Titel: Huishoudelijk reglement van het Overlegcomité
Aard document: Huishoudelijk Reglement
Datum document: 28/01/2015
Datum publicatie BS:
Download Worddocument

HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN HET OVERLEGCOMITÉ

28 JANUARI 2015

Artikel 1 - Dit huishoudelijk reglement wordt opgesteld in uitvoering van artikel 31ter van de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, hierna “de wet” genoemd.

Art. 2 - Voor de toepassing van dit huishoudelijk reglement moet worden verstaan onder “het Comité”, het Overlegcomité bedoeld in artikel 31 van de wet.

Art. 3 – § 1. De leden van het Comité zijn de verschillende Regeringen die worden vertegenwoordigd zoals in artikel 31 van de wet is bepaald.

§ 2. De leden van het Comité kunnen, voor een bepaalde vergadering, en in functie van de behandelde dossiers, hun vertegenwoordiging aanpassen en/of uitbreiden met één of meer leden van hun Regering.

§ 3. Op initiatief van een lid, en mits akkoord van de voorzitter, kan ieder andere persoon worden gehoord met het oog op advies of uitleg over (een) bepaald(e) dossier(s).

Art. 4 - § 1. Het Comité vergadert in de Wetstraat 16, de laatste woensdag van elke maand (een “gewoon” Comité) en, tussentijds, in uitzonderlijke omstandigheden en indien iedereen akkoord gaat, op initiatief van de Eerste Minister of op vraag van de Minister-President van een lid (een ‘buitengewoon’ Comité).

§ 2. In uitzonderlijke omstandigheden en/of om redenen van hoogdringendheid kan het Comité vergaderen volgens een “elektronische procedure”

Zoals voor een “fysisch” Comité worden de dossiers bestemd voor een “elektronisch” Comité, volledig in orde ingediend via e-premier met strikte naleving van de procedure ; de agenda en de dossiers worden eveneens verspreid via e-premier.

In het bericht waarin een “elektronisch” Comité wordt aangekondigd, worden de leden uitgenodigd om hun op- en/of aanmerkingen mee te delen binnen een welbepaalde termijn (dag en uur). In het geval er op- en/of aanmerkingen zijn, wordt op initiatief van de Secretaris van het Comité onderhandeld tussen de betrokkenen om tot een consensus te komen.

Art. 5 - § 1. Het Comité wordt voorgezeten door de Eerste Minister die de agenda vaststelt.

§ 2. In geval van afwezigheid of verhindering van de Eerste Minister, wordt het voorzitterschap waargenomen door een van de federale Vice- Eerste Ministers, volgens de orde van voorrang.

Art. 6 – § 1. De Secretaris van het Comité wordt aangeduid door de Eerste Minister.

§ 2. Er wordt bij de Federale Overheidsdienst Kanselarij van de Eerste Minister een permanente Centrale Secretarie opgericht.

Art. 7 – Elk lid wijst minimum drie contact- personen aan, van wie de naam en de contact- gegevens worden meegedeeld aan de Centrale Secretarie, en die, in de schoot van hun Regering, belast zullen zijn met de voorbereiding en de indiening van de dossiers via e-premier.

Art. 8 - § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 10, moeten, voor een “gewoon” Comité tijdens de week t, de aanvraag tot inschrijving van een dossier en de bijhorende documenten uiterlijk de woensdag van week t-2 op de Centrale Secretarie toekomen.

§ 2. Voor een “buitengewoon” Comité wordt de termijn voor het indienen van een aanvraag tot inschrijving van een dossier en de bijhorende documenten tijdig meegedeeld door de Centrale Secretarie.

§ 3. In de gevallen waarin het Comité krachtens een wettelijke of reglementaire bepaling binnen een bepaalde termijn dient te beslissen, begint deze termijn te lopen vanaf de datum van het indienen, bij de Centrale Secretarie, van het verzoek tot inschrijving op de agenda.

Art. 9 - § 1. Wanneer een dossier aan het Comité wordt voorgelegd met toepassing van artikel 32 of van artikel 33 van de wet, moet het verzoek tot inschrijving op de agenda het bestaan van een ernstige benadeling of de niet- naleving van de voorgeschreven procedureregels, bedoeld in voormelde bepalingen, vermelden.

§ 2. Wordt in ieder geval steeds gevraagd, de inschrijving op de agenda van een voorontwerp van wet, decreet of ordonnantie, en een amendement of ontwerp van amendement, indien het, volgens het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State, de bevoegdheid overschrijdt, naar gelang van het geval, van de Staat, de Gemeenschap of het Gewest (toepassing van artikel 3, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State) en wanneer de betrokken Regering de betrokken bepaling(en) handhaaft. In dat geval moet het advies van de Raad van State verplicht bij het dossier worden gevoegd.

§ 3. In het geval dat, ingevolge de werkzaamheden van een Interministeriële Conferentie, een dossier aan een “gewoon” Comité wordt voorgelegd, moeten alle documenten betreffende dat dossier en die werden verdeeld in het kader van de vermelde Interministeriële Conferentie uiterlijk de woensdag van week t-2 op de Centrale Secretarie toekomen.

§ 4. In geval van hoogdringendheid kan het Comité met de instemming van alle leden beraadslagen over dossiers die niet op de agenda voorkomen, op voorwaarde dat geen enkele wettelijke of reglementaire bepaling een termijn voor het nemen van de beslissing oplegt.

Art. 10 - §1. Het eerste document van een dossier dat aan het Comité wordt voorgelegd is steeds een nota, gedateerd en met briefhoofd van het (de) betrokken Regeringslid (leden), die verplicht de volgende rubrieken bevat :

- de inleiding en/of voorgaanden;
- de uiteenzetting;
- het voorstel van beslissing;
- de naam van het (de) Regeringslid (leden) die het dossier indient (indienen).

§2. Onverminderd de bepalingen van artikel 8, § 1, moet de ondertekende nota aan het Comité via e-premier aan de Centrale Secretarie worden bezorgd in het Nederlands en in het Frans, of in het Duits met een vertaling in het Nederlands en in het Frans.

In het specifieke geval van een ontwerp van samenwerkingsakkoord, waarbij de Duitstalige Gemeenschap eveneens akkoord-sluitende partij is, moet ook de Duitse tekst van het ontwerp aan het Comité worden voorgelegd.

§ 3. De nota moet vergezeld zijn van alle constitutieve elementen van het dossier. Is dit niet het geval, dan heeft elk lid het recht te vragen dat een dossier, waarvoor de vereiste documenten niet tijdig werden overgemaakt, wordt uitgesteld, behalve indien de hoogdringendheid gemotiveerd is.

Art. 11 – Worden steeds ambtshalve ingeschreven op de agenda van een “gewoon” Comité :

§ 1. De opvolging van de omzetting van de Europese richtlijnen.

§ 2. De opvolging van de werkzaamheden van de Interministeriële Conferenties.

Daartoe zal elke voorzitter een exemplaar van het huishoudelijk reglement van de betrokken Interministeriële Conferentie, van de agenda’s, de dossiers en de processen-verbaal meedelen aan de Centrale Secretarie.

In het geval van een Interministeriële Conferentie waarvoor een voorzitterschap volgens beurtrol is voorzien, zal de nieuwe voorzitter de Centrale Secretarie op de hoogte te brengen van een voorzitterswissel.

§ 3. De opvolging van de samenwerkings- akkoorden.

Daartoe meldt elk lid van het Comité de stand van zaken van de samenwerkingsakkoorden waarbij hij betrokken partij is. Dit houdt in dat de Centrale Secretarie wordt ingelicht over de stand van zaken van ieder samenwerkingsakkoord afgesloten tussen de betrokken Regeringen, maar ook over de stand van zaken van de wetgevende akten houdende instemming die in bepaalde gevallen vereist zijn, zowel op het vlak van de betrokken Regeringen als op dat van de betrokken Parlementen.

