Titel: Decreet kaderdecreet bestuurlijk beleid
Aard document: Decreet
Datum document: 18/07/2003
Datum publicatie BS: 22/08/2003
Download Worddocument

Decreet kaderdecreet bestuurlijk beleid

Datum 18/07/2003

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALING

Artikel 1. (... - ...)

Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

HOOFDSTUK II. ORGANISATIE VAN DE VLAAMSE ADMINISTRATIE

Artikel 2. (... - ...)

De Vlaamse administratie wordt opgebouwd op basis van homogene beleidsdomeinen.



De Vlaamse regering stelt de homogene beleidsdomeinen vast.

Artikel 3. (01/01/2016- ...)

Per homogeen beleidsdomein wordt een Vlaams ministerie opgericht. Een Vlaams ministerie bestaat uit een departement en, desgevallend, intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid.



Per homogeen beleidsdomein kunnen intern verzelfstandigde agentschappen met rechtspersoonlijkheid en extern verzelfstandigde agentschappen worden opgericht.



Per homogeen beleidsdomein kunnen adviesraden worden opgericht bij een departement of een agentschap.



Per homogeen beleidsdomein richt de Vlaamse regering een beleidsraad op. De beleidsraad is het forum waarop het politieke en het administratieve niveau overleg plegen en dat de regering ondersteunt bij de aansturing van het beleidsdomein. De regering bepaalt de samenstelling van de beleidsraad.

Artikel 4. (01/01/2015- Datum te bepalen door Vlaamse Regering)

§ 1. De beleidsondersteunende taken worden toevertrouwd aan de departementen.



In afwijking van het eerste lid kunnen beleidsondersteunende taken toevertrouwd worden aan intern verzelfstandigde agentschappen of publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen als dat de kostenefficiëntie van de beleids- en beheerscyclus van dat beleidsveld verhoogt..



§ 2. Taken van beleidsuitvoering worden toevertrouwd aan intern of extern verzelfstandigde agentschappen wanneer voldaan is aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

1° voldoende massa uitvoeringstaken voor het verzelfstandigde agentschap;

2° meetbaarheid van de door het verzelfstandigde agentschap te leveren producten of diensten;

3° reële mogelijkheid tot aansturing van het verzelfstandigde agentschap op grond van doelmatigheid, prestaties en kwaliteit;

4° reëel invulbare informatierelatie.



In afwijking van het eerste lid kunnen taken van beleidsuitvoering toevertrouwd worden aan de departementen als dat de kostenefficiëntie van de beleids- en beheerscyclus van dat beleidsveld verhoogt.



§ 3. Per homogeen beleidsdomein wordt tussen de minister, het departement en de verzelfstandigde agentschappen een structurele samenspraak en samenwerking uitgebouwd, met het oog op de optimale realisatie van de beleidsdoelstellingen, en met respect voor ieders taakstelling en verantwoordelijkheid. Vanuit hun taakstelling leveren de departementen en de verzelfstandigde agentschappen beleidsgerichte input.

Artikel 5. (... - ...)

De Vlaamse regering bepaalt de rechtspositieregeling van het personeel van de departementen, de intern verzelfstandigde agentschappen en de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen. De door de Vlaamse regering uitgewerkte regelingen voorzien in een globale interne arbeidsmarkt.

Artikel 5/1. (01/01/2015- ...)

§ 1. Voor de departementen en de intern verzelfstandigde agentschappen stelt de Vlaamse Regering, op voorstel van het hoofd van het departement of het intern verzelfstandigd agentschap, jaarlijks een ondernemingsplan vast, alsook een jaarrapport over de uitvoering van dit ondernemingsplan.



Voor de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen stelt de raad van bestuur, in samenspraak met de Vlaamse Regering, jaarlijks een ondernemingsplan vast, alsook een jaarrapport over de uitvoering van dit ondernemingsplan.



§ 2. Het ondernemingsplan omvat onder meer de beleids- en beheersdoelstellingen, zowel meerjarig als voor het komende jaar, en de operationele vertaling ervan.



§ 3. Het ondernemingsplan voor het lopende kalenderjaar wordt uiterlijk op 31 januari van dat jaar vastgesteld.



In afwijking van het eerste lid wordt het eerste ondernemingsplan van een regeerperiode uiterlijk op 31 maart van het jaar, waarop het ondernemingsplan betrekking heeft, vastgesteld.



Het jaarrapport over de uitvoering van het ondernemingsplan wordt uiterlijk op 31 januari van het volgende jaar vastgesteld.



§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud, vorm, modaliteiten, opvolging en evaluatie van de ondernemingsplannen.



