Titel: Omzendbrief VR 2015/37: Richtlijnen voor de Vlaamse Regering, de diensten en instellingen van de Vlaamse overheid en de provincies, de gemeenten en de districten voor de bevlagging van de openbare gebouwen en de uitvoering van het Vlaamse volkslied
Aard document: Omzendbrief
Datum document: 26/06/2015
Datum publicatie BS:
Download Worddocument

Richtlijnen voor de Vlaamse Regering, de diensten en instellingen van de Vlaamse overheid en de provincies, de gemeenten en de districten voor de bevlagging van de openbare gebouwen en de uitvoering van het Vlaamse volkslied

Omzendbrief VR 2013/37

Datum : 26 juni 2015


In deze omzendbrief komen de volgende onderwerpen aan bod:


I De bevlagging van openbare gebouwen

1 Toepassingsgebied

2 Actuele wetgeving

3 Bevlagging

3.1 De data waarop de Vlaamse vlag en andere officiële vlaggen moeten
worden gehesen

1° De Vlaamse vlag

2° De Belgische vlag

3° De Europese vlag

3.2 Schematisch overzicht van de data waarop de openbare gebouwen moeten
worden bevlagd

4 De orde van voorrang

5 Enkele aanbevelingen

6 Praktische raadgevingen en kwaliteitszorg


II De uitvoering van het Vlaamse volkslied

1 Relevante wetgeving

2 Richtlijnen voor de uitvoering van het Vlaamse volkslied
2.1 Gelegenheden waarop het Vlaamse volkslied gespeeld moet worden
2.2 Interpretatie van de verplichte reglementering

3 Het Vlaamse volkslied

3.1 Voorgeschiedenis

3.2 Tekst van het Vlaamse volkslied

3.3 Houding bij het beluisteren van het Vlaamse volkslied

4 Praktische informatie over het Vlaamse volkslied


III Toezicht door de provinciegouverneurs


IV Advies en informatie

I DE BEVLAGGING VAN DE OPENBARE GEBOUWEN

1 Toepassingsgebied

Deze omzendbrief bevat richtlijnen voor de Vlaamse Regering, de diensten en instellingen van de Vlaamse overheid en de provincies, de gemeenten en de districten. De richtlijnen gelden binnen het Nederlandse taalgebied en binnen het tweetalige gebied Brussel-hoofdstad voor de openbare gebouwen:

- waar diensten gevestigd zijn van de Vlaamse overheid of van instellingen die ressorteren onder de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, alsook voor de gebouwen van provincies, gemeenten en districten, inclusief gebouwen van gemeentelijke en provinciale scholen, OCMW’s en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;

- waar instellingen gevestigd zijn die wegens hun activiteiten of hun organisatie beschouwd moeten worden als instellingen die uitsluitend tot de Vlaamse Gemeenschap behoren.

Voor de toepassing van deze omzendbrief wordt onder diensten van de Vlaamse overheid verstaan:

- de departementen;

- de intern verzelfstandigde agentschappen;

- de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen;

- de kabinetten van de minister-president en de leden van de Vlaamse Regering;

- de strategische adviesraden van de Vