Titel: Omzendbrief VR 2014/13: Regelgevingsagenda, reguleringsimpactanalyse en compensatieregel administratieve lasten
Aard document: Omzendbrief
Datum document: 14/03/2014
Datum publicatie BS:
Download Worddocument

Regelgevingsagenda, reguleringsimpactanalyse en compensatieregel administratieve lasten


Omzendbrief VR 2014/13

Datum: 14 maart 2014

Deze omzendbrief vervangt omzendbrief VR 2013/13 over  de reguleringsimpactanalyse en de compensatieregel administratieve lasten.

1. Situering

Op 18 november 2011 keurde de Vlaamse Regering de bijsturing van de regelgevingsagenda goed (VR PV 2011/46 - punt 0002).

Op  22 februari 2013 keurde de Vlaamse Regering  een bijsturing van de reguleringsimpactanalyse en de compensatieregel voor administratieve lasten goed (VR PV 2013/09 - punt 0031).

In deze omzendbrief wordt toelichting gegeven over het toepassingsgebied en de procedurele en inhoudelijke vereisten van een regelgevingsagenda, van een RIA en van de compensatieregel voor administratieve lasten.

2. Regelgevingsagenda

2.1.        Wat is een regelgevingsagenda?

 

Een regelgevingsagenda is een publiek beschikbare lijst van de geplande nieuwe regelgeving of aanpassingen aan bestaande regelgeving op initiatief van de Vlaamse Regering.

Een regelgevingsagenda beoogt een grotere beleidscoördinatie, een betere planning en meer transparantie bij de opmaak van regelgeving.

2.2.        Inhoudelijke en procedurele vereisten

Uittreksel regelgevingsagenda als bijlage bij de beleidsnota en beleidsbrief

Bij elke beleidsnota en beleidsbrief dient als bijlage een uittreksel van de regelgevingsagenda te worden toegevoegd. In deze bijlage moet slechts de titel,  de status (niet opgestart, lopend, afgerond), de planning van het initiatief en de link naar de online regelgevingsagenda worden opgenomen. Voor ontwerpdecreten moet in de planning minstens het tijdstip van indiening in het Vlaams Parlement en het gewenste tijdstip van inwerkingtreding worden opgenomen. Deze verplichting is opgenomen in de omzendbrief VR 2012/11 betreffende de samenwerking Vlaamse Regering en Vlaams Parlement.

Regelgevingsagenda online

De regelgevingsagenda’s worden beschikbaar gesteld via www.bestuurszaken.be/regelgevingsagenda.

 

Op een aantal vaste tijdstippen worden de regelgevingsagenda’s geactualiseerd:

-   oktober: publicatie van de volledige regelgevingsagenda’s op moment van indiening van de beleidsnota’s of beleidsbrieven in het Vlaams Parlement

-   januari: publicatie van de volledige en geactualiseerde regelgevingsagenda’s na beëindiging van de bespreking van de beleidsbrieven in het Vlaams Parlement

-   april: publicatie van de volledige en geactualiseerde regelgevingsagenda’s gelijktijdig met de begrotingscontrole

Agendering op de Vlaamse Regering

De (geactualiseerde) regelgevingsagenda’s worden op deze 3 tijdstippen slechts gepubliceerd na de agendering op de Vlaamse Regering via mededeling. De dienst Wetsmatiging van het departement Bestuurszaken verzorgt de coördinatie van deze mededeling aan de Vlaamse Regering. De geactualiseerde regelgevingsagenda’s worden telkens ter informatie overgemaakt aan het Vlaams Parlement.  

Gemandateerde contactpersoon

Met het oog op de publicatie van deze regelgevingsagenda’s wordt door elke minister van de Vlaamse Regering per beleidsnota en/of beleidsbrief een gemandateerde contactpersoon aangeduid. Deze gemandateerde contactpersoon is het aanspreekpunt voor de dienst Wetsmatiging van het departement Bestuurszaken.

 

De praktische richtlijnen voor het opmaken en actualiseren van de regelgevingsagenda worden telkens door de dienst Wetsmatiging ter beschikking gesteld van de gemandateerde contactpersonen.

2.3.        Toepassingsgebied

De regelgevingsagenda beperkt zich tot initiatieven van de Vlaamse Regering. In de regelgevingsagenda moeten minstens volgende initiatieven worden opgenomen:

  • alle decreten
  • alle ‘strategische’ uitvoeringsbesluiten waarover, conform het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van strategische adviesraden, een formeel advies wordt gevraagd aan de betrokken strategische adviesraad;
  • alle regelgevingsdossiers die, al dan niet gedeeltelijk, een omzetting van Europese richtlijnen als doelstelling hebben (dus ook uitvoeringsbesluiten waarover geen advies wordt gevraagd aan de betrokken strategische adviesraad).

Elke minister kan echter in overleg met de administratie en met de cel wetskwaliteit in het bijzonder, een meer gedetailleerde regelgevingsagenda opmaken. Een regelgevingsagenda heeft immers ook als doelstelling een betere interne planning.

3. Reguleringsimpactanalyse

3.1.        Wat is RIA?

Reguleringsimpactanalyse (RIA) is een geheel van logische stappen die moeten worden gevolgd bij de voorbereiding van een beleidsmaatregel die wordt opgenomen in Vlaamse regelgeving. RIA komt neer op het doorlopen van een gestructureerd proces en resulteert in een document dat inzicht geeft in de voor- en nadelen van mogelijke beleidsopties door hun effecten onderling te vergelijken. RIA is ook een instrument voor een geïntegreerde effectenrapportage. Niet alleen de rechtstreeks beoogde effecten, maar ook de indirecte effecten moeten aan bod komen in de RIA.

 

Een RIA resulteert in een document waar de volgende aspecten worden behandeld:

  1. Titel
  2. Samenvatting
  3. Probleembeschrijving
  4. Beleidsdoelstelling
  5. Opties
  6. Analyse van de effecten
  7. Vergelijking van de opties
  8. Uitvoering
  9. Administratieve lasten
  10. Handhaving
  11. Evaluatie
  12. Consultatie
  13. Contactinformatie

Meer informatie over hoe een RIA gebruikt moet worden in het besluitvormingsproces is beschikbaar op www.bestuurszaken.be/wetsmatiging. Op deze website is ook een nieuw RIA-sjabloon beschikbaar.

3.2.        Wanneer moet een RIA worden opgesteld?

Het uitvoeren van een RIA is verplicht voor alle voorontwerpen van decreet en ontwerpbesluiten van de Vlaamse Regering die een regulerend effect hebben op de burger, het bedrijfsleven of non-profit organisaties.

 

De Vlaamse Regering heeft evenwel uitzonderingsgronden vastgelegd.

                               

Bij twijfel of een bepaalde uitzonderingsgrond van toepassing is of bij vragen hoe RIA in een concreet dossier proportioneel moet worden toegepast, kunt u contact opnemen met de dienst Wetsmatiging van het departement Bestuurszaken. In voorkomend geval worden ook andere entiteiten die belast zijn met een bestaande of toekomstige specifieke wetgevingstoets hierbij betrokken.

 

De Quick Scan Duurzame Ontwikkeling, ontwikkeld om tijdig de indirecte effecten van regelgeving en de toepassing van specifieke wetgevingstoetsen te bepalen, kan ook gebruikt worden om het toepassingsgebied van RIA en de proportionaliteit in een concreet dossier in te schatten.

 

 

Voor de volgende regelgevingsdossiers moet geen RIA worden opgemaakt:

Dringende noodzakelijkheid en hoogdringendheid

U moet geen RIA opmaken bij hoogdringendheid, bv. indien het advies van de Raad van State niet wordt ingewonnen omwille van dringende noodzakelijkheid of er om reden van hoogdringendheid aan de Raad van State wordt gevraagd een advies te formuleren binnen een termijn van 5 werkdagen.

Autoregulering van de overheid

U moet géén RIA opmaken voor organieke regelgeving die de werking van de overheid zelf regelt, zoals het kaderdecreet bestuurlijk beleid, de oprichtingsdecreten van verzelfstandigde agentschappen, de delegatiebesluiten voor de hoofden van departementen en van IVA’s, de regelingen inzake personeelsstatuut, de regeling van advies- en overlegorganen, de bepalingen die betrekking hebben op symboliek van de Vlaamse gemeenschap (volkslied, protocol, monument, wapenschild, ...), enz.

 

U moet echter wél een RIA opmaken (tenzij sprake is van een andere uitzonderingsgrond dan autoregulering) bij organieke regelgeving die (meestal financiële) beleidsinstrumenten creëert (bv. KIDS-Invest) en voor interbestuurlijke regelgeving die de verhouding tussen bestuursniveaus regelt (bv. decreet interbestuurlijke samenwerking).

 

Voor de regelgeving m.b.t. lokale besturen moet een onderscheid gemaakt worden. De regelgeving die de werking en structuren van de lokale besturen zelf regelt (gemeentedecreet, provinciedecreet en de uitvoeringsbesluiten) vallen onder de uitzonderingsgrond ‘autoregulering’. De regelgeving die aan de lokale besturen een plicht oplegt (bv. afleveren bouwvergunningen) of een recht toekent (bv. mogelijkheid om subsidies aan te vragen) is wel aan RIA onderworpen.

Regelgeving waar geen vrije beleidsruimte bestaat

U moet geen RIA opmaken voor dossiers waar de Vlaamse Regering geen vrije juridische beleidsruimte (door hogere regelgeving) of politieke beleidsruimte (meer) heeft.