§ 5. Als bij het verstrijken van een ondernemingsplan geen nieuw ondernemingsplan in werking is getreden, blijft het bestaande ondernemingsplan van toepassing tot op het ogenblik dat het nieuwe ondernemingsplan in werking treedt.



§ 6. In afwijking van paragraaf 1, tweede lid, stelt de raad van bestuur van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt het ondernemingsplan en jaarrapport vast.



§ 7. In afwijking van paragraaf 2 omvat het jaarlijkse ondernemingsplan van de Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn geen meerjarige beleids- en beheersdoelstellingen.

HOOFDSTUK III. INTERN VERZELFSTANDIGDE AGENTSCHAPPEN

AFDELING 1. INTERN VERZELFSTANDIGDE AGENTSCHAPPEN ZONDER RECHTSPERSOONLIJKHEID

Artikel 6. (01/01/2016- ...)

§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 4, § 1, tweede lid, zijn de intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid diensten van de Vlaamse Gemeenschap die belast worden met taken van beleidsuitvoering en die beschikken over operationele autonomie zoals bedoeld in artikel 7.



§ 2. De Vlaamse regering is gemachtigd om intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid op te richten.



Het oprichtingsbesluit omvat een opsomming van de doelstellingen en taken die aan het intern verzelfstandigde agentschap worden toevertrouwd. Bij het agentschap kan een raadgevend comité worden opgericht, tenzij bij het agentschap een adviesraad, als vermeld in artikel 3, derde lid, werd opgericht.



§ 3. Het hoofd van een intern verzelfstandigd agentschap is het personeelslid dat, onverminderd de mogelijkheid tot delegatie en subdelegatie van die bevoegdheid, en in voorkomend geval bijgestaan door een adjunct, hierna algemeen directeur genoemd, door de Vlaamse regering wordt belast met de algemene leiding, de werking en de vertegenwoordiging van het agentschap.



§ 4. De Vlaamse regering deelt het oprichtingsbesluit van een intern verzelfstandigd agentschap, evenals elke wijziging, opheffing of intrekking ervan, binnen de dertig dagen mee aan het Vlaams Parlement. De Vlaamse regering maakt een afschrift van dit besluit over aan het Rekenhof.

Artikel 7. (... - ...)

De intern verzelfstandigde agentschappen beschikken over operationele autonomie.



Deze operationele autonomie en de wijze waarop de Vlaamse regering in dit kader ten aanzien van het hoofd van het agentschap van haar hiërarchisch gezag kan gebruikmaken, wordt op eenvormige wijze vastgesteld door de Vlaamse regering. Er wordt in ieder geval operationele autonomie gewaarborgd inzake:



1° het vaststellen en wijzigen van de organisatiestructuur van het agentschap;



2° de organisatie van de operationele processen met het oog op de realisatie van de afgesproken doelstellingen;



3° de uitvoering van het personeelsbeleid;



4° het aanwenden van de ter beschikking gestelde middelen voor:



a) de werking van het agentschap;



b) de uitvoering van de doelstellingen en taken van het agentschap;



c) het sluiten van contracten ter verwezenlijking van de opdrachten van het agentschap;



5° de interne controle binnen het intern verzelfstandigde agentschap.



De Vlaamse regering kan specifieke delegaties aan het hoofd van het intern verzelfstandigde agentschap verlenen.

Artikel 8. (01/01/2015- ...)

...

Artikel 9. (01/01/2015- ...)

...

AFDELING 2. INTERN VERZELFSTANDIGDE AGENTSCHAPPEN MET RECHTSPERSOONLIJKHEID

Artikel 10. (01/01/2016- ...)

§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 4, § 1, tweede lid, zijn intern verzelfstandigde agentschappen met rechtspersoonlijkheid rechtspersonen die belast worden met taken van beleidsuitvoering, die onderworpen zijn aan het gezag van de Vlaamse Regering maar beschikken over operationele autonomie zoals bedoeld in artikel 7.



§ 2. Intern verzelfstandigde agentschappen met rechtspersoonlijkheid worden opgericht bij decreet.



Het oprichtingsdecreet omvat een opsomming van de doelstellingen en taken die aan het intern verzelfstandigde agentschap met rechtspersoonlijkheid worden toevertrouwd. Bij het agentschap kan een raadgevend comité worden opgericht, tenzij bij het agentschap een adviesraad, als vermeld in artikel 3, derde lid, werd opgericht.



§ 3. Een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid wordt slechts opgericht na een voorafgaande afweging van de voor- en nadelen van het verlenen van rechtspersoonlijkheid en als hieruit blijkt dat een intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid niet dezelfde voordelen kan bieden.



