Titel: Omzendbrief VR 2013/21: Regeling van de procedure van beslaglegging op goederen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest
Aard document: Omzendbrief
Datum document: 22/11/2013
Datum publicatie BS:
Download Worddocument

Regeling van de procedure van beslaglegging op goederen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest




Omzendbrief VR 2013/21

Datum: 22 november 2013

 

Deze omzendbrief heft de omzendbrief VR 2006/21 betreffende regeling van de procedure van beslaglegging op goederen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaams Gewest op.

Toepassingsgebied van de omzendbrief

Deze omzendbrief is alleen van toepassing op de beslagen op de tegoeden van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, en dus niet op de beslagen op de tegoeden van de intern verzelfstandigde agentschappen met rechtspersoonlijkheid of de extern verzelfstandigde agentschappen.

Onder entiteiten wordt in deze omzendbrief verstaan: Departementen, IVA’s zonder rechtspersoonlijkheid en DAB’s.

 

De goederen die toebehoren aan de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest zijn in principe niet vatbaar voor beslag.  Er zijn twee uitzonderingen op dat principe:

1° de goederen waarvan de bevoegde overheid overeenkomstig artikel 1412bis, §2, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek verklaard heeft dat ze in beslag genomen kunnen worden;

2° de goederen waarvan de schuldeiser oordeelt dat ze kennelijk niet nuttig zijn voor de uitoefening van de taak van de overheid of de continuïteit van de openbare dienst. Die goederen kunnen in beslag genomen worden als de goederen, vermeld in 1°, niet volstaan tot voldoening van de schuldeiser.

 

Deze omzendbrief regelt in deel 1 de procedure voor het beslag op de tegoeden op de financiële rekening die opgenomen werd in de verklaring, vermeld in artikel 1412bis, §2, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, en in deel 2 de procedure voor het beslag onder derden op de andere financiële rekeningen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest.

Deel 1: Beslag op de goederen, opgenomen in de verklaring, conform artikel 1412bis, §2, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek

Deel 1.A Procedure bij uitvoerend beslag

1.1               Het voor het beslag noodzakelijke bedrag wordt door de financiële instelling ambtshalve afgenomen van de rekening die opgenomen is in de verklaring, vermeld in artikel 1412bis van het Ger.W. [1]  De financiële instelling moet de in beslag genomen middelen afzonderen op een aparte, geblokkeerde rekening die gecrediteerd wordt.

 

1.2               Na de betekening van het uitvoerend beslag deelt de financiële instelling binnen één werkdag aan de secretaris-generaal van het Departement Financiën en Begroting (FB) het beslagen bedrag en de dossiergegevens mee. Hiertoe bezorgt hij een kopie van de akte houdende het beslag aan de secretaris-generaal van het Departement FB.

 

1.3               Op basis van de aangeleverde informatie deelt de secretaris-generaal van het Departement FB binnen twee werkdagen aan de bevoegde ministers en de leidende ambtenaren van de bevoegde entiteiten de beslaglegging mee met eventuele opgave van de verdeelsleutel.

 

Als de betrokken leidende ambtenaren de bevoegdheid in het dossier betwisten, geven ze aan welke entiteiten ze wel bevoegd achten en waarom.  Als de laatstgenoemde entiteiten ook hun bevoegdheid betwisten, kan een arbitrageprocedure bij de leidend ambtenaar van het Departement Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid (DAR) ingeleid worden binnen vier werkdagen na de mededeling van de secretaris-generaal van het Departement FB.  Alle betrokken partijen dienen binnen die termijn van vier werkdagen een dossier in ter staving van hun standpunt.  De betrokken leidende ambtenaren brengen steeds de secretaris-generaal van het Departement FB op de hoogte van de aanvaarding of betwisting van de bevoegdheid in het dossier.  De leidend ambtenaar van het Departement DAR wijst vervolgens na ontvangst van de betwisting binnen vijf werkdagen de bevoegde entiteiten aan (met eventuele opgave verdeelsleutel) [na advies van de afdeling Kanselarij] en brengt meteen daarna de entiteiten, de bevoegde ministers en de secretaris-generaal van het Departement FB op de hoogte van de genomen beslissing.

