Titel: Samenwerkingsakkoorden: Omzendbrief van 16 januari 2009
Aard document: Omzendbrief
Datum document: 16/01/2009
Datum publicatie BS:
Download Worddocument

OMZENDBRIEF VAN 16 JANUARI 2009 BETREFFENDE SAMENWERKINGSAKKOORDEN



A. ORGANIEKE BRON

1. De mogelijkheid om samenwerkingsakkoorden af te sluiten wordt voorzien bij artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.

Dit artikel bepaalt in zijn § 1er het volgende:

«De Staat, de Gemeen­schappen en de Gewesten kunnen samenwerkingsakkoorden sluiten die onder meer betrekking hebben op de gezamenlijke oprichting en het gezamenlijk beheer van gemeenschappelijke diensten en instellingen, op het gezamenlijk uitoefenen van eigen bevoegdheden, of op de gemeenschappelijke ontwikke­ling van initiatieven. 

Over de samenwerkingsakkoorden wordt onderhandeld en zij worden gesloten door de bevoegde overheid. De samenwerkingsakkoorden die betrekking hebben op de aangelegenheden die bij decreet worden geregeld, alsmede de akkoor­den die de Gemeenschap of het Gewest zouden kunnen bezwaren of Belgen persoonlijk zouden kunnen binden, hebben eerst gevolg nadat zij instemming hebben verkregen bij decreet. De akkoorden die betrekking hebben op de aangelegenheden die bij wet worden geregeld, alsmede de akkoorden die de Staat zouden kunnen bezwaren of Belgen persoonlijk zouden kunnen binden, hebben eerst gevolg nadat zij instemming hebben verkregen bij wet.»

Overeenkomstig dit artikel 92bis, § 1, tweede lid, bestaan er aldus twee categorieën samenwerkingsakkoorden:

- samenwerkingsakkoorden die niet door een wet, decreet en/of ordonnantie moeten goedgekeurd worden, dit zijn de zogenaamde “samenwerkingsakkoorden in vereenvoudigde vorm” of de “samenwerkingsakkoorden categorie I”;

- samenwerkingsakkoorden die wel dergelijke goedkeuring vereisen, of de “samenwerkings-akkoorden categorie II”.

Naast de zogenaamde “facultatieve samenwerkingsakkoorden”, die in artikel 92bis, § 1 van de bovenvermelde wet worden beschreven, bestaan er eveneens bepaalde gevallen waarin de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten verplicht zijn een samenwerkingsakkoord te sluiten. Dat zijn de obligatoire samenwerkingsakkoorden”. Deze gevallen worden opgesomd in artikel 92bis, § 2 tot 4quater van dezelfde wet.

Deze omzendbrief is zowel van toepassing op de facultatieve en obligatoire samenwerkingsakkoorden, als op de samenwerkingsakkoorden categorie I en II.

B. PRINCIPE

2. De bevoegde Ministers van de betrokken Regeringen onderhandelen over de samenwer­kingsakkoorden. Het is vereist dat een samenwerkingsakkoord door alle betrokken Regeringen wordt goedgekeurd. Indien het samenwerkingsakkoord bovendien aan een parlementaire instemmingprocedure zal worden onderworpen, moet in het akkoord zelf een bepaling in die zin worden opgenomen.

Elke bevoegde Minister moet ervoor zorgen dat de instemmingsakte (wet/decreet/ordonnantie) wordt ingediend bij het betrokken Parlement( Onder de benaming “Parlement” dient ook verstaan te worden de Vergaderingen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie.).

Voorontwerpen van instemmingswet zijn obligatoir bicameraal (art. 77 van de Grondwet). Ze moeten aan de federale Ministerraad worden voorgelegd (het samenwerkingsakkoord wordt toegevoegd in bijlage) en worden vervolgens traditioneel ingediend bij de Senaat.

C. WETGEVINGSBEGINSELEN

3. Een samenwerkingsakkoord omvat en/of vermeldt in ieder geval:

3.1. een opschrift

3.2. een aanhef

3.2.1. de rechtsgrond

3.2.2. in voorkomend geval, de beslissing van het Overlegcomité of de aanbeveling van de betrokken Interministeriële Conferentie

3.2.3. de consideransen

3.2.4. de contracterende partijen

3.3. een beschikkend gedeelte

3.4. de datum

3.5. de handtekeningen

Hierna wordt nader ingegaan op elk van de hierboven opgesomde punten.

3.1. Opschrift

Regel:  Het opschrift bevat, in deze volgorde:

- de aard, nl. “samenwerkingsakkoord”;

- de identiteit van de contracterende partijen;

- de juiste en bondige omschrijving van de inhoud van het beschikkend gedeelte.

Bij de publicatie van het akkoord in het Belgisch Staatsblad wordt de datum vóór het opschrift vermeld.

Mogelijke formules:

a) Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten betreffende…

b) Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Gemeenschap X en het Gewest Y tot oprichting van…

c) Samenwerkingsakkoord tussen de Gemeenschap X en het Gewest Y tot de gezamenlijke oprichting en het gezamenlijk beheer van een gemeen­schappelijke dienst/instelling genaamd…

d) Samenwerkingsakkoord tussen de Gemeenschap X en het Gewest Y over het gezamenlijk uitoefenen van bevoegdheden...

e) Samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeen­schap en de Duitstalige Gemeen­schap tot oprichting van…

f) Samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstede­lijk Gewest betreffende…

g) Samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse Gemeen­schap, de Franse Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende…

3.2. Aanhef

De aanhef bevat, in deze volgorde:

- de rechtsgrond (3.2.1.);

- de eventuele beslissing van het Overlegcomité of de eventu­ele aanbeve­ling van de betrokken Interministeriële Conferentie (3.2.2.);

- de opportuniteitsredenen: de consideransen (3.2.3.);

- de vermelding van de overheden die de contracterende partijen vertegen­woordigen (3.2.4.).

3.2.1. Rechtsgrond

Regel:  In de verwijzingen naar de rechtsgrond gaan de hogere regelingen vooraf aan de lagere. Regelingen van dezelfde rangorde worden chronologisch gerangschikt, te beginnen met de oudste.

pagebreakMogelijke formules:

a) Gelet op hoofdstuk IV van de Grondwet;

of: Gelet op artikel 35 van de Grondwet;

of: Gelet op artikel 39 van de Grondwet;

of: Gelet op de artikelen 127/128/129/130 van de Grond­wet;

of: Gelet op de artikelen 134/135/136 van de Grondwet;

b) Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervor­ming der instellingen, inzonderheid op artikel 92bis, § 1, ingevoegd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

of: Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervor­ming der instellingen, inzonderheid op artikel 92bis, §§ 1, 5 en 6, ingevoegd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;  In geval de partijen overeenkomen de geschillen betreffende de uitlegging of de uitvoering van het akkoord te beslechten door middel van een samenwer­kingsgerecht. Een verwijzing naar artikel 66 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten dient vermeden te worden.

of: Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op de artikelen... en 92bis, § 1, ingevoegd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

c) Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrek­king tot de Brusselse Instellingen, inzonderheid op artikel 42;   In geval het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest partij is bij het samenwerkings­akkoord.

of: Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, inzonderheid op artikel 63, gewijzigd bij de bijzondere wet van 5 mei 1993;  In geval de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie partij is bij het samenwerkingsakkoord.

pagebreakd) Gelet op de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, inzonderheid op artikel…;   Alleen in geval het samenwerkingsakkoord een clausule bevat die naar deze wet verwijst.

e) Gelet op de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, inzonderheid op artikel… ;  In geval de Duitstalige Gemeenschap partij is bij het samenwerkingsakkoord.

f) Gelet op de wet van … betreffende … (eventuele andere wet(ten)).

3.2.2. De eventuele beslissing van het Overlegcomité of de eventu­ele aanbeve­ling van de betrokken Interministeriële Conferentie

Mogelijke formule:

Gelet op de beslissing van het Overlegcomité van…;

of: Gelet op de aanbeveling van de Interministeriële Conferentie voor… van…

3.2.3. Consideransen

Regel: De consideransen dienen bondig, nauwkeurig en volledig te zijn. Zij moeten stroken met de inhoud van het samenwerkingsakkoord. Zij beginnen met de woorden "Overwegende dat" en niet met de woorden "Gelet op" of het woord "Gezien".

3.2.4. Contracterende partijen

Regel: De contracterende partijen zijn de rechtspersonen die het samenwerkingsakkoord afgesloten hebben en daardoor gebonden zijn.

Mogelijke formules:

a) De Federale Staat, vertegenwoordigd door de federale Regering, in de persoon van de Minister van… en de Minister van…

b) De Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de persoon van haar Minister-President en/of van de Minister van…

c) De Franse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Franse Gemeenschapsregering, in de persoon van haar Minister-President en/of van de Minister van…

d) De Duitstalige Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, in de persoon van haar Minister-President en/of van de Minis­ter van…

e) De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, vertegenwoordigd door het Verenigd College, in de persoon van de Voorzitter en/of van de Minister van…

f) Het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de persoon van haar Minister-President en/of van de Minister van…

g) Het Waalse Gewest, vertegenwoordigd door de Waalse Regering, in de persoon van haar Minister-President en/of van de Minister van…

h) Het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door de Regering van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest in de persoon van haar Minister-President en/of van de Minister (Staatssecretaris) van…

… Komen het volgende overeen:

Of: … Hun eigen bevoegdheden gezamenlijk uitoefenend, zijn overeen­gekomen hetgeen volgt:

3.3. Beschikkend gedeelte

Regels:

1. Het beschikkend gedeelte van een samenwerkingsakkoord wordt ingedeeld in Titels, Hoofdstukken, Afdelingen, Onderafdelingen, enz.

De fundamentele indeling van het beschikkend gedeelte is echter steeds het artikel. Een artikel wordt onderverdeeld in paragrafen, en een paragraaf in leden.

pagebreakIndien in een lid genummerde onderverdelingen nodig zijn, dan behoort de nummering te geschieden als volgt 1°, 2°, 3°, enz. Onderverdelingen in 1.1, 1.2, 2.2, 2.3, enz., dienen vermeden te worden vermits ze tot verwarring kunnen leiden in de aanhalingen.

2. Clausules tot een regeling van de geschillen.

De clausules tot regeling van de geschillen zijn faculta­tief voor de samenwerkingsakkoorden die gesloten werden krachtens artikel 92bis, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. De rechtszekerheid beveelt nochtans de voorziening in een regeling van eventuele geschillen aan.

Twee mogelijkheden:

- ofwel verwijst men naar artikel 92bis, §§ 5 en 6, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, en richt het samenwerkingsakkoord dit gerecht op zonder uit het oog te verliezen dat de voorzitter een magistraat dient te zijn;

- ofwel zwijgt het samenwerkingsakkoord over dit punt.

Een rechtscollege bedoeld in artikel 92bis, §§ 5 en 6, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 beslecht de geschillen die rijzen met betrekking tot de uitlegging of de uitvoering van het samenwerkingsakkoord. (Zie in dat verband ook de wet van 23 januari 1989 op het rechtscollege bedoeld bij artikel 92bis, § 5 en § 6, en artikel 94, § 3, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen).

Mogelijke formule:

De geschillen tussen de contracterende partijen met betrekking tot de uitlegging of de uitvoering van het bestaande akkoord worden beslecht door een rechtscollege, zoals bedoeld in artikel 92bis, §§ 5 en 6, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.

3.4. De datum

Een samenwerkingsakkoord kan uiteraard geen datum dragen die voorafgaat aan de datum waarop de laatste handtekening op het samenwerkingsakkoord werd aangebracht (Zie in dit verband ook 3.5. Ondertekening van de samenwerkingsakkoorden).

3.5. Ondertekening van de samenwerkingsakkoorden

Regels:

1. De handtekeningen worden voorafgegaan door de vermelding van de plaats waar en de datum waarop de laatste handtekening op het samenwerkingsakkoord werd aangebracht.

2. De volgorde van de handtekeningen is deze zoals aangeduid in artikel 31, § 1, van de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.

Bijgevolg wordt, in de (weinig voorkomende) veronderstelling dat de Federale Staat en alle Deelstaten ondertekenaars zijn van een samenwer­kingsakkoord, de volgende volgorde voorgeschreven:

Gedaan te (plaats), (datum), in x originele exemplaren (Nederlands en/of Frans en/of Duits)

Voor de Federale Staat,

De Minister(s) van…

Voor de Vlaamse Gemeenschap,

De Minister-President van de Vlaamse Regering,

De Minister(s) van…

Voor de Franse Gemeenschap,

De Minister-President van de Franse Gemeenschapsregering,

De Minister(s) van…

Voor de Duitstalige Gemeenschap,

De Minister-President van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap,

De Minister(s) van…

Voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie,

De Voorzitter van het Verenigd College,

De Minister(s) van…

Voor het Vlaamse Gewest,

De Minister-President van de Vlaamse Regering,

De Minister(s) van…

Voor het Waalse Gewest,

De Minister-President van de Waalse Regering,

De Minister(s) van…

Voor het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest,

De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Rege­ring,

De Minister(s) van…

Voor de Franse Gemeenschapscommissie,

De Voorzitter van het College,

De Minister(s) van…

pagebreakD. INWERKINGTREDING EN BEKENDMAKING IN HET BELGISCH STAATSBLAD

4. 1. Samenwerkingsakkoorden “categorie I”:

Deze samenwerkingsakkoorden moeten eerst goedgekeurd worden door alle betrokken Regeringen (Zie punt 2) en treden in beginsel in werking op de datum waarop de laatste handtekening op het samenwerkingsakkoord werd / wordt aangebracht, tenzij in het samenwerkingsakkoord een specifieke datum of termijn is bepaald.

De Centrale Secretarie van het Overlegcomité staat in voor de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de samenwerkingsakkoorden “categorie I”, waarbij  de Federale Overheid bij betrokken is.

Om de Centrale Secretarie in staat te stellen deze opdracht naar behoren te vervullen, is de medewerking vereist van alle betrokken Regeringen. Hiertoe maakt de laatste ondertekenaar het origineel exemplaar of het voor eensluidend verklaard afschrift van het samenwerkingsakkoord over aan de Centrale Secretarie. Voor de samenwerkingsakkoorden waar de Federale Staat niet bij betrokken is, dient een eensluidend verklaard afschrift overgemaakt te worden aan de Centrale Secretarie van het Overlegcomité.

Dit origineel of voor eensluidend verklaard afschrift wordt bewaard in de archieven van de Kanselarij van de Eerste Minister.

4.2. Samenwerkingsakkoorden “categorie II”:

Deze samenwerkingsakkoorden kunnen slechts in werking treden nadat het laatste betrokken Parlement zijn instemming verleende, dit betekent concreet 10 dagen na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, tenzij in het samenwerkingsakkoord een specifieke datum of termijn is bepaald (Zie in dit verband ook 3.4. Datum).

In het geval één van de betrokken Parlementen zijn instemming niet verleent, kan het voorliggende samenwerkingsakkoord niet in werking treden. Dit verhindert de overige partijen uiteraard niet om achteraf onder elkaar een nieuw samenwerkingsakkoord af te sluiten.

Om te vermijden dat samenwerkingsakkoorden niet op dezelfde datum in werking zouden treden in de verschillende rechtstelsels, dienen de instemmingsakten gezamenlijk te worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Hiertoe neemt de Centrale Secretarie van het Overlegcomité contact op met de verschillende diensten van elke betrokken Regering, die verantwoordelijk zijn voor de bekendmaking.

Het voor eensluidend verklaard afschrift van de instemmingsakte en van het samenwerkingsakkoord in bijlage worden overgemaakt aan de Centrale Secretarie. Hetzelfde geldt voor de samenwerkingsakkoorden waar de Federale Staat niet bij betrokken is.

Dit voor eensluidend verklaard afschrift wordt bewaard in de archieven van de Kanselarij van de Eerste Minister.

                                                                                                                    De Eerste Minister,

            Herman VAN ROMPUY