§ 4. De artikelen 6, § 3, 7, 24, 25, 26, 27 en 28 zijn toepasselijk op de intern verzelfstandigde agentschappen met rechtspersoonlijkheid.

HOOFDSTUK IV. EXTERN VERZELFSTANDIGDE AGENTSCHAPPEN

AFDELING 1. TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 11. (01/01/2015- ...)

§ 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de extern verzelfstandigde agentschappen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest.



§ 2. Tot de categorie van de extern verzelfstandigde agentschappen behoort elke rechtspersoon die:

1° met behoud van de toepassing van artikel 4, § 1, tweede lid, door de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest wordt opgericht voor het vervullen van taken van beleidsuitvoering, of waarin die overheden met dat doel participeren;

2° en onder een determinerende invloed staat van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, hetgeen blijkt als:

a) ofwel de werkzaamheden ervan in hoofdzaak gefinancierd of gedekt worden door de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest;

b) ofwel het beheer ervan onderworpen is aan het toezicht van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest;

c) ofwel de leden van de bestuursorganen voor meer dan de helft door de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest zijn aangewezen, in voorkomend geval met uitsluiting van de onafhankelijke bestuurders bedoeld in artikel 18, § 2;

3° met uitsluiting van volgende rechtspersonen:

a) de inrichtende macht van het Gemeenschapsonderwijs en de onderwijsinstellingen die gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap;

b) de socialehuisvestingsmaatschappijen;

c) de intern verzelfstandigde agentschappen met rechtspersoonlijkheid.



§ 3. Een extern verzelfstandigd agentschap wordt opgericht na een voorafgaande afweging van de voor- en de nadelen van externe verzelfstandiging en als hieruit blijkt dat een interne verzelfstandiging niet dezelfde voordelen kan bieden.



Als voordelen voor externe verzelfstandiging gelden minimaal:

1° de mogelijkheid te voorzien in een verregaande autonomie en onafhankelijkheid van de uitvoering;

2° het mogelijk maken van een structurele medezeggenschap of een financiële participatie van een andere overheid of andere personen.

AFDELING 2. DEELNAME IN ANDERE RECHTSPERSONEN

Artikel 12. (01/01/2015- ...)

Met uitzondering voor de participaties in het kader van de Vlaamse publiek-private samenwerkings-projecten, kunnen de extern verzelfstandigde agentschappen binnen de perken van hun maatschappelijk doel instellingen, verenigingen en ondernemingen oprichten, erin deelnemen of zich erin laten vertegenwoordigen. Ingeval deze oprichting, deelneming of vertegenwoordiging gebeurt met het oog op de uitvoering van taken van beleidsuitvoering, moet daartoe een voorafgaande machtiging door de Vlaamse regering worden verleend. De verleende machtigingen worden binnen dertig dagen meegedeeld aan het Vlaams Parlement.



Een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap kan de uitvoering van de taken van beleidsondersteuning waarmee het belast wordt niet overdragen aan de instellingen, verenigingen en ondernemingen die het opricht of waarin het deelneemt of vertegenwoordigd is.

AFDELING 3. DE PUBLIEKRECHTELIJK VORMGEGEVEN EXTERN VERZELFSTANDIGDE AGENTSCHAPPEN

ONDERAFDELING 1. DEFINITIE EN OPRICHTING

Artikel 13. (... - ...)

De publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen zijn de in artikel 11 bedoelde rechtspersonen, waarvan de rechtsvorm niet in overeenstemming is met de dwingende bepalingen van het private vennootschaps- of verenigingsrecht.



De publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen worden opgericht bij decreet.

ONDERAFDELING 2. [... (opgeh. decr. 26 juni 2015, art. 8, I: 1 januari 2015)]

Artikel 14. (01/01/2015- ...)

...

Artikel 15. (01/01/2015- ...)

...

Artikel 16. (01/01/2015- ...)

...

ONDERAFDELING 3. BESTUUR

Artikel 17. (... - ...)

Ieder publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap heeft een raad van bestuur die als college bevoegd is om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn voor de verwezenlijking van het doel van het agentschap.

Artikel 18. (19/01/2014- ...)

§ 1. De leden van de raad van bestuur worden door de Vlaamse regering aangesteld voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar die in beginsel aanvangt zes maanden na de beëdiging van een nieuwe Vlaamse regering na algehele vernieuwing van het Vlaams Parlement. Wanneer tussen de beëdiging van twee opeenvolgende regeringen minder of meer dan vijf jaar is verlopen, wordt deze termijn overeenkomstig aangepast.



Wanneer in de loop van de in het eerste lid bepaalde termijn een mandaat van lid van de raad van bestuur vrijkomt, stelt de Vlaamse regering een nieuwe mandataris aan die het mandaat overneemt voor de nog resterende looptijd ervan.