Art. 12 – In de logica van artikel 8, §1, verdeelt de Centrale Secretarie, voor een “gewoon” Comité tijdens week t, de agenda en de bijhorende documenten op donderdag van de week t-2.

Aldus heeft elk lid de gelegenheid om de agenda en de dossiers te bespreken op hun Ministerraad tijdens de week t-1 om, indien nodig, een standpunt te formuleren ter voorbereiding van de Centrale Werkgroep bedoeld in artikel 13.

Art. 13 - § 1. Ter voorbereiding van een vergadering van het Comité vergadert een Centrale Werkgroep ten laatste twee dagen vóór de vergadering, onder voorzitterschap van de Secretaris van het Comité en samengesteld uit vertegenwoordigers van ieder lid van het Comité en uit vertegenwoordigers van alle andere Regeringsleden die rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken zijn bij een dossier.

§ 2. Het verslag van de vergadering van deze Centrale Werkgroep wordt de dag vóór de vergadering van het Comité in het Nederlands en het Frans door de Centrale Secretarie via e- premier verdeeld, bevat de lijst van de aanwezigen, en herneemt voor elk agendapunt het resultaat van de bespreking :

- ofwel een consensus over het oorspronkelijke voorstel van beslissing ;
- ofwel een consensus over een uitdrukkelijk vermeld nieuw voorstel van beslissing;
- ofwel de vaststelling van de afwezigheid van een consensus.

Art. 14 – In de gevallen waarin het Comité krachtens de wet volgens de procedure van de consensus dient te beslissen, stelt het Comité vast of de consensus al dan niet bereikt is.

Art. 15 – De notificaties hernemen voor elk dossier de beslissing van het Comité en van de aan het Comité gedane officiële mededelingen, en worden verdeeld via e-premier.

Voor een “gewoon” Comité tijdens week t kunnen de notificaties van deze vergadering worden betwist tot de woensdag van week t-2 van de volgende vergadering (in de realiteit is dit de woensdag waarop de agenda van het volgende Comité wordt afgesloten).

De betwisting van de notificatie zal worden ingeschreven op de agenda van het volgende Comité in het kader van de goedkeuring van de notulen, en zal voorafgaand worden besproken in de Centrale Werkgroep.

Art. 16 – De notulen, die een lijst bevatten van de aanwezige vertegenwoordigers van de leden, en de notificaties van de beslissingen van het Comité, worden via e-premier aan de leden van het Comité toegestuurd en worden op de volgende vergadering van het Comité ter goedkeuring voorgelegd.

Art. 17 – § 1. De Federale Regering, op voorstel van de Eerste Minister, en elk lid, op voorstel van zijn Minister-President, kunnen beslissen de definitieve agenda aan hun Parlement mee te delen.

§ 2. Onverminderd § 1 kunnen de Federale Regering, op voorstel van de Eerste Minister, en elk lid, op voorstel van zijn Minister-President, beslissen om de in artikel 16 bedoelde goedgekeurde notulen, die de notificaties definitief maken, aan hun Parlement mee te delen.

Art. 18 – Dit huishoudelijke reglement werd door alle leden goedgekeurd op het

Comité van 28 januari 2015 en zal van toepassing zijn vanaf het eerstvolgende Comité.

De Eerste Minister, - Le Premier Ministre,
Charles MICHEL

De Minister-President van de Vlaamse Regering,
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Geert BOURGEOIS

De Minister-President van de Franse Gemeenschapsregering,
Le Ministre-Président du Gouvernement de la Communauté française,
Rudy DEMOTTE

De Minister-President van de Duitstalige Gemeenschapsregering
Le Ministre-Président du Gouvernement de la Communauté germanophone,
Oliver PAASCH

De Minister-President van de Waalse Regering,
Le Ministre-Président du Gouvernement de la Région walonne
Paul MAGNETTE

De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
Le Ministre-Président du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale,
Rudi VERVOORT