzakelijk zijn voor het verstrekken van een antwoord.

Artikel 3. Na afloop van een medewerkingsprocedure zoals bedoeld in artikel 1, stelt de vragende partij de andere betrokken partijen in kennis van haar beslissing, uiterlijk binnen vijf werkdagen na het nemen van haar beslissing.

Artikel 4. Telkens wanneer de betrokken overheden het nodig achten, zal een geïnstitutionaliseerde band worden gecreëerd tussen de betrokken federale administratie en de diensten van de betrokken Gemeenschaps- en Gewestregering(en). Daartoe wijzen zij telkens de personeelsleden aan die gelast worden deel te nemen aan de bespreking die de beslissing voorafgaat; de overheden zullen tevens het mandaat waarmee de personeelsleden worden bekleed, vaststellen.

HOOFDSTUK II : SCHRIFTELIJKE PROCEDURE

Artikel 5. De vormen voor medewerking zoals advies, eensluidend advies, akkoord, goedkeuring en beslissing op voorstel verlopen volgens de volgende procedure.

De vragende partij(en) verzoekt (verzoeken) de andere partij(en) schriftelijk om antwoord.

Elke partij aan wie de vraag werd gesteld antwoordt schriftelijk binnen een termijn van 15 werkdagen vanaf de ontvangst van de vraag.

Bij dringende noodzakelijkheid kan de vragende partij de termijn herleiden tot 6 werkdagen. De dringende noodzakelijkheid is gemotiveerd.

De termijnen waarvan sprake in het derde en het vierde lid zijn louter indicatief.

HOOFDSTUK III : PROCEDURE IN HET OVERLEGCOMITÉ EN IN DE INTERMINISTERIËLE CONFERENTIE

Artikel 6. Het overleg tussen de Federale Regering en de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en de betrokkenheid van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen bij de beslissingen van de Federale Regering, voorgeschreven door de wetten tot hervorming der instellingen of door andere wets- of reglementaire bepalingen hebben plaats, naargelang het geval, binnen het Overlegcomité of binnen elke bevoegde interministeriële conferentie*.

Voorafgaand aan de vergadering van het Overlegcomité of van de betrokken interministeriële conferentie, maakt het betrokken lid van de Federale Regering aan de Gemeenschaps- of Gewestregeringen het voorontwerp of ontwerp van tekst samen met alle nuttige documenten, waarover zij een standpunt zullen innemen, over.

Eén (of meer) voorbereidende vergadering(en) of een werkgroep ad hoc vindt (vinden) plaats, tijdens dewelke het voorontwerp of ontwerp wordt besproken.

Vervolgens  delen de Gemeenschaps-of Gewestregeringen hun standpunten mee.

Het Overlegcomité of de betrokken interministeriële conferentie vergadert op zijn beurt om over te gaan tot een laatste gedachtewisseling.

Artikel 7. De interministeriële conferenties worden samengesteld uit de leden van de Federale Regering en van de Gemeenschaps- en/of Gewestregeringen die belast zijn met de betrokken aangelegenheden; de onderscheiden gezagsniveau's kunnen echter hun afvaardiging aanvullen voor het onderzoek van bepaalde dossiers. De betrokken Regeringsleden mogen zich in geen enkel geval laten vertegenwoordigen door een medewerker wanneer de betrokkenheid (of een overleg) is voorgeschreven door een wet tot hervorming der instellingen.

Artikel 8. De voorzitter van elke interministeriële conferentie dient deze samen te roepen op verzoek van één van haar leden, van de Federale Regering, van een Gemeenschaps- of Gewestregering of van het Overlegcomité.

Artikel 9. De werking van de interministeriële conferenties is geregeld bij de omzendbrief betreffende de interministeriële conferenties.

Artikel 10. Dit protocol treedt in werking op 6 juli 2005.

* Volgens een vaste adviespraktijk van de Raad van State: “De procedure ter zake van het betrekken van de Gewestregeringen kan niet beperkt worden tot een vergadering van het Overlegcomité waaraan alleen bepaalde leden van de betrokken Regeringen deelnemen; zij moet bestaan in gedachtewisselingen over een vooraf aan die Regeringen toegezonden tekst waarover deze, als zodanig en met kennis van zaken, de gelegenheid moeten krijgen zich uit te spreken. De procedure ter zake van het betrekken wan de Gewestenregeringen zou uitgehold worden indien zij slechts het gevolg was van een instemming van vertegenwoordigers van de Regeringen met het document waarin alleen maar wordt verklaard dat die procedure heeft plaatsgehad.” (advies L.25.784/9 van 6 januari 1997).