In voorkomend geval wordt het mandaat van al de zittende bestuurders ambtshalve verlengd tot wanneer de Vlaamse regering bij het verstrijken van de overeenkomstig het eerste lid bepaalde termijn de leden van de raad van bestuur heeft aangesteld.



§ 2. ...



§ 3. De door de Vlaamse regering voorgedragen leden van de raad van bestuur kunnen te allen tijde worden ontslagen door de Vlaamse regering.



In geval van ernstige redenen kunnen de onafhankelijke bestuurders te allen tijde worden ontslagen door de Vlaamse Regering, op voordracht van de raad van bestuur.



§ 4. De Vlaamse regering zal een organieke regeling inzake de vergoeding van bestuurders bepalen.

Artikel 19. (... - ...)

Als een bestuurder, rechtstreeks of onrechtstreeks, een belang van vermogensrechtelijke aard heeft dat strijdig is met een beslissing of een verrichting die tot de bevoegdheid behoort van de raad van bestuur, mag hij niet deelnemen aan de beraadslagingen van de raad van bestuur over deze verrichtingen of beslissingen, noch aan de stemming in dat verband.

Artikel 20. (09/07/2007- ...)

De bestuurders zijn verantwoordelijk voor de vervulling van de hun opgedragen taak en aansprakelijk voor de tekortkomingen in hun bestuur. Zij zijn hetzij jegens het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtreding van dit decreet, het oprichtingsdecreet van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap en de uitvoeringsbesluiten van die decreten.



Ten aanzien van de overtredingen waaraan zij geen deel hebben gehad, worden de bestuurders van die aansprakelijkheid ontheven als hun geen schuld kan worden verweten en als zij die overtredingen hebben aangeklaagd bij de Vlaamse regering binnen een maand nadat zij er kennis van hebben gekregen.

Artikel 21. (20/01/2007- ...)

§ 1. Onder voorbehoud van eventuele andere onverenigbaarheden, is het mandaat van bestuurder van een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap onverenigbaar met:

1° een mandaat in het Europees Parlement, de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement en het Brussels Hoofdstedelijk Parlement;

2° het ambt van minister of staatssecretaris en de hoedanigheid van kabinetslid van de minister onder wiens toezicht het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap valt;

3° het ambt van personeelslid van het extern verzelfstandigde agentschap, de gedelegeerd bestuurder en algemeen directeur in voorkomend geval uitgezonderd.



§ 2. Wanneer een bestuurder de bepalingen van § 1 overtreedt, beschikt hij over een termijn van drie maanden om de mandaten of functies die tot de onverenigbaarheid aanleiding geven, neer te leggen.



Als de bestuurder nalaat de onverenigbare mandaten of functies neer te leggen, wordt hij na afloop van de in het eerste lid bepaalde termijn van rechtswege geacht zijn mandaat in het agentschap te hebben neergelegd, zonder dat dit afbreuk doet aan de rechtsgeldigheid van de handelingen die hij inmiddels heeft gesteld of van de beraadslagingen waaraan hij inmiddels heeft deelgenomen. In zijn vervanging wordt voorzien overeenkomstig de bepalingen in artikel 18.

Artikel 22. (... - ...)

§ 1. De raad van bestuur en de managementfunctie van een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap worden volgens een van de volgende modellen gestructureerd:



1° de Vlaamse regering stelt de gedelegeerd bestuurder aan die belast is met het dagelijks bestuur, evenals in voorkomend geval een algemeen directeur;



2° de raad van bestuur stelt het hoofd van het agentschap aan dat belast is met het dagelijks bestuur, evenals in voorkomend geval een algemeen directeur.



§ 2. De raad van bestuur kan bevoegdheden delegeren aan de organen die hij intern opricht, alsook aan, naargelang van het geval, het hoofd of de gedelegeerd bestuurder.

ONDERAFDELING 4. TOEZICHT

Artikel 23. (01/01/2015- ...)

§ 1. Een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap staat onder het toezicht van de Vlaamse Regering.



Dat toezicht wordt uitgeoefend door een regeringsafgevaardigde aangesteld bij besluit van de Vlaamse Regering op voordracht van de bevoegde minister onder wie het agentschap ressorteert en door een regeringsafgevaardigde aangesteld bij besluit van de Vlaamse Regering op voordracht van de minister bevoegd voor Financiën en Begroting.