 

1.4               De bevoegde entiteiten moeten tijdig verzet aantekenen bij de bevoegde beslagrechter als ze het beslag willen betwisten en brengen de secretaris-generaal van het Departement FB, de financiële instelling en de gerechtsdeurwaarder hiervan op de hoogte.

 

1.5               Bij voorkeur worden er na de betekening van het uitvoerend beslag geen betalingen meer uitgevoerd door de bevoegde entiteiten, om onverschuldigde betalingen te vermijden.  Als die betalingen echter niet te vermijden zijn, brengen de bevoegde entiteiten meteen de secretaris-generaal van het Departement FB, de financiële instelling en de gerechtsdeurwaarder hiervan op de hoogte met vermelding van het kenmerk van het beslagdossier en het betalingsdossier en moeten de bevoegde entiteiten tijdig verzet aantekenen conform punt 1.4.

 

1.6               Overeenkomstig artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2009 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering geeft de secretaris-generaal van het Departement FB na de beslissing in punt 1.3, eerste zin, binnen één werkdag aan de bevoegde entiteiten de dwingende opdracht om binnen drie werkdagen volgend op de opdracht voor het beslag na te gaan of ten voordele van de verzoekende partij een vastlegging is genomen voor de verbintenis die aanleiding heeft gegeven tot het leggen van het uitvoerend beslag.  Het encours op deze vastlegging dient het uitvoerend beslag volledig te dekken.  Indien het encours onvoldoende is of geen vastlegging werd aangemaakt zal binnen drie werkdagen volgend op de opdracht voor het beslag hetzij de vastlegging worden verhoogd en goedgekeurd, hetzij een nieuwe vastlegging ten belope van het uitvoerend beslag en ten voordele van de verzoekende partij worden aangemaakt en goedgekeurd.  Op deze vastlegging wordt onmiddellijk een factuur  - met betalingswijze “Manueel”,  betalingsgroep “Manueel beslag” en betalingsvoorwaarden “999NET” - ingevoerd en goedgekeurd.  Deze aanrekeningen gebeuren op de daartoe geëigende begrotingspost, voor zover de beschikbare middelen hierop toereikend zijn.  In het tegengestelde geval wijst de secretaris-generaal van het Departement FB gelijktijdig de begrotingspost aan met de grootste onbenutte budgettaire reserve (exclusief transferartikelen naar andere Vlaamse entiteiten en niet op basisallocaties waarop ten gevolge van de kredietblokkering onvermijdbare kredietoverschrijdingen kunnen worden verwacht) van waaruit het restant dwingend herschikt wordt, zodat de eventuele vereiste aanrekeningen op de geëigende begrotingspost binnen drie werkdagen mogelijk wordt.

 

Als het beslag groter is dan het hierop beschikbare saldo, zal het Departement FB een dwingende herschikking voorstellen vanuit meerdere begrotingsposten.  De bevoegde entiteit kan echter binnen die termijn éénzelfde herschikking voorstellen op andere begrotingsposten die onder haar bevoegdheid vallen, opdat de vastlegging kan worden genomen.

Tijdens die drie werkdagen ziet de controleur van de vastleggingen erop toe dat de vereiste reserveringen voorhanden zijn. In geval de bestaande vastlegging werd verhoogd of een nieuwe werd aangemaakt, hecht hij zijn visum eraan.

 

Als het beslag de grootte van de kredieten, toegewezen aan de bevoegde entiteit, overtreft, zal, conform artikel 1, §2, 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 1995, het saldo van de uitgave ten laste genomen worden van het Vlaams Fonds voor de Lastendelging (VFLD). Bij de begrotingscontrole of bij ontstentenis hiervan, uiterlijk bij de opmaak van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap van het daaropvolgende jaar, wordt voor het saldo van de uitgave in de vorige zin, tegelijkertijd een ontwerp van beslissing ingediend tot verhoging van de dotatie van het VFLD met dit bedrag en tot vermindering voor eenzelfde bedrag van de kredieten van de entiteiten, bevoegd voor het dossier ten gronde.  Het uitstaande saldo van die uitgave van het VFLD bedraagt (rekening houdend met de uitgevoerde terugstortingen van de geblokkeerde, aparte rekening en de uitgevoerde compensaties op de kredieten van de entiteiten, bevoegd voor het dossier ten gronde waaruit de vordering voortvloeit) maximaal 5 miljoen euro.

 

1.7               Eventuele bijkomende aanrekeningen worden doorgevoerd niettegenstaande eventuele bevoegdheidsbetwisting.  Als met toepassing van de procedure, vermeld in punt 1.3, de bevoegdheidsverdeling in het dossier herzien wordt, wordt de genomen blokkerende vastlegging opgeheven en geeft de secretaris-generaal van het Departement FB na ontvangst van de aanvaarding door de betrokken entiteiten of na ontvangst van de beslissing van de leidend ambtenaar van het Departement DAR binnen één werkdag de bevoegde entiteiten de dwingende opdracht om conform punt 1.6 binnen drie werkdagen volgend op de opdracht voor het beslag een blokkerende vastlegging te nemen.

 

1.8               Als de financiële instelling verplicht wordt het bedrag van het beslag aan de gerechtsdeurwaarder af te geven, brengt de financiële instelling de secretaris-generaal van het Departement FB hiervan meteen op de hoogte. De secretaris-generaal van het Departement FB geeft dan de opdracht aan de bevoegde entiteiten de blokkerende vastlegging meteen te ordonnanceren, om de termijn tussen de afgifte van het bedrag van het beslag en de aanzuivering ervan zo kort mogelijk te houden.

Deel 1.B Procedure bij bewarend beslag

Een schuldeiser legt een bewarend beslag op de goederen (bv. financiële tegoeden) van een schuldenaar om zich te verzekeren van de betaling van zijn schuldvordering.  Daartoe vraagt hij in de meeste gevallen aan de beslagrechter de toestemming die aan de beslagene wordt betekend met een deurwaardersexploot.  Aangezien een bewarend beslag alleen gelegd mag worden in gevallen van urgentie (artikel 1413 Ger.W.) en bij een gevaar voor insolvabiliteit van de schuldenaar, zodat de latere uitwinning in het gedrang komt, zullen bewarende beslagen op de tegoeden van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest eerder uitzonderlijk voorkomen.

 

1.9               Bij de betekening van het bewarend beslag controleert de financiële instelling het saldo van de onderstaande uitgave van het VFLD (zie hiertoe het tweede lid van punt 1.11).

 

Als het VFLD het bedrag van het beslag volledig kan compenseren, rekening houdend met de maximale uitgave, bepaald in punt 1.11, deelt de financiële instelling de gerechtsdeurwaarder mee dat er door de schuldenaar binnen drie werkdagen een bedrag ter bewaring in handen van de financiële instelling gegeven wordt.  Dat bedrag zal toereikend zijn om tot waarborg te strekken voor de schuld in hoofdsom, intrest en kosten en wordt op een aparte rekening geblokkeerd.

 

Als het VFLD het bedrag van het beslag niet volledig kan compenseren, rekening houdend met de maximale uitgave, bepaald in punt 1.11, brengt de financiële instelling de secretaris-generaal van het Departement FB hiervan meteen op de hoogte.

 

1.10            Na de betekening van het bewarend beslag deelt de financiële instelling binnen één werkdag aan de secretaris-generaal van het Departement FB het beslagen bedrag en de dossiergegevens mee.  Hiertoe bezorgt hij een kopie van de akte houdende het beslag aan de secretaris-generaal van het Departement FB.

 

1.11            Als het VFLD het bedrag van het beslag volledig kan compenseren rekening houdend met de onderstaande maximale uitgave, maakt het VFLD, conform artikel 1, §2, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 1995 houdende vaststelling van regelen betreffende de werking en het beheer van het VFLD, ter compensatie van het in bewarend beslag genomen bedrag binnen twee werkdagen een som over.

 

Het uitstaande saldo van die uitgave van het VFLD bedraagt (rekening houdend met de uitgevoerde terugstortingen van de geblokkeerde, aparte rekening en de terugbetalingen door de betrokken entiteiten, bevoegd voor het dossier ten gronde waaruit de vordering voortvloeit) maximaal 5 miljoen euro

 

1.12            Bij de ontvangst van die storting brengt de financiële instelling de gerechtsdeurwaarder op de hoogte en verzoekt hij hem om het bewarend beslag op te heffen.