 

Onder ‘geen vrije politieke beleidsruimte’ wordt verstaan dat de Vlaamse Regering de beleidskeuzes al vooraf heeft goedgekeurd (bv. regeerakkoord) of gevalideerd (bv. beleidsnota’s). De goedkeuring door de Vlaamse Regering van een conceptnota voor nieuwe regelgeving of de aankondiging ervan in de regelgevingsagenda kan niet automatisch gebruikt worden voor deze uitzonderingsgrond. Ook hier moet vanuit het proportionaliteitsbeginsel afgewogen worden of RIA in het latere besluitvormingsproces nog een meerwaarde heeft.

 

Onder ‘geen juridische beleidsruimte’ worden decreten en besluiten van de Vlaamse Regering verstaan die een gebonden implementatie inhouden van Europese, internationale of interregionale regelgeving. Ook regelgeving ter conformering van een uitspraak van de Raad van State of het Grondwettelijk Hof vallen onder deze uitzonderingsgrond.

 

De politieke en juridische context zijn niet alleen van belang als criterium om al dan niet een RIA op te maken. Deze context is ook van belang binnen regelgevingsdossiers waar wel een RIA wordt opgemaakt.

Regelgeving ten gevolge van internationale of interregionale regelgeving

U moet geen RIA opmaken voor regelgeving houdende de loutere instemming van internationale verdragen en akkoorden. U moet wél een RIA opmaken voor omzettingen van Europese richtlijnen of ter uitvoering van een internationale regelgeving mits deze nog voldoende vrije beleidsruimte laten voor de Vlaamse overheid.

Regelgeving zonder of met weinig inhoudelijke effecten of met een louter formeel karakter

U moet geen RIA opmaken voor regelgeving waarvoor er geen of slechts een beperkte impact is voor de doelgroepen.

 

U moet geen RIA opmaken voor regelgeving met een louter formeel karakter (bv. errata, rechtzettingen, coördinaties of codificaties van bestaande regelgeving)

Regelgeving inzake begroting en fiscaliteit

U moet geen RIA opmaken voor de verschillende begrotingsdecreten, noch voor de decreten tot begeleiding van de begroting.

 

Voor fiscale regelgeving is er alleen een RIA vereist voor zover de fiscale regeling de wijziging van bepaald gedrag als doelstelling heeft (bv. leegstandsheffing wil leegstand voorkomen).

Regelgeving ter goedkeuring van plannen en programma’s

U moet geen RIA opmaken voor regelgeving ter goedkeuring van plannen en programma’s met een beperkt territoriaal en/of inhoudelijk toepassingsgebied. Zo moet u geen RIA opmaken voor ruimtelijke plannen. Deze uitzonderingsgrond is niet beperkt tot de ruimtelijke plannen binnen het beleidsveld ‘ruimtelijke ordening’, maar is ook voor andere beleidsdomeinen van toepassing. U moet ook geen RIA opmaken voor regelgeving ter goedkeuring van frequentieplannen ter uitvoering van het mediadecreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten of voor sectorale uitvoeringsplannen afvalstoffen ter uitvoering van het afvalstoffendecreet of de preventieprogramma’s van het materialendecreet.

Ministeriële besluiten, omzendbrieven van de Vlaamse Regering of loutere beslissingen van de Vlaamse Regering

U moet geen RIA opmaken voor ministeriële besluiten, omzendbrieven of loutere beslissingen van de Vlaamse Regering.

3.3.        Procedure

Er zijn een aantal procedurele afspraken met betrekking tot de toepassing van RIA.

Opname in de regelgevingsagenda

Bij elk regelgevingsinitiatief dat wordt opgenomen in de regelgevingsagenda moet vermeld worden of er een RIA zal worden opgemaakt.

Aanvraag wetgevingsadvies

Voor de agendering op de Vlaamse Regering moet over een RIA een advies worden gevraagd via de procedure van wetgevingsadvies. Deze procedure is opgenomen in de omzendbrief VR 2009/4 betreffende de wetgevingstechniek.

 

Het is aan te bevelen om eerst het wetgevingsadvies aan te vragen vooraleer het dossier voor advies wordt voorgelegd aan de Inspectie van Financiën. Dit is echter geen verplichting. Beide adviesvragen kunnen dus ook gelijktijdig ingediend worden.

 

U stuurt elk regelgevingsdossier (ontwerpregelgeving, nota aan de Vlaamse Regering, memorie van toelichting en RIA-document) bij voorkeur per e-mail naar wetgevingsadvies@vlaanderen.be

 

Binnen een termijn van 5 werkdagen ontvangt u per mail het RIA-advies. In voorkomend geval worden ook andere entiteiten die belast zijn met een specifieke wetgevingstoets betrokken bij de opmaak van dit RIA-advies.

 

U verwerkt het RIA-advies en voegt het RIA-document toe aan het dossier dat geagendeerd wordt op de Vlaamse Regering. Indien u na 5 werkdagen geen RIA-advies heeft ontvangen, mag het dossier geagendeerd worden op de Vlaamse Regering.

Aanvraag advies Inspectie van Financiën

Bij de aanvraag van het advies aan de Inspectie van Financiën moet de RIA worden toegevoegd, In dat geval moet u geen afzonderlijk document ‘met aan de Inspectie van Financiën voor te leggen beheers- en beleidsinformatie in het kader van de a priori toetsing’ worden toegevoegd. Deze beheers- en beleidsinformatie moet in het RIA-document geïntegreerd worden.

 

Dit veronderstelt dan ook dat de methodologische vereisten, zoals bepaald in omzendbrief FB 2000 van 26 mei 2000 “met betrekking tot het voorleggen van beheers- en beleidsinformatie aan de Inspectie van Financiën ter verantwoording van de dossiers in het kader van de a priori toetsing”, worden nageleefd bij de opmaak van het RIA-document. In de rubriek ‘uitvoering’ moet daarom expliciet de budgettaire inpasbaarheid worden vermeld.  De Inspectie van Financiën moet immers over dezelfde informatie kunnen blijven beschikken om haar adviesbevoegdheid ten volle te kunnen uitoefenen.

 

Samengevat moet er ofwel een RIA-document worden opgemaakt wanneer een RIA verplicht is, ofwel enkel een nota aan de Inspectie van Financiën met de vereiste beheers- en beleidsinformatie wanneer er geen RIA nodig is.

Agendering op de Vlaamse Regering

In de nota aan de Vlaamse Regering die de ontwerpregelgeving vergezelt, moet u onder de hoofdrubriek ‘kwaliteit van de regelgeving’ een RIA-subrubriek opnemen. In deze RIA-subrubriek moet ofwel de motivering waarom een uitzonderingsgrond van toepassing is, worden vermeld, ofwel worden verwezen naar de RIA die als bijlage is toegevoegd. Bij de motivering van de uitzonderingsgrond voor specifieke wetgevingstoetsen kan gebruik gemaakt worden van de ‘quick scan voor een duurzaamheidsbeoordeling’.

 

De aanwezigheid van dergelijke paragraaf wordt door de Secretarie van de Vlaamse Regering gecontroleerd. Als de nota aan de Vlaamse Regering de vereiste RIA-subrubriek niet bevat, kan die niet worden geagendeerd.

 

De RIA moet als bijlage bij de nota aan de Vlaamse Regering worden toegevoegd. Deze procedure is opgenomen in het huishoudelijk reglement van de Vlaamse Regering.

 

De RIA moet worden aangepast indien er bij deze tweede en definitieve goedkeuring relevante wijzigingen aan de ontwerpregelgeving worden aangebracht die een invloed hebben op de inhoud van de RIA (bv. het toevoegen van een nieuw beleidsinstrument in de rubriek opties, het toevoegen van een nieuwe doelgroep en bijhorende effecten, andere uitvoeringsmodaliteiten in rubriek uitvoering). Ook hier moet rekening worden gehouden met het proportionaliteitsbeginsel en RIA niet als een doel op zich beschouwen. De aanpassing kan zich bv. beperken tot het louter vermelden dat bepaalde gekwantificeerde gegevens niet langer correct zijn of het toepassingsgebied werd uitgebreid met een nieuwe doelgroep, zonder dat de effecten werden uitgewerkt. 

 

Indien de RIA werd aangepast ten gevolge van relevante wijzigingen aan de ontwerpregelgeving, wordt de aangepaste RIA toegevoegd bij de tweede principiële goedkeuring en desgevallend bij de definitieve goedkeuring door de Vlaamse regering.

 

Repliek op adviezen van strategische adviesraden

De Vlaamse Regering moet, ter uitvoering van art 4 §3 van het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van strategische adviesraden, een duiding en toelichting geven aan de strategische adviesraad over haar beslissing over de adviezen.

 

Bij ontwerpdecreten moet deze duiding worden opgenomen in de memorie van toelichting of in een afzonderlijke bijlage. Deze verplichting is opgenomen in de omzendbrief VR 2012/11 betreffende de samenwerking tussen de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement. Bij strategische ontwerpbesluiten van de Vlaamse regering moet deze repliek opgenomen worden in de nota aan de Vlaamse regering zoals bepaald in het huishoudelijk reglement van de Vlaamse Regering.

 

De bevoegde minister moet deze duiding op de adviezen ook rechtstreeks aan de betrokken strategische adviesraad bezorgen. Ze kan hierbij verwijzen naar de memorie van toelichting bij ontwerpdecreten of naar de nota aan de Vlaamse regering bij strategische ontwerpbesluiten van de Vlaamse Regering.

Publicatie van de RIA

Na de eerste principiële goedkeuring door de Vlaamse Regering worden de RIA, de ontwerpregelgeving en de memorie van toelichting of het verslag aan de Vlaamse Regering door de dienst Wetsmatiging gepubliceerd in de RIA-databank op www.bestuurszaken.be/wetsmatiging.

