Titel: Besluit van de Vlaamse Regering houdende sommige maatregelen tot harmonisatie van de toelagen en presentiegelden aan commissarissen, gemachtigden van financiën, afgevaardigden van de Vlaamse Regering, Voorzitters en leden van niet-adviserende bijzondere commissies of van raden van bestuur van instellingen en ondernemingen die onder de Vlaamse Regering behoren
Aard document: Besluit Vlaamse Regering
Datum document: 27/01/1988
Datum publicatie BS: 16/04/1988
Download Worddocument

BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING HOUDENDE SOMMIGE MAATREGELEN TOT HARMONISATIE VAN DE TOELAGEN EN PRESENTIEGELDEN AAN COMMISSARISSEN, GEMACHTIGDEN VAN FINANCIEN, AFGEVAARDIGDEN VAN DE VLAAMSE REGERING, VOORZITTERS EN LEDEN VAN NIET-ADVISERENDE BIJZONDERE COMMISSIES OF VAN RADEN VAN BESTUUR VAN INSTELLINGEN EN ONDERNEMINGEN DIE ONDER DE VLAAMSE REGERING BEHOREN.


Officieuze coördinatie

Hoofdstuk I - Algemene bepalingen

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° commissarissen en gemachtigden van financiën : de door de Vlaamse Regering in die hoedanigheid aangewezen personen bij instellingen van openbaar nut die vallen onder toepassing van de wet van 16 maart 1954;

2° afgevaardigden van de Vlaamse Regering : de door de Vlaamse Regering in die hoedanigheid aangewezen personen bij publiekrechtelijke of privaatrechtelijke instellingen of ondernemingen;

3° voorzitters en leden van raden van bestuur of niet-adviserende bijzondere commissies : de personen die in die hoedanigheid hetzij benoemd of aangeduid werden door de Vlaamse Regering, hetzij behoren tot instellingen, ondernemingen of niet-adviserende bijzondere commissies die bij decreet of bij besluit van de Vlaamse Regering werden opgericht.

Art. 2. Voor zover aan de in artikel 1 bedoelde personen toelagen, vergoedingen en presentiegelden worden toegekend, gelden de bij onderhavig besluit vastgestelde bedragen en voorwaarden.

Art. 3. §1. Voor de vaststelling van de bij onderhavig besluit voorziene toelagen, vergoedingen en presentiegelden worden de bij dit besluit bedoelde niet-adviserende bijzondere commissies, instellingen en ondernemingen, op gemotiveerd voorstel van de bevoegde Vlaamse minister en met het akkoord van de Vlaamse minister die de financiën en de begroting in zijn bevoegdheid heeft, door de Vlaamse Regering ingedeeld in één van de hierna aangegeven categorieën :

a) categorie I : instellingen, ondernemingen of bijzondere commissies die enkel taken vervullen welke geen bijzondere buitengewone persoonlijke prestaties van de in art. 1 bedoelde personen vereisen;

b) categorie II : instellingen, ondernemingen of bijzondere commissies die taken vervullen welke buitengewone persoonlijke prestaties van de in art. 1 bedoelde personen vereisen;

c) categorie III : instellingen, ondernemingen of bijzondere commissies die bijzondere administratieve, financiële, economische of wetenschappelijke beheers- of controleopdrachten vervullen welke een bijzondere persoonlijke prestatie en verantwoordelijkheid van de in art. 1 bedoelde personen vereisen.

§2. De voorstellen tot indeling in een categorie door de bevoegde Vlaamse minister als bedoeld bij §1 hiervoor, dienen gemotiveerd te worden ten aanzien van de belangrijkheid van onder meer volgende criteria :

a) de bevoegdheidsbepaling of vereiste van bijzondere kennis of ervaring ingevolge wetten en besluiten;

b) aantal zittingen per jaar;

c) grootheid van het beheerde budget;

d) grootheid van het eigen patrimonium;

e) persoonlijke verantwoordelijkheidsgraad binnen het administratief, financieel en economisch statuut van de instelling, onderneming of bijzondere commissie;

f) aantal te onderzoeken dossiers of aangelegenheden per jaar;

g) aantal te beheren personeelseffectieven.

Hoofdstuk II - Toelagen voor Commissarissen, Gemachtigden van Financiën en Afgevaardigden van de Vlaamse Regering als gedelegeerden van de Vlaamse Regering

Art. 4. §1. Behoudens andersluidende wettelijke, decretale of algemene reglementaire bepalingen, kan door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, optredend als betaalorganisme, voor de in art. 1, 1° en 2°, bedoelde personen, aangewezen door de Vlaamse Regering, een forfaitaire jaarlijkse toelage worden betaald van :

a) 30.000 frank voor de instellingen, ondernemingen of bijzondere commissies die gerangschikt worden in de categorie I als bedoeld bij artikel 3, §1 hiervoor;

b) 45.000 frank voor de instellingen, ondernemingen of bijzondere commissies die gerangschikt worden in de categorie II als bedoeld bij artikel 3, §1 hiervoor;

c) 60.000 frank voor de instellingen, ondernemingen of bijzondere commissies die gerangschikt worden in de categorie III als bedoeld bij artikel 3, §1 hiervoor.

§2. De forfaitaire toelage voorzien bij §1 hiervoor wordt in gelijke delen per kwartaal uitbetaald, na verlopen termijn, op voorlegging van een ondertekende schuldvordering.

Zij valt ten laste van de instelling, onderneming of bijzondere commissie waarbij de bedoelde personen aangewezen worden.

Art. 5. Buiten de in artikel 4, §1 hiervoor vermelde toelagen kan door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap voor de in art. 1, 1° en 2°, bedoelde personen een presentiegeld worden betaald, vastgesteld overeenkomstig artikel 9 van onderhavig besluit.

Zij valt ten laste van de instelling, onderneming of bijzondere commissie waarbij de bedoelde personen aangewezen worden.

Hoofdstuk III - Toelagen voor de Voorzitters van niet-adviserende bijzondere commissies of van raden van bestuur van instellingen of ondernemingen die bij decreet of bij besluit van de Vlaamse Regering werden opgericht

Art. 6. Een forfaitaire jaarlijkse toelage kan toegekend worden aan de voorzitters bedoeld in art. 1, 3°.

In voorkomend geval wordt deze toelage, behoudens andersluidende wettelijke, decretale of algemene reglementaire bepalingen beperkt tot :

a) een maximum bedrag van 45.000 frank voor de instellingen, ondernemingen of bijzondere commissies die gerangschikt worden in de categorie I als bedoeld bij artikel 3, §1 hiervoor;

b) een maximum bedrag van 67.500 frank voor de instellingen, ondernemingen of bijzondere commissies die gerangschikt worden in de categorie II als bedoeld bij artikel 3, §1 hiervoor;

c) een maximum bedrag van 90.000 frank voor de instellingen, ondernemingen of bijzondere commissies die gerangschikt worden in de categorie III als bedoeld bij artikel 3, §1 hiervoor.

Deze toelage wordt in gelijke delen per kwartaal uitbetaald, na verlopen termijn, tegen voorlegging van een ondertekende schuldvordering. Zij valt ten laste van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap of van de betrokken instelling, onderneming of bijzondere commissie.

Art. 7. Voor de toepassing van onderhavig besluit worden de eventuele aangewezen ondervoorzitters, gemachtigden, beheerders of secretarissen gelijkgesteld met gewone leden.

Art. 8. Wanneer de voorzitter verhinderd is en diens functie waargenomen wordt door een ondervoorzitter of een gewoon lid kan aan deze plaatsvervangende of dienstdoende voorzitter geen forfaitaire toelage worden toegekend doch kan hem een dubbel presentiegeld worden toegekend op basis van de bedragen vastgesteld bij artikel 9 van onderhavig besluit.

Hoofdstuk IV : Presentiegelden, vergoedingen wegens reis- en verblijfkosten

Art. 9. Aan de in art. 1, 3° bedoelde personen kan een presentiegeld worden toegekend, berekend als volgt :

a) een maximum bedrag van 1.000 frank per zitting en met een maximum van 40.000 frank per jaar voor de instellingen, ondernemingen of bijzondere commissies die gerangschikt worden in de categorie I als bedoeld bij artikel 3, §1 hiervoor;

b) een maximum bedrag van 1.500 frank per zitting en met een maximum van 60.000 frank per jaar voor de instellingen, ondernemingen of bijzondere commissies die garangschikt worden in de categorie II als bedoeld bij artikel 3, §1 hiervoor;

c) een maximum bedrag van 2.000 frank per zitting en met een maximum van 80.000 frank per jaar voor de instellingen, ondernemingen of bijzondere commissies die gerangschikt worden in de categorie III als bedoeld bij artikel 3, §1 hiervoor.

