Titel: Samenwerkingsakkoorden : uittreksel uit de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980 : artikel 92 bis
Aard document: Bijzondere Wet
Datum document: 08/08/1980
Datum publicatie BS: 15/08/1980
Download Worddocument

UITTREKSEL UIT DE BIJZONDERE WET TOT HERVORMING DER INSTELLINGEN VAN 8 AUGUSTUS 1980 (B.S. 15.08.1980) :

ART. 92BIS gewijzigd door de wet van 8 augustus 1988 (B.S. 13.08.1988), door de bijzondere wet van 16 januari 1989 (B.S. 17.01.1989), door de bijzondere wet van 5 mei 1993 (B.S. 08.05.1993) en door de bijzondere wet van 16 juli 1993 (B.S. 20.07.1993)



[Art. 92bis.
§1. De Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten kunnen samenwerkingsakkoorden sluiten die onder meer betrekking hebben op de gezamenlijke oprichting en het gezamenlijk beheer van gemeenschappelijke diensten en instellingen, op het gezamenlijk uitoefenen van eigen bevoegdheden, of op de gemeenschappelijke ontwikkeling van initiatieven.

Over de samenwerkingsakkoorden wordt onderhandeld en zij worden gesloten door de bevoegde overheid (ing. W. 8 augustus 1988, art. 15, I: 1 januari 1989)]. [De akkoorden die betrekking hebben op de aangelegenheden die bij decreet worden geregeld, alsmede de akkoorden die de Gemeenschap of het Gewest zouden kunnen bezwaren of Belgen persoonlijk zouden kunnen binden, hebben eerst gevolg nadat zij instemming hebben verkregen bij decreet.  De akkoorden die betrekking hebben op de aangelegenheden die bij wet worden geregeld, alsmede de akkoorden die de Staat zouden kunnen bezwaren of Belgen persoonlijk zouden kunnen binden, hebben eerst gevolg nadat zijn instemming hebben verkregen bij wet. (verv. Bijz. W. 16 juli 1993, art. 61, I: 30 juli 1993)]

[§2. De Gewesten sluiten in ieder geval samenwerkingsakkoorden voor de regeling van de aangelegenheden die betrekking hebben :

a) op de hydrologie en de waterbeheersing, op de waterwegen die de grenzen van een Gewest overschrijden, op de te beslissen werken en de te nemen maatregelen door een Gewest, waarvan de inwerkingtreding of de afwezigheid schade zouden kunnen veroorzaken in een ander Gewest;

b) op de vakken van wegen en de panden van waterwegen die de grenzen van  een Gewest overschrijden en op de havens die zich op het grondgebied van meer dan één Gewest bevinden;

c) op de diensten voor gemeenschappelijk stads- en streekvervoer en taxidiensten die zich uitstrekken over meer dan één Gewest (ing. W. 8 augustus 1988, art. 15, I: 1 januari 1989)].

[d)  op de verenigingen van gemeenten en van provincies tot nut van het algemeen die de grenzen van een Gewest overschrijden. (ing. Bijz. W. 16 juli 1993, art. 61, I: 30 juli 1993)]

§3. [De federale overheid en de Gewesten sluiten in ieder geval een samenwerkingsakkoord :

a) voor het onderhoud, de exploitatie en de ontwikkeling van de telecommunicatie- en telecontrolenetwerken die, in verband met het verkeer en de veiligheid, de grenzen van een Gewest overschrijden;

b) voor toepassing op federaal en gewestelijk vlak van de door de Europese Gemeenschap vastgestelde regelen inzake de risico's van zware ongevallen bij bepaalde industriële activiteiten;

c) voor de coördinatie tussen het beleid inzake de arbeidsvergunningen en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten. (verv. Bijz. W. 16 juli 1993, art. 61, I: 30 juli 1993)]

[§4. De Gemeenschappen sluiten in ieder geval een samenwerkingsakkoord voor de regeling van de aangelegenheden die betrekking hebben op de Zeevaartschool te Oostende en te Antwerpen en het internaat ervan. (ing. Bijz. W. 16 januari 1989, art. 66, I: 1 januari 1989)]

[§4bis. De nationale overheid, de Gemeenschappen en de Gewesten sluiten, elk wat hen  betreft, in ieder geval één of meer samenwerkingsakkoorden over de vertegenwoordiging van België bij internationale en supranationale organisaties en over de procedure in verband met de standpuntbepaling en met de bij gebreken van consensus aan te nemen houding in deze organisaties.

Onverminderd het bepaalde in artikel 83, §§ 2 en 3, wordt in afwachting van dit samenwerkingsakkoord of die samenwerkingsakkoorden overleg gepleegd tussen de nationale overheid en de betrokken Regeringen voor de voorbereiding van de onderhandelingen en de beslissingen, evenals voor het opvolgen van de werkzaamheden van de internationale en supranationale organisaties die betrekking hebben op de tot de bevoegdheid van de Gemeenschappen of de Gewesten behorende aangelegenheden. (ing. Bijz. W. 5 mei 1993, art. 3, I: 18 mei 1993)]

[§4ter. De nationale overheid, de Gemeenschappen en de Gewesten sluiten in ieder geval een samenwerkingsakkoord over de nadere regelen voor het sluiten van de verdragen die niet uitsluitend betrekking hebben op de aangelegenheden waarvoor de Gemeenschappen of de Gewesten bevoegd zijn en over de nadere regelen voor de rechtsgedingvoering voor een internationaal of supranationaal rechtscollege zoals bedoeld in artikel 81, §7, vierde lid.

In afwachting van dit samenwerkingsakkoord worden de Regeringen in ieder geval betrokken bij  de onderhandelingen over die verdragen en bij de rechtsgedingvoering voor een internationaal of supranationaal rechtscollege zoals bedoeld in artikel 81, §7. (ing. Bijz. W. 5 mei 1993, art. 3, I: 18 mei 1993)]

[§4quater. De federale overheid, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Gewesten sluiten in ieder geval een samenwerkingsakkoord voor de verplichte overheveling zonder schadeloosstelling van het personeel en de  overdracht van de goederen, rechten en verplichtingen van de provincie Brabant naar de provincie Vlaams-Brabant, de provincie Waals-Brabant, het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, de Gemeenschapscommissies bedoeld in artikel 60 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen en de federale overheid.

Het in het eerste lid bedoelde samenwerkingsakkoord over de overheveling van het personeel kan slechts worden gesloten na overleg met de representatieve vakorganisaties van het personeel.

De overgang van personeelsleden geschiedt met hun graad of een gelijkwaardige graad en in hun hoedanigheid.

Zij behouden ten minste de bezoldiging en de anciënniteit die zij hadden of zouden verkregen hebben indien zij in hun dienst van herkomst het ambt hadden blijven uitoefenen dat zij bij hun overplaatsing bekleedden. (ing. Bijz. W. 16 juli 1993, art. 61, I: 30 juli 1993)]

[Het bedrag van het pensioen dat zal worden toegekend aan de personeelsleden van de provincie Brabant die ter uitvoering van deze bepaling naar de federale Staat, de provincie Vlaams-Brabant, de provincie Waals-Brabant, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Franse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Gemeenschapscommissie of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie worden overgeheveld, mag niet lager zijn dan het bedrag van het pensioen dat zij zouden hebben gekregen overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen die op het ogenblik van de overheveling op hen van toepassing waren, maar rekening houdend met de wijzigingen die deze bepalingen later zouden hebben ondergaan krachtens algemene maatregelen die van toepassing zijn op de instelling waartoe ze op het ogenblik van de overheveling behoorden.

De nadere regelen voor het ten laste nemen van de bijkomende uitgaven die het gevolg zijn van de in het vijfde lid gestelde waarborg, worden door de Koning vastgesteld op de voordracht van de minister die bevoegd is voor pensioenen. (ing. Bijz. W. 28 december 1994, art. 1. I: 19 januari 1995)]

[§5. De geschillen die tussen de contracterende partijen bij de in de [§§ 2, 3, 4, 4bis, 4ter en 4quater (verv. Bijz. W. 16 juli 1993, art. 61, I: 30 juli 1993))] bedoelde akkoorden rijzen met betrekking tot de uitlegging of de uitvoering van die akkoorden, worden beslecht door een bij de wet opgericht rechtscollege.

Iedere partij wijst een van de leden van dit rechtscollege aan.

Betwistingen omtrent wraking van de voorzitter of van een lid van het rechtscollege worden beslecht door de voorzitter in functie van het Arbitragehof.

De akkoorden regelen de wijze van aanwijzing van die leden, behalve wat de voorzitter betreft.

De voorzitter wordt gecoöpteerd door de leden; bij gebreke van aanwijzing van de leden of van coöptatie van de voorzitter gebeurt de aanwijzing door de voorzitter in functie van het Arbitragehof.

De uitgesproken beslissing is niet vatbaar voor beroep en mag het voorwerp zijn van een gedwongen tenuitvoerlegging.

Zij stelt de maximumtermijn vast waarin zij moet worden uitgevoerd en zij kan desgevallend bepalen dat de andere partij in de plaats komt van de in gebreke blijvende partij op kosten van deze laatste.

De akkoorden treffen een regeling voor de werkingskosten van het rechtscollege.

De wet bedoeld in het eerste lid regelt de procedure die het rechtscollege volgt.  Zij waarborgt de naleving van de rechten van de verdediging.

§6. De partijen bij de andere dan de in de [§§ 2, 3, 4, 4bis, 4ter en 4quater (verv. Bijz. W. 16 juli 1993, art. 61, I: 30 juli 1993))] bedoelde samenwerkingsakkoorden, kunnen eveneens de bepalingen van §5 daarop van toepassing maken. (ing. Bijz. W. 16 januari 1989, art. 66, I: 1 januari 1989)]