De regeringsafgevaardigde houdt toezicht op de overeenstemming van de verrichtingen en de werking van het agentschap met het algemeen belang en waakt over de naleving van de wetten, decreten, ordonnanties en reglementaire besluiten, het organiek statuut van het agentschap en het ondernemingsplan. De regeringsafgevaardigde aangesteld door de Vlaamse Regering op voordracht van de minister bevoegd voor Financiën en Begroting oefent dezelfde toezichtsfunctie uit als de regeringsafgevaardigde aangeduid op voordracht van de bevoegde minister onder wie het agentschap ressorteert inzake alle beslissingen met een budgettaire of financiële weerslag.



De in § 1 vermelde regeringsafgevaardigde brengt verslag uit bij de minister die hem heeft voorgedragen voor aanstelling door de Vlaamse Regering.



§ 2. De regeringsafgevaardigde of zijn plaatsvervanger zetelt met raadgevende stem in de raad van bestuur van het agentschap en in de door de raad van bestuur ingestelde comités, met uitzondering van het auditcomité van het agentschap. Hij wordt uitgenodigd op alle vergaderingen van deze bestuursorganen en wordt op dezelfde manier als de leden ervan tijdig in kennis gesteld van de dagorde en alle bijhorende documenten.



Hij is gemachtigd om zich alle documenten en inlichtingen met betrekking tot het bestuur van het betrokken agentschap, die hij nodig acht voor de uitoefening van zijn mandaat, te doen verstrekken.



Het agentschap stelt de menselijke en materiële middelen die nodig zijn voor de uitoefening van zijn mandaat ter beschikking van de regeringsafgevaardigde.



§ 3. De regeringsafgevaardigde of zijn plaatsvervanger kan bij de minister die hem heeft voorgedragen of aangewezen, binnen een termijn van vier werkdagen, een gemotiveerd beroep instellen tegen elke beslissing die hij strijdig acht met het algemeen belang, de wetten, decreten, ordonnanties en reglementaire besluiten, met het organiek statuut van het agentschap of met het ondernemingsplan. Het beroep is opschortend.



Deze termijn gaat in de dag van de vergadering waarop de beslissing genomen werd, voor zover de regeringsafgevaardigde daarop regelmatig uitgenodigd werd, en, in het tegenovergestelde geval, de dag waarop hij er kennis van heeft gekregen.



§ 4. Heeft de minister, bij wie het beroep werd ingesteld, binnen een termijn van tien werkdagen, ingaand op dezelfde dag als de in § 3 bedoelde termijn, de nietigverklaring niet uitgesproken, dan wordt de beslissing definitief.



§ 5. De nietigverklaring van de beslissing wordt door de minister aan het betrokken bestuursorgaan betekend.



§ 6. Wanneer de naleving van de wetten, decreten, ordonnanties en reglementaire besluiten, het organiek statuut van het agentschap of het ondernemingsplan het vereisen, kan de minister of de regeringsafgevaardigde het bevoegde bestuursorgaan verplichten om, binnen de door hem gestelde termijn, te beraadslagen over iedere door hem bepaalde aangelegenheid.



§ 7. De Vlaamse Regering kan de regeling inzake de deontologie en onverenigbaarheden van de regeringsafgevaardigde bepalen en stelt zijn vergoedingen vast.



§ 8. De kosten verbonden aan de uitoefening van het ambt van regeringsafgevaardigde zijn ten laste van het agentschap waarbij de toezichthouder is aangesteld.

ONDERAFDELING 5. FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 24. (... - ...)

§ 1. De publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen kunnen verplicht worden hun financiële rekeningen te hebben en hun beleggingen onder te brengen bij een door de Vlaamse regering aan te wijzen kredietinstelling.



§ 2. De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd de modaliteiten van § 1 te bepalen.



§ 3. De middelen die vanuit de begroting van de Vlaamse Gemeenschap aan de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen toegekend worden, mogen gestort worden via rekeningen die hiertoe door de Vlaamse Gemeenschap bij haar financiële instelling en op haar naam geopend worden.

Artikel 25. (... - ...)

Publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen kunnen verplicht worden de Vlaamse Gemeenschap als lasthebber aan te wijzen voor hun financieringen.



De Vlaamse regering stelt de lijst vast van de agentschappen waarvoor de Vlaamse Gemeenschap kan optreden als lasthebber bij het aangaan van leningen.

Artikel 26. (06/07/2015- ...)

De Vlaamse Regering kan publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen, rekening houdend met hun autonomie in het dagelijks functioneren, verplichten om gemeenschappelijke dienstverlening af te nemen zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering of om verzekeringen aan te gaan bij een of meer door de Vlaamse Regering aan te wijzen instellingen.

ONDERAFDELING 6. DIVERSE BEPALINGEN

Artikel 27. (... - ...)

De publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen worden met de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest gelijkgesteld voor de toepassing van de wetten en decreten betreffende de indirecte en directe belastingen waarvoor de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest bevoegd is het toepassingsgebied te bepalen.

Artikel 28. (... - ...)

§ 1. Op verzoek van een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap en met akkoord van de Vlaamse regering kunnen de door de Vlaamse regering aangestelde personeelsleden belast worden met het invorderen van de onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in naam en voor rekening van dit agentschap.



De met invordering belaste personeelsleden zijn gemachtigd om een dwangbevel uit te vaardigen. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het daartoe door de Vlaamse regering aangewezen personeelslid en wordt betekend bij exploot van een gerechtsdeurwaarder.



§ 2. Onverminderd specifieke regelingen in wetten, decreten en verordeningen, zijn de in § 1 bedoelde personeelsleden gemachtigd om, mits instemming van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap in kwestie, aan de schuldenaars van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen die bijzondere omstandigheden kunnen bewijzen, uitstel van betaling toe te staan en gedeeltelijke betalingen vooreerst op het kapitaal aan te rekenen.



De in § 1 bedoelde personeelsleden kunnen, met instemming van het betrokken publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap in kwestie, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de schuld in intresten verlenen wanneer de schuldenaar kennelijk onvermogend is.

AFDELING 4. DE PRIVAATRECHTELIJK VORMGEGEVEN EXTERN VERZELFSTANDIGDE AGENTSCHAPPEN

Artikel 29. (... - ...)

De privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen zijn de in artikel 11 bedoelde rechtspersonen, waarvan de rechtsvorm volledig in overeenstemming is met de dwingende bepalingen van het private vennootschaps- of verenigingsrecht.



Tot oprichting van een extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm kan pas worden overgegaan na een voorafgaande afweging van de voor- en de nadelen van externe verzelfstandiging in privaatrechtelijke vorm en als hieruit blijkt dat een externe verzelfstandiging in publiekrechtelijke vorm niet dezelfde voordelen kan bieden.

Artikel 30. (... - ...)

De Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest kunnen een privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap oprichten of erin deelnemen, op grond van een uitdrukkelijk hiertoe door de decreetgever verstrekte machtiging. Die machtiging stelt de beleidsuitvoerende taken vast met het oog waarop die oprichting of deelname kan plaatsvinden, alsook de personeelsleden, infrastructuur en middelen die hiertoe aan de privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen ter beschikking kunnen worden gesteld.

Artikel 31. (... - ...)

Tussen een privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap en de Vlaamse regering, die optreedt voor de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, wordt na onderhandeling een samenwerkingsovereen-komst gesloten betreffende de samenwerking tussen de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, enerzijds, en het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap, anderzijds, en, in voorkomend geval, betreffende de aanwending van de aan het agentschap ter beschikking gestelde personeelsleden, middelen en infrastructuur.



De samenwerkingsovereenkomst, evenals elke verlenging, wijziging, schorsing of ontbinding ervan, wordt door de Vlaamse regering binnen dertig kalenderdagen meegedeeld aan het Vlaams Parlement.

HOOFDSTUK V. DEELNAME VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP EN HET VLAAMSE GEWEST IN ANDERE RECHTSPERSONEN

Artikel 32. (... - ...)

Met uitzondering voor de participaties in het kader van de Vlaamse publiek-private samenwerkings-projecten, zijn de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest en de intern verzelfstandigde agentschappen met rechtspersoonlijkheid gemachtigd om op grond van het private vennootschaps- of verenigingsrecht, instellingen, verenigingen en ondernemingen op te richten of erin deel te nemen, voorzover het niet met een bevoegdheidsoverdracht gepaard gaat.

HOOFDSTUK VI. INTERNE CONTROLE EN INTERNE AUDIT

Artikel 33. (24/01/2009- ...)

De departementen, de intern verzelfstandigde agentschappen en de extern verzelfstandigde agent-schappen staan in voor de interne controle van hun bedrijfsprocessen en activiteiten.



De interne controle is in het bijzonder gericht op :

1° het bereiken van de opgelegde doelstellingen en het effectief en efficiënt beheer van risico's;

2° de naleving van regelgeving en procedures;

3° de betrouwbaarheid van de financiële en beheersrapportering;

4° de effectieve en efficiënte werking van de diensten en het efficiënt inzetten van de middelen;

5° de bescherming van haar activa en de voorkoming van fraude.

Artikel 34. (01/01/2014- ...)

§ 1. Audit Vlaanderen evalueert de interne controlesystemen van de departementen, de intern verzelfstandigde agentschappen en de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen, gaat na of ze adequaat zijn en formuleert aanbevelingen tot verbetering daarvan. Zij voert daartoe financiële audits, overeenstemmingsaudits en operationele audits uit en is gemachtigd alle bedrijfsprocessen en activiteiten te onderzoeken.