 

1.13            Op basis van de aangeleverde informatie deelt de secretaris-generaal van het Departement FB binnen twee werkdagen aan de bevoegde ministers en de leidende ambtenaren van de bevoegde entiteiten de beslaglegging mee (met eventuele opgave van de verdeelsleutel). Als de betrokken leidende ambtenaren de bevoegdheid in het dossier betwisten, geven ze aan welke entiteiten zij wel bevoegd achten en waarom.  Als de laatstgenoemde entiteiten ook hun bevoegdheid betwisten, wordt er een arbitrageprocedure ingesteld als vermeld in punt 1.3.

 

1.14            Bij elk bewarend beslag tekent de secretaris-generaal van het Departement FB[2] hiertegen tijdig verzet aan bij de bevoegde beslagrechter en brengt hij de bevoegde ministers, de leidende ambtenaren van de bevoegde entiteiten, de financiële instelling en de gerechtsdeurwaarder hiervan op de hoogte.

Na het aantekenen van het verzet door de secretaris-generaal van het Departement FB nemen de bevoegde entiteiten de verdere verzetsprocedure over.

 

1.15            Als er betaald wordt nadat het bewarend beslag gelegd is, brengen de bevoegde entiteiten meteen de secretaris-generaal van het Departement FB, de financiële instelling en de gerechtsdeurwaarder hiervan op de hoogte met vermelding van het kenmerk van het beslagdossier en het betalingsdossier.

 

1.16            Conform artikel 1, §2, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 1995 wordt bij afgifte van het geblokkeerde bedrag de uitgave ten laste van het VFLD volledig terugbetaald door de entiteiten, bevoegd voor het dossier ten gronde waaruit de vordering voortvloeit (conform procedure bevoegdheidsbepaling (zie supra 1.3)), of volledig gecompenseerd op de kredieten van de entiteiten, bevoegd voor het dossier ten gronde waaruit de vordering voortvloeit. Dit gebeurt uiterlijk bij de opmaak van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap van het daaropvolgende jaar.

Als het bewarend beslag opgeheven wordt en het geblokkeerde bedrag van het beslag vrijgegeven wordt, wordt het volledige bedrag meteen teruggestort aan het VFLD.


Deel 2: Beslag onder derden op de financiële rekening van de Vlaamse Gemeenschap, conform artikel 1412bis, §2, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek

Deel 2.A Procedure bij uitvoerend beslag

2.1               In eerste instantie deelt de kassier de gerechtsdeurwaarder mee dat het beslag alleen mogelijk is als de tegeldemaking van de rekening die opgenomen is in de verklaring, vermeld in artikel 1412bis Ger.W. niet volstaat tot voldoening van de schuldeiser.

Vervolgens wijst de kassier de gerechtsdeurwaarder erop dat een algehele blokkering van alle tegoeden van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest de continuïteit van de openbare dienst in het gedrang brengt en dat daarom de procedure, vermeld in punt 2.2, gevolgd zal worden.

 

2.2               Alleen als de tegeldemaking van de rekening die opgenomen is in de verklaring niet volstaat tot voldoening van de schuldeiser, neemt de kassier ambtshalve het voor het beslag noodzakelijke bedrag af van de centrale uitgavenrekening.  De kassier moet de in beslag genomen middelen afzonderen op een aparte, geblokkeerde rekening.[3]

 

2.3               Na de betekening van het beslag deelt de kassier binnen één werkdag aan de secretaris-generaal van het Departement FB het beslagen bedrag en de dossiergegevens mee.  Hiertoe bezorgt hij een kopie van de akte houdende het beslag aan de secretaris-generaal van het Departement FB.

 

2.4               Op basis van de aangeleverde informatie deelt de secretaris-generaal van het Departement FB binnen twee werkdagen aan de bevoegde ministers en de leidende ambtenaren van de bevoegde entiteiten de beslaglegging mee (met eventuele opgave van de verdeelsleutel).