 

Indien men dit niet wenst, moet dit in de RIA-subrubriek in de nota aan de Vlaamse Regering vermeld worden. Dit geldt in het bijzonder voor de uitzonderingsgronden die zijn voorzien in het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur.

 

De RIA-documenten die op het internet geplaatst worden, vallen onder de toepassing van de regelgeving m.b.t. het hergebruik van overheidsinformatie. De entiteit van de Vlaamse overheid die de RIA in kwestie heeft opgesteld, bepaalt autonoom of en onder welke voorwaarden hergebruik als vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 27 april 2007 betreffende het hergebruik van overheidsinformatie, van de betreffende RIA is toegestaan. De beslissing over de concrete aanvraag tot hergebruik van de RIA wordt telkens genomen door het bevoegde leidinggevende personeelslid van de entiteit van de Vlaamse overheid die de RIA heeft opgesteld, onverminderd de mogelijkheid tot delegatie.

 

Indien de entiteit die de RIA in kwestie heeft opgesteld, een departement of een intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid is, is het hergebruik toegestaan (art. 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 betreffende het hergebruik van overheidsinformatie bij de diverse departementen binnen de Vlaamse ministeries en bij de intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid). De bevoegde leidinggevende van de entiteit die de RIA in kwestie heeft opgesteld, beslist over de voorwaarden van het hergebruik en kan daartoe de modellicentie, gevoegd als bijlage I bij het ministerieel besluit van 8 oktober 2007 met betrekking tot vastlegging van de modellicentie inzake hergebruik van overheidsinformatie, gebruiken.

Indiening van de RIA in het Vlaams Parlement

Na de definitieve goedkeuring van een ontwerpdecreet door de Vlaamse Regering moet de bevoegde minister ook de RIA toevoegen aan het regelgevingsdossier dat wordt ingediend in het Vlaams Parlement. Deze procedure is opgenomen in de omzendbrief VR 2012/11 betreffende de samenwerking tussen de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement.

3.4.        Relatie met andere toetsen

Een van de doelstellingen van reguleringsimpactanalyse is om de veelheid van ‘toetsen’ over Vlaamse regelgeving te stroomlijnen en zoveel mogelijk te integreren .

RIA-toepassingsgebied geldt ook voor specifieke wetgevingstoetsen

 

Het RIA-toepassingsgebied en de bijhorende uitzonderingsgronden zijn ook van toepassing op de andere specifieke wetgevingstoetsen. Een uitzonderingsgrond geldt dus ook voor andere wetgevingstoetsen. Een specifieke wetgevingstoets heeft dus geen ruimer toepassingsgebied.

 

Dit betekent niet dat voor elk regelgevingsdossier waarvoor een RIA moet worden opgemaakt, automatisch ook alle specifieke wetgevingstoetsen worden toegepast. Vanuit een proportionele toepassing, moet per dossier de relevantie van een specifieke wetgevingstoets bekeken worden. Hiervoor werd een ‘quick scan voor een duurzaamheidsbeoordeling’ ontwikkeld. Deze zal gebruikt worden om de motivering of een specifieke wetgevingstoets al dan niet nodig is te onderbouwen. Deze quick scan is terug te vinden op http://do.vlaanderen.be/QuickscanDO.

 

In concreto gaat het vandaag om de aankondiging van een inclusietoets, een armoedetoets, een duurzaamheidsbeoordeling, een Brusseltoets en de hervorming van de jongeren- en kindeffectenrapportage (JoKER).

Weerslag op de lokale besturen en weerslag op het personeelsbestand

Bij deze uitbreiding van het RIA-toepassingsgebied tot specifieke wetgevingstoetsen is wel een voorbehoud te maken met betrekking tot de bestaande verplichting om de bestuurlijke impact van nieuwe regelgeving in te schatten. Deze verplichtingen blijven bestaan voor elke nota aan de Vlaamse Regering.

Sinds 2001 bestaat een verplichting om in elke nota aan de Vlaamse Regering een rubriek ‘impact op de lokale besturen’ te gebruiken. In deze rubriek wordt telkens een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving en becijfering van de weerslag voor de gemeenten, de OCMW’s, de intercommunales of de provincies weergegeven en een volgend onderscheid gemaakt:

a) Personeel:

b) Werkingsuitgaven:

c) Investeringen en schuld:

d) Ontvangsten:

e) Conclusie:

 

Deze verplichting is opgenomen in het huishoudelijk reglement van de Vlaamse Regering en in de omzendbrief VR 2001/39 betreffende de weerslag van beslissingen op de lokale besturen.

 

In elke nota aan de Vlaamse Regering moet in een afzonderlijke rubriek “Weerslag van het voorstel op het personeelsbestand en de personeelsbudgetten” het effect van het voorstel op het personeelsbestand en op de personeelsbudgetten worden uiteengezet. Deze verplichting blijft voor elke nota aan de Vlaamse Regering bestaan.

 

Indien een RIA wordt opgemaakt volstaat het voor beide bestuurlijke toetsen om in de nota aan de Vlaamse Regering te verwijzen naar het bijgevoegde RIA-document voor meer gedetailleerde informatie.

JoKER

Sinds 1997 bestaat de decretale verplichting tot opmaak van een kindeffectrapport bij voorontwerpen van decreet die het belang van personen jonger dan 18 jaar, kinderen, rechtstreeks raken. Sinds 1 januari 2009 werd deze effectrapportage verruimd tot personen jonger dan 25 jaar en werd het kind- en jongere-effectrapport (JoKER) geïntroduceerd en afgestemd op de RIA.

 

Volgens artikel 4 van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid wordt bij elk ontwerp van decreet dat wordt ingediend bij het Vlaams Parlement een kind- en jongereneffectrapport, afgekort JoKER, gevoegd, als de voorgenomen beslissing het belang van personen jonger dan vijfentwintig jaar rechtstreeks raakt.

 

Voor de beoordeling van de toepassing van deze verplichting gelden ook de RIA-uitzonderingsgronden. Er kan dus geen JoKER worden opgemaakt wanneer niet tegelijkertijd een RIA wordt opgemaakt. Voor de inschatting van de rechtstreekse impact op jongeren kan tevens gebruik gemaakt worden van de ‘quick scan voor een duurzaamheidsbeoordeling’.

 

Wanneer een RIA-advies wordt gevraagd via de procedure van wetgevingsadvies wordt automatisch ook advies gevraagd over de JoKER. Het JoKER-advies wordt geïntegreerd in het RIA-advies en hiervoor geldt dezelfde termijn.

 

Meer informatie over de JoKER is terug te vinden op http://www.sociaalcultureel.be/jeugd/joker.aspx.  

 


Armoedetoets

Op 14 maart 2014 keurde de Vlaamse Regering de implementatie van de armoedetoets binnen de Vlaamse overheid goed (VR PV 2014/10 - punt 0039). 

Een armoedetoets is het resultaat van een participatief proces waarlangs overheidsactoren, in dialoog met andere betrokken actoren, het beleid bij het ontwerp of de uitvoering screenen op de mogelijke impact die het zal hebben of heeft gehad op armoede, op mensen in armoede of op ongelijkheid die tot armoede kan leiden. Die andere actoren zijn enerzijds actoren die over ervaringskennis beschikken en actoren die over wetenschappelijke kennis beschikken. Bij nieuwe of wijzigende regelgeving moet in het kader van de armoedetoets ook nagegaan worden of eventuele rechten die door die regelgeving vastgesteld worden, automatisch toegekend kunnen worden. Als dat niet mogelijk is, wordt dat in de RIA, in de rubrieken uitwerking, uitvoering en administratieve lasten, gemotiveerd en wordt aangegeven hoe ervoor gezorgd zal worden dat mensen in armoede hun rechten wel kunnen uitoefenen. De armoedetoets draagt op die manier bij tot kwaliteitsvolle regelgeving.

Het participatieve proces in het kader van de armoedetoets vindt zijn weerslag in het RIA-document dat bij de agendering op de Vlaamse Regering bij de regelgevende tekst wordt gevoegd. Wanneer een RIA-advies wordt gevraagd via de procedure van wetgevingsadvies wordt automatisch ook advies
gevraagd over de Armoedetoets. Het Armoedetoets-advies wordt geïntegreerd in het RIA-advies en hiervoor geldt dezelfde termijn. Het advies over de
armoedetoets wordt gegeven onder coördinatie van de bevoegde administratie: de afdeling Welzijn en Samenleving van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

Cf. hierboven geldt het RIA-toepassingsgebied ook voor een armoedetoets. Dat betekent niet dat voor elk regelgevingsdossier waarvoor een RIA moet worden opgemaakt, automatisch ook een armoedetoets wordt toegepast. Vanuit een proportionele toepassing moet per dossier de relevantie van de armoedetoets bekeken worden. Er wordt dan ook gewerkt in twee stappen. In een eerste fase wordt nagegaan of er een effect te verwachten is op mensen in armoede. De ontwikkelde ‘quickscan voor een duurzaamheidsbeoordeling’ zal daarbij gebruikt worden. Als uit die eerste stap blijkt dat er een effect te verwachten is op (mensen in) armoede, wordt een meer diepgaande armoedetoets uitgevoerd. 

Een degelijk uitgevoerde armoedetoets vraagt voorbereiding in tijd en ruimte om de inbreng van expertise, zowel ervaringskennis als wetenschappelijke kennis, te kunnen waarmaken. Het proces in het kader van de armoedetoets moet dan ook opgestart worden bij het begin van het beleidsproces, zodra er een intentie is om nieuwe regelgeving op te maken of regelgeving te wijzigen. Dat vraagt transparantie over het beleidsproces en de ontwerpteksten. Bij elke stap (dialoog of aangeleverde teksten) moet voldoende tijd uitgetrokken worden 

De functioneel bevoegde minister en administratie zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van een armoedetoets. In het hele proces worden minstens het Netwerk tegen Armoede en het Vlaams Armoedesteunpunt (VLAS) betrokken. Op die manier wordt beleidskennis gekruist met ervaringskennis en wetenschappelijke kennis. Ook opgeleide ervaringsdeskundigen kunnen bijdragen aan het binnenbrengen van ervaringskennis. Binnen de functioneel bevoegde administratie wordt de aandachtsambtenaar voor armoedebestrijding erbij betrokken. De lijst van aandachtsambtenaren is te vinden via http://www.vlaanderen.be/armoede.

Bij het begin van de legislatuur maakt het horizontaal permanent armoedeoverleg, op basis van het regeerakkoord, de beleidsnota’s en  regelgevingsagenda’s, een advies op over de dossiers waar het aangewezen is een armoedetoets op uit te voeren. Die oefening wordt jaarlijks geëvalueerd en geactualiseerd aan de hand van de beleidsbrieven en regelgevingsagenda’s. De bevoegde minister maakt binnen het verticaal permanent armoedeoverleg concrete afspraken met de betrokken actoren (minstens het Netwerk tegen Armoede en het VLAS) over de dossiers waarop effectief een armoedetoets zal worden uitgevoerd en desgevallend de wijze waarop het proces van de armoedetoets uitgewerkt zal worden.

Meer informatie over de Armoedetoets is terug te vinden op http://www.vlaanderen.be/armoede.  


Toekomstige toetsen

Nieuwe wetgevingstoetsen zullen op eenzelfde manier geïntegreerd worden in het RIA-document. In concreto gaat het om de aankondiging van een inclusietoets, een armoedetoets, een Brusseltoets en een duurzaamheidsbeoordeling,

4. Compensatieregel voor administratieve lasten

4.1.        Wat is de compensatieregel voor administratieve lasten

De Compensatieregel houdt in dat elke belangrijke stijging of daling van administratieve lasten ten gevolge van nieuwe of een wijziging van bestaande Vlaamse regelgeving gemeten moet worden. Deze meting wordt vervolgens opgenomen in een monitoring op het niveau van het betrokken beleidsdomein. Voor elke belangrijke stijging van administratieve lasten is het de bedoeling dat deze gecompenseerd moet worden door een even grote daling van de bestaande administratieve lasten.

 

De compensatie moet worden bereikt op het niveau van het beleidsdomein en is niet tijdgebonden. Het is dus niet vereist dat de compensatie binnen hetzelfde regelgevingsdossier wordt bereikt.

4.2.        Toepassingsgebied

De compensatieregel is alleen van toepassing op regelgeving die op initiatief van de Vlaamse Regering wordt goedgekeurd.

 

Vanaf 2012 moet enkel nog een  stijging of daling van administratieve lasten gemeten worden met een belangrijke maatschappelijke impact. Het RIA-toepassingsgebied en de bijhorende uitzonderingsgronden zijn ook van toepassing op de compensatieregel voor administratieve lasten.

 

Dit betekent niet dat voor elk regelgevingsdossier waarvoor een RIA moet worden opgemaakt, automatisch ook een meting van administratieve lasten moet worden uitgevoerd. Vanuit een proportionele toepassing, moet per dossier de relevantie van een meting bekeken worden. Aan de dienst Wetsmatiging kan vooraf advies gevraagd worden over het toepassingsgebied maar uiteindelijk oordeelt de bevoegde minister oordeelt per dossier of een meting relevant is of niet.

 

Omgekeerd kan een minister ook kiezen om op vrijwillige basis een meting van de administratieve lasten uit te voeren. Indien hij deze meting wenst te laten opnemen in de monitoring van de compensatieregel voor administratieve lasten, dan moet hij deze meting laten verlopen volgens dezelfde procedureregels, zoals opgenomen in punt 4.4.

4.3.        Methodiek

Om deze compensatieregel consistent te kunnen monitoren, is het vereist dat de stijgingen en dalingen van administratieve lasten volgens de Standaard Kosten methodiek worden gemeten.

 

Administratieve lasten zijn de kosten die doelgroepen moeten maken om te voldoen aan informatieverplichtingen van de overheid (bijvoorbeeld: een formulier invullen, een financieel plan opstellen, een subsidieaanvraag indienen, een erkenningsdossier indienen, ...). Meer informatie over het begrippenkader en het meten van administratieve lasten vindt u in de handleiding Meten om te Weten. (http://www.bestuurszaken.be/wetsmatiging.be)

 

De samenstellende bestanddelen van administratieve lasten zijn:

-   tijd = aantal minuten dat de actor besteedt aan het naleven van de informatieverplichting, (zie ook de tijden die de dienst Wetsmatiging voorstelt bij een aantal standaardhandelingen)

-   tarief = bruto-uurloon van de actor, inclusief 25% overhead, (zie ook de standaardtarieven die de dienst Wetsmatiging voorstelt)

-   aantal actoren die de verplichting moeten naleven ,

-   periodiciteit = aantal keer per jaar dat de actor de verplichting moet naleven,

-   Out-of-pocketkosten = reële uitgaven die actoren doen bij het naleven van de informatieverplichtingen. Bv. de kostprijs van een aangetekende zending,

-   Externe kosten = kost van het uitbesteden van een informatieverplichting aan een professional zoals bv. een boekhouder, een sociaal secretariaat. De volledige kostprijs (het factuurbedrag) van deze uitbesteding wordt meegerekend.

 

Een meting van administratieve lasten moet steeds worden uitgedrukt in euro, per (sub)doelgroep en met vermelding van een totaal. De brongegevens voor het gebruikte cijfermateriaal moeten vermeld worden. Ook eigen ervaring of ervaring van collega’s kan een bron zijn. Ook veronderstellingen, extrapolaties en keuzes die men maakt bij het inschatten van de administratieve lasten worden omschreven.

4.4.        Procedure

Er zijn een aantal procedurele afspraken voor de toepassing van de compensatieregel voor administratieve lasten.

Opname in de regelgevingsagenda

Bij elk regelgevingsinitiatief dat wordt opgenomen in de regelgevingsagenda moet vermeld worden of een stijging of daling van administratieve lasten wordt gemeten.

 

Aanvraag wetgevingsadvies

Voor de agendering op de Vlaamse Regering moet over administratieve lasten een advies worden gevraagd via de procedure van wetgevingsadvies. Deze procedure is opgenomen in de omzendbrief VR 2009/4 betreffende de wetgevingstechniek.

 

Een advies m.b.t. de noodzaak, eventuele alternatieven voor de administratieve lasten en de eventuele meting van de administratieve lasten komt aan bod in het RIA-advies. In dit RIA-advies wordt ook specifiek geadviseerd  over het correct gebruik van de methodiek.

 

Indien geen RIA wordt opgemaakt, wordt een afzonderlijk advies over de administratieve lasten en het correct gebruik van de methodiek bij een eventuele meting verstrekt en dit met het oog op een opname in de monitoring van de compensatieregel voor administratieve lasten.

Agendering op de Vlaamse Regering

In de nota aan de Vlaamse Regering die de ontwerpregelgeving vergezelt, moet u onder de hoofdrubriek ‘kwaliteit van de regelgeving’ een RIA-subrubriek opnemen. In deze RIA-subrubriek moet u vermelden of er een relevante wijziging is van de administratieve lasten die opgenomen wordt in de monitoring van de compensatieregel voor administratieve lasten.  Voor de meting van de administratieve lasten zelf kan verwezen worden naar de RIA die als bijlage bij de nota aan de Vlaamse Regering is toegevoegd.

 

De aanwezigheid van dergelijke paragraaf wordt door de Secretarie van de Vlaamse regering gecontroleerd. Als de nota aan de Vlaamse Regering de vereiste RIA-rubriek niet bevat, kan die niet worden geagendeerd.

 

De RIA, met in voorkomend geval de bijhorende meting van de administratieve lasten, moet als bijlage bij de nota aan de Vlaamse Regering worden toegevoegd. Deze procedure is opgenomen in het huishoudelijk reglement van de Vlaamse Regering.

Definitieve goedkeuring VR

Met het oog op een betrouwbare monitoring van de compensatieregel voor administratieve lasten moet de meting van de administratieve lasten overeenstemmen met de uiteindelijk goedgekeurde regelgeving.

 

Daarom moet de meting van de administratieve lasten  worden aangepast indien er bij deze tweede en definitieve goedkeuring wijzigingen worden aangebracht die een invloed hebben op de administratieve lasten. Ook hier moet rekening worden gehouden met het proportionaliteitsbeginsel. De aanpassing kan zich bv. beperken tot het louter vermelden dat de gegevens niet langer correct zijn of het toepassingsgebied werd uitgebreid met een nieuwe doelgroep, zonder dat de aangepaste meting van de administratieve lasten werd toegevoegd.

Vanaf de definitieve goedkeuring door de Vlaamse Regering wordt de meting van de administratieve lasten opgenomen in de compensatieregel voor administratieve lasten, tenzij nog verdere metingen uitgevoerd worden op een later moment in de besluitvorming (bv. bij goedkeuring van ministeriële besluiten). Indien deze besluitvorming niet op de Vlaamse Regering wordt geagendeerd, kunnen de resultaten van deze verdere metingen gerapporteerd worden aan de dienst Wetsmatiging via compensatieregel@vlaanderen.be.

 

 

Minister-president van de Vlaamse Regering

Kris Peeters

Vlaams minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en armoedebestrijding,

Ingrid Lieten

 

Vlaams minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand

Geert Bourgeois

 

Vlaams minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport

Philippe Muyters