Audit Vlaanderen is tevens bevoegd voor het uitvoeren van forensische audits bij de voormelde administratieve entiteiten.



De Vlaamse regering regelt de oprichting en de interne werking van en het toezicht op deze entiteit.



De bevoegdheid en het werkterrein van Audit Vlaanderen omvat tevens de Vlaamse openbare instellingen van categorie A, zoals bedoeld in de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, en de Eigen Vermogens met rechtspersoonlijkheid, die verbonden zijn aan de in het eerste lid vermelde entiteiten.



§ 2. Om zijn bevoegdheid te kunnen uitoefenen, heeft Audit Vlaanderen toegang tot alle informatie en documenten, ongeacht de drager ervan, en tot alle gebouwen, ruimtes en installaties waar taken of bevoegdheden van de Vlaamse administratie worden uitgevoerd. Audit Vlaanderen kan aan ieder personeelslid de inlichtingen vragen die voor de uitvoering van zijn opdrachten nodig worden geacht. Ieder personeelslid is ertoe gehouden op een volledige wijze te antwoorden en alle relevante informatie en documenten te verstrekken.



§ 3. Elk personeelslid heeft het recht om Audit Vlaanderen rechtstreeks op de hoogte te brengen van onregelmatigheden die hij in de uitoefening van zijn functie vaststelt.

HOOFDSTUK VII. OVERGANG VAN PERSONEEL, GOEDEREN, RECHTEN EN VERPLICHTINGEN

Artikel 35. (... - ...)

§ 1. De Vlaamse regering regelt de toewijzing van de personeelsleden, de goederen, de rechten en verplichtingen, van de diensten, instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of van het Vlaamse Gewest, aan de departementen, de intern verzelfstandigde agentschappen en de extern verzelfstandigde agentschappen, met het oog op de uitoefening van de hun toegewezen taken.



De besluiten die krachtens het eerste lid worden vastgesteld, kunnen de van kracht zijnde decretale bepalingen wijzigen, vervangen of opheffen.



§ 2. De bevoegdheid die bij § 1 aan de Vlaamse regering wordt opgedragen, vervalt op de datum van de toewijzing van het personeel, van de goederen en van de rechten en plichten.



De besluiten die krachtens § 1 zijn vastgesteld, houden op uitwerking te hebben indien zij niet bij decreet bekrachtigd zijn binnen de 12 maanden na de datum van hun inwerkingtreding. De bekrachtiging werkt terug tot deze laatste datum.



Na de in het eerste lid bedoelde data kunnen de besluiten die krachtens § 1 zijn vastgesteld en bekrachtigd alleen bij decreet worden gewijzigd, vervangen of opgeheven.

HOOFDSTUK VIII. INFORMATIEVERSTREKKING AAN HET VLAAMS PARLEMENT

Artikel 36. (01/01/2015- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering houdt een volledig en geactualiseerd overzicht bij van alle intern en extern verzelfstandigde agentschappen, hun ondernemingsplannen en eventuele statuten, alsook van de ondernemingsplannen van de departementen.



De lijst van de intern en extern verzelfstandigde agentschappen wordt jaarlijks als bijlage bij het ontwerp van begrotingsdecreet aan het Vlaams Parlement toegestuurd.



Uiterlijk een maand na de effectieve vaststelling van de ondernemingsplannen en de jaarrapporten van de departementen, de intern verzelfstandigde agentschappen en de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen, bezorgt de Vlaamse Regering deze aan het Vlaams Parlement.



§ 2. De Vlaamse regering brengt jaarlijks verslag uit aan het Vlaams Parlement over de activiteiten van de intern en extern verzelfstandigde agentschappen en over de activiteiten van de instellingen, verenigingen en ondernemingen, bedoeld in artikelen 12 en 32.



De Vlaamse regering bezorgt de rekeningen van de intern en extern verzelfstandigde agentschappen aan het Vlaams Parlement.

HOOFDSTUK IX. OPHEFFINGSBEPALINGEN EN OVERGANGSMAATREGELEN

Artikel 37. (... - ...)

(niet opgenomen)



(De volgende regelingen worden opgeheven voor de rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of van het Vlaamse Gewest:



1° hoofdstuk II van de wet van 20 februari 1990 betreffende het personeel van de overheidsbesturen en van sommige instellingen van openbaar nut;



2° titel II en hoofdstuk 3 van titel III van het decreet van 12 december 1990 betreffende het bestuurlijk beleid;



3° de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, wat betreft de aangelegenheden geregeld in dit decreet;



4° artikel 11 van het decreet van 20 december 1996 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1997;



5° artikelen 9 en 10 van het decreet van 16 december 1997 houdende bepaling inzake kas-, schuld- en waarborgbeheer van de Vlaamse Gemeenschap;



6° artikelen 25 tot 28 van het decreet van 8 december 2000 houdende diverse bepalingen)

Artikel 38. (... - ...)

Voor de diensten, instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest en bestaan op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit decreet, blijven de bepalingen die hun rechtspositie regelen van toepassing tot op het moment dat hun organieke regelgeving aangepast is aan de bepalingen van dit decreet.

Artikel 39. (... - ...)

§ 1. In de departementen, de intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid, de intern verzelfstandigde agentschappen met rechtspersoonlijkheid en de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen wordt de dagelijkse leiding uitgeoefend door de houders van een managementfunctie van N-niveau, onverminderd artikel 6, § 3.



In voorkomend geval oefenen de houders van een projectleiderfunctie van N-niveau de dagelijkse leiding uit over het project waarmee zij zijn belast.



De houders van een management- of projectleiderfunctie en de algemeen directeur worden aangeduid overeenkomstig de reglementaire bepalingen betreffende de aanduiding en uitoefening van de management- en projectleiderfunctie van N-niveau en de functie van algemeen directeur binnen de Vlaamse overheid.



§ 2. In afwijking van § 1 worden de management- en projectleiderfuncties van N-niveau, bij de eerste bezetting, ingevuld via herplaatsing van de leidinggevenden die benoemd zijn of benoemd zijn geweest in een graad van rang A4 of A3 of een contractuele betrekking bekleden waaraan ten minste een salarisschaal van rang A4 of A3 gekoppeld is, in één van de in § 1 vermelde entiteiten of hun rechtsvoorganger.



§ 3. In afwijking van § 1 wordt in voorkomend geval de functie van algemeen directeur bij de eerste bezetting ingevuld via herplaatsing van de leidinggevenden die een graad bekleden van rang A2L.



§ 4. De Vlaamse regering of de raad van bestuur, voor de extern verzelfstandigde agentschappen die krachtens hun oprichtingsdecreet zelf het hoofd van het agentschap aanstellen, voert de herplaatsing uit. [... (geschr. decr. 15 juli 2005, art. 2, I: 4 september 2005) ]

Artikel 40. (... - ...)

De leidinggevenden die benoemd zijn of benoemd zijn geweest in een graad van rang A4 of A3 of een graad bekleden van rang A2L, en die naar aanleiding van de eerste bezetting van de management- en projectleiderfuncties van N-niveau of van de functie van algemeen directeur in de in artikel 39, § 1 bedoelde entiteiten [niet worden herplaatst, (verv. decr. 15 juli 2005, art. 3, I: 4 september 2005) ] genieten een van volgende regelingen:



1° zij krijgen door de Vlaamse regering, na overleg, een gelijkwaardige en passende functie aangeboden binnen de diensten van de Vlaamse overheid; zij behouden hun graad ten persoonlijken titel en behouden het voordeel van de salarisschaal verbonden aan hun graad;



2° zij krijgen door de Vlaamse regering, na overleg, een billijke bilateraal onderhandelde regeling aangeboden tot beëindiging van hun arbeidsrelatie.



De leidinggevenden die een contractuele betrekking bekleden waaraan tenminste een salarisschaal van rang A4 of A3 is gekoppeld, genieten enkel de sub 2° vermelde regeling.

Artikel 41. (... - ...)

Na toepassing van de herplaatsingen vermeld in artikel 39, §§ 2 en 3, worden de resterende vacante management- en projectleidersfuncties van N-niveau bij voorrang ingevuld via herplaatsing van de leidinggevenden die een graad bekleden van rang A2L, nadat zij hiervoor werden gescreend.

Artikel 42. (01/01/2015- ...)

De lopende beheersovereenkomsten worden ontbonden op de vaststellingsdatum van de ondernemingsplannen voor het jaar 2015 van de verzelfstandigde agentschappen in kwestie.



Het eindrapport betreffende de uitvoering van de beheersovereenkomst sinds de inwerkingtreding ervan, wordt uiterlijk op 31 maart 2015 vastgesteld door het orgaan dat met het vaststellen van het ondernemingsplan, respectievelijk het opmaken van het jaarrapport, vermeld in artikel 5/1, § 1 en § 6, is belast.



Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de lopende beheersovereenkomst van de Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn..

Artikel 43. (01/01/2015- ...)

De beheersovereenkomst van de Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn die geldt op 31 december 2014, blijft onderworpen aan artikel 14 tot en met 16, zoals ze gelden op 31 december 2014.