Als de betrokken leidende ambtenaren de bevoegdheid in het dossier betwisten, geven zij aan welke entiteiten zij wel bevoegd achten en waarom.  Als de laatstgenoemde entiteiten ook hun bevoegdheid betwisten, kan een arbitrageprocedure bij de leidend ambtenaar van het Departement Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid (DAR) ingeleid worden binnen vier werkdagen na de mededeling van de secretaris-generaal van het Departement FB.  Alle betrokken partijen dienen binnen die termijn van vier werkdagen een dossier in ter staving van hun standpunt.  De betrokken leidende ambtenaren brengen steeds de secretaris-generaal van het Departement FB op de hoogte van de aanvaarding of betwisting van de bevoegdheid in het dossier.  De leidend ambtenaar van het Departement DAR wijst vervolgens na ontvangst van de betwisting binnen vijf werkdagen de bevoegde entiteiten aan (met eventuele opgave verdeelsleutel) [na advies van de afdeling Kanselarij] en brengt meteen daarna de entiteiten, de bevoegde ministers en de secretaris-generaal van het Departement FB op de hoogte van de genomen beslissing.

 

2.5               Bij elk beslag tekent de secretaris-generaal van het Departement FB hiertegen tijdig verzet aan bij de bevoegde beslagrechter en brengt hij de bevoegde ministers, de leidende ambtenaren van de bevoegde entiteiten, de kassier en de gerechtsdeurwaarder hiervan op de hoogte.

Na het aantekenen van het verzet door de secretaris-generaal van het Departement FB nemen de bevoegde entiteiten de verdere verzetsprocedure over.

 

2.6               Overeenkomstig artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2009 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering geeft de secretaris-generaal van het Departement FB, na de beslissing in punt 2.4, eerste zin, binnen één werkdag aan de bevoegde entiteiten de dwingende opdracht om binnen drie werkdagen volgend op de opdracht voor het beslag na te gaan of ten voordele van de verzoekende partij een vastlegging is genomen voor de verbintenis die aanleiding heeft gegeven tot het leggen van het uitvoerend beslag.  Het encours op deze vastlegging dient het uitvoerend beslag volledig te dekken.  Indien het encours onvoldoende is of geen vastlegging werd aangemaakt zal binnen drie werkdagen volgend op de opdracht voor het beslag hetzij de vastlegging worden verhoogd en goedgekeurd, hetzij een nieuwe vastlegging ten belope van het uitvoerend beslag en ten voordele van de verzoekende partij worden aangemaakt en goedgekeurd.  Op deze vastlegging wordt onmiddellijk een factuur  - met betalingswijze “Manueel”,  betalingsgroep “Manueel beslag” en betalingsvoorwaarden “999NET” - ingevoerd en goedgekeurd.  Deze aanrekeningen gebeuren op de daartoe geëigende begrotingspost, voor zover de beschikbare middelen hierop toereikend zijn.  In het tegengestelde geval wijst de secretaris-generaal van het Departement FB gelijktijdig de begrotingspost aan met de grootste onbenutte budgettaire reserve (exclusief transferartikelen naar andere Vlaamse entiteiten en niet op basisallocaties waarop ten gevolge van de kredietblokkering onvermijdbare kredietoverschrijdingen kunnen worden verwacht) van waaruit het restant dwingend herschikt wordt, zodat de eventuele vereiste aanrekeningen op de geëigende begrotingspost binnen drie werkdagen mogelijk wordt.

 

Als het beslag groter is dan het hierop beschikbare saldo, zal het Departement FB een dwingende herschikking voorstellen vanuit meerdere begrotingsposten.  De bevoegde entiteit kan echter binnen die termijn eenzelfde herschikking voorstellen op andere begrotingsposten die onder haar bevoegdheid vallen, opdat de vastlegging kan worden genomen.

Tijdens die drie werkdagen ziet de controleur van de vastleggingen erop toe dat de vereiste reserveringen voorhanden zijn. In geval de bestaande vastlegging werd verhoogd of een nieuwe werd aangemaakt, hecht hij zijn visum eraan.