[Aan de in het eerste lid bedoelde personen die gehandicapt zijn en zonder assistentie van een derde persoon de zittingen van de niet-adviserende organen niet kunnen bijwonen, kan een verhoogd presentiegeld, bovenop het bij het eerste lid vermelde presentiegeld, worden toegekend van 750 frank per zitting van een halve dag en van 1.500 frank per zitting van een hele dag.] ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 1996, art. 1 - inwerkingtreding : 1 januari 1996.

Art. 10 Per dag kan maar één presentiegeld worden toegekend.

Art. 11. Aan de in art. 1 bedoelde personen en aan de leden als bedoeld bij onderhavig besluit kunnen daarenboven ook nog reis- en verblijfkosten worden toegekend die in geen geval hoger mogen liggen dan die welke gelden voor ambtenaren van het eerste niveau van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

Voor de toepassing van voornoemd lid worden de Voorzitters van de raden van bestuur en van de bijzondere commissies, die geen ambtenaar zijn, in dit verband gelijk gesteld met ambtenaren van de rangen 15 tot 17.

Art. 12. Behoudens andersluidende algemene reglementaire bepalingen worden het presentiegeld en de vergoedingen voor reis- en verblijfkosten per kwartaal uitbetaald tegen voorlegging van een ondertekende schuldvordering die door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap of door de betrokken instelling, onderneming of bijzondere commissie wordt gewaarmerkt op basis van de gecontroleerde aanwezigheden op de zittingen.

Het presentiegeld en de vergoedingen wegens reis- en verblijfkosten vallen ten laste van de betrokken instelling, onderneming of bijzondere commissie.

Art. 13. De toelagen en presentiegelden, waarvan sprake in de art. 4, 6 en 9, ondergaan periodiek de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. De herziening gebeurt telkens na een vaste periode van twee jaar. In aanmerking worden genomen de indexcijfers die van kracht zijn in januari 1988 (zijnde 274,54) en in januari van het telkens daaropvolgend jaar van herziening.

Hoofdstuk V - Slotbepalingen

Art. 14. Voor de voorzitter bedoeld in art. 1, 3° kan de jaarlijkse vergoeding waarvan sprake in art. 6 slechts toegekend worden voor zover deze niet ten laste valt van de geldelijke tegemoetkomingen vanwege de Vlaamse Regering en aangerekend worden op eigen "inkomsten".

Art. 15. Aan de in art. 1 bedoelde personen kunnen geen andere toelagen en presentiegelden worden toegekend dan de in het besluit bepaalde.

Art. 16. Op basis van gemotiveerde voorstellen van de betrokken Vlaamse minister kan de Vlaamse Regering afwijken van de onderhavige bepalingen.

Art. 17. Dit besluit vervangt alle vroegere besluiten en beslissingen, die strijdig zijn met de regeling vervat in het onderhavige.

Art. 18. Dit besluit treedt in werking :

a) van 1 januari 1988 af voor de aan te duiden personen bedoeld in art. 1 bij alle nieuw op te richten niet-adviserende bijzondere commissies, instellingen en ondernemingen als bedoeld bij onderhavig besluit en voor de reeds aangeduide personen bedoeld in art. 1 waarvoor nog geen regeling inzake bovengenoemde toelagen en presentiegelden werd vastgesteld;

b) van 1 januari 1988 af voor de in art. 1 bedoelde personen die mandaten van onbepaalde duur uitoefenen in de op die datum bestaande bijzondere commissies, instellingen of ondernemingen als bedoeld bij onderhavig besluit;

c) van de datum waarop de mandaten van bepaalde duur van de huidige in functie zijnde personen, bedoeld in art. 1, een einde neemt en zij in een nieuw mandaat moeten worden bevestigd of als nieuw gemandateerde worden aangesteld.
Gedurende de periode van 1 januari 1988 tot het beëindigen van voornoemde mandaten wordt er in voorkomend geval een einde gesteld aan de indexering van de daarbij horende toelagen, vergoedingen en presentiegelden.

Art. 19. De leden van de regering zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 27 januari 1988