 

Als het beslag de grootte van de kredieten, toegewezen aan de bevoegde entiteit, overtreft, zal, conform artikel 1, §2, 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 1995, het saldo van de uitgave ten laste genomen worden van het Vlaams Fonds voor de Lastendelging (VFLD). Bij de begrotingscontrole of bij ontstentenis hiervan, uiterlijk bij de opmaak van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap van het daaropvolgende jaar, wordt voor het saldo van de uitgave in de vorige zin, tegelijkertijd een ontwerp van beslissing ingediend tot verhoging van de dotatie van het VFLD met dit bedrag en tot vermindering voor eenzelfde bedrag van de kredieten van de entiteiten, bevoegd voor het dossier ten gronde.  Het uitstaande saldo van die uitgave van het VFLD bedraagt (rekening houdend met de uitgevoerde terugstortingen van de geblokkeerde, aparte rekening en de uitgevoerde compensaties op de kredieten van de entiteiten, bevoegd voor het dossier ten gronde waaruit de vordering voortvloeit) maximaal 5 miljoen euro.

 

2.7               Eventuele bijkomende aanrekeningen worden doorgevoerd niettegenstaande eventuele bevoegdheidsbetwisting.  Als met toepassing van de procedure, vermeld in punt 2.4, de bevoegdheidsverdeling in het dossier herzien wordt, wordt de genomen blokkerende vastlegging opgeheven en geeft de secretaris-generaal van het Departement FB na ontvangst van de aanvaarding door de betrokken entiteiten of na ontvangst van de beslissing van de leidend ambtenaar van het Departement DAR binnen één werkdag de bevoegde entiteiten de dwingende opdracht om conform punt 2.6 binnen drie werkdagen volgend op de opdracht voor het beslag een blokkerende vastlegging te nemen.

 

2.8               Bij voorkeur worden er na de betekening van het beslag geen betalingen meer uitgevoerd door de bevoegde entiteiten, om onverschuldigde betalingen te vermijden. Als die betalingen echter niet te vermijden zijn, brengen de bevoegde entiteiten meteen de secretaris-generaal van het Departement FB, de kassier en de gerechtsdeurwaarder hiervan op de hoogte met vermelding van het kenmerk van het beslagdossier en het betalingsdossier.

 

2.9               Als de kassier verplicht wordt het bedrag van het beslag aan de gerechtsdeurwaarder af te geven, brengt de kassier de secretaris-generaal van het Departement FB hiervan meteen op de hoogte.  De secretaris-generaal van het Departement FB geeft hierop de opdracht aan de bevoegde entiteiten de blokkerende vastlegging meteen te ordonnanceren, om de termijn tussen de afgifte van het bedrag van het beslag en de aanzuivering ervan zo kort mogelijk te houden.

Deel 2.B Procedure bij bewarend beslag

Aangezien een bewarend beslag alleen gelegd mag worden in gevallen van urgentie (artikel 1413 Ger.W.) en bij een gevaar voor insolvabiliteit van de schuldenaar, zodat de latere uitwinning in het gedrang komt, zullen bewarende beslagen op de tegoeden van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest eerder uitzonderlijk voorkomen.

 

2.10            Bij de betekening van het bewarend beslag controleert de kassier het saldo van de onderstaande uitgave van het VFLD (zie hiertoe het tweede lid van punt 2.12).

 

Als het VFLD het bedrag van het beslag volledig kan compenseren, rekening houdend met de maximale uitgave, bepaald in punt 2.12, deelt de kassier de gerechtsdeurwaarder mee dat er door de schuldenaar binnen drie werkdagen een bedrag ter bewaring in handen van de kassier gegeven wordt.  Dat bedrag zal toereikend zijn om tot waarborg te strekken voor de schuld in hoofdsom, intrest en kosten en wordt op een aparte rekening geblokkeerd.

 

Als het VFLD het bedrag van het beslag niet volledig kan compenseren, rekening houdend met de maximale uitgave, bepaald in punt 2.12, brengt de kassier de secretaris-generaal van het Departement FB hiervan meteen op de hoogte.

 

2.11            Na de betekening van het bewarend beslag deelt de kassier binnen één werkdag aan de secretaris-generaal van het Departement FB het beslagen bedrag en de dossiergegevens mee.  Hiertoe bezorgt hij een kopie van de akte houdende het beslag aan de secretaris-generaal van het Departement FB.

 

2.12            Als het VFLD het bedrag van het beslag volledig kan compenseren rekening houdend met de onderstaande maximale uitgave, maakt het VFLD, conform artikel 1, §2, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 1995 houdende vaststelling van regelen betreffende de werking en het beheer van het VFLD, ter compensatie van het in bewarend beslag genomen bedrag binnen twee werkdagen een som over.

 

Het uitstaande saldo van die uitgave van het VFLD bedraagt (rekening houdend met de uitgevoerde terugstortingen van de geblokkeerde, aparte rekening en de terugbetalingen door de betrokken entiteiten, bevoegd voor het dossier ten gronde waaruit de vordering voortvloeit) maximaal 5 miljoen euro

 

2.13            Bij de ontvangst van die storting brengt de kassier de gerechtsdeurwaarder op de hoogte en verzoekt hij hem om het bewarend beslag op te heffen.

 

2.14            Op basis van de aangeleverde informatie deelt de secretaris-generaal van het Departement FB binnen twee werkdagen aan de bevoegde ministers en de leidende ambtenaren van de bevoegde entiteiten de beslaglegging mee (met eventuele opgave van de verdeelsleutel). Als de betrokken leidende ambtenaren de bevoegdheid in het dossier betwisten, geven ze aan welke entiteiten zij wel bevoegd achten en waarom.  Als de laatstgenoemde entiteiten ook hun bevoegdheid betwisten, wordt er een arbitrageprocedure ingesteld als vermeld in punt 2.4.

 

2.15            Bij elk bewarend beslag tekent de secretaris-generaal van het Departement FB[4] hiertegen tijdig verzet aan bij de bevoegde beslagrechter en brengt hij de bevoegde ministers, de leidende ambtenaren van de bevoegde entiteiten, de kassier en de gerechtsdeurwaarder hiervan op de hoogte.

Na het aantekenen van het verzet door de secretaris-generaal van het Departement FB nemen de bevoegde entiteiten de verdere verzetsprocedure over.

 

2.16            Als er betaald wordt nadat het bewarend beslag gelegd is, brengen de bevoegde entiteiten meteen de secretaris-generaal van het Departement FB, de kassier en de gerechtsdeurwaarder hiervan op de hoogte met vermelding van het kenmerk van het beslagdossier en het betalingsdossier.

 

2.17            Conform artikel 1, §2, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 1995 wordt bij afgifte van het geblokkeerde bedrag de uitgave ten laste van het VFLD volledig terugbetaald door de entiteiten, bevoegd voor het dossier ten gronde waaruit de vordering voortvloeit (conform procedure bevoegdheidsbepaling (zie supra 2.4)), of volledig gecompenseerd op de kredieten van de entiteiten, bevoegd voor het dossier ten gronde waaruit de vordering voortvloeit. Dit gebeurt uiterlijk bij de opmaak van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap van het daaropvolgende jaar.

 

Als het bewarend beslag opgeheven wordt en het geblokkeerde bedrag van het beslag vrijgegeven wordt, wordt het volledige bedrag meteen teruggestort aan het VFLD.

Uitgaven ten laste van het VFLD :

Voor alle duidelijkheid dienen de uitgaven ten laste van het VFLD, als vermeld in de punten 1.6, 1.11, 2.6 en 2.12,  en de respectievelijke uitgevoerde terugbetalingen en compensaties samengeteld te worden teneinde het uitstaande saldo te kennen. Die uitgave van het VFLD bedraagt (rekening houdend met de diverse uitgevoerde terugbetalingen en compensaties op de kredieten van de entiteiten, bevoegd voor het dossier ten gronde waaruit de vordering voortvloeit) maximaal 5 miljoen euro.

 

De minister-president van de Vlaamse Regering,

 

Kris PEETERS

Vlaams minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,

Philippe MUYTERS

 


[1] Deze verklaring werd neergelegd op het kabinet van de minister-president, Martelaarsplein 19, 1000 Brussel en bij de Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid, Kanselarij, Koolstraat 35, 1000 Brussel

[2] Zie artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de procedure van beslaglegging op goederen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest.

[3] Dit aanbod is bindend voor de beslagleggende schuldeiser als het goed op het Belgische grondgebied gelegen is en de tegeldemaking volstaat tot voldoening van de schuldeiser (artikel 1412bis, §3, lid 1 in fine, Ger.W.).

[4] Zie artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de procedure van beslaglegging op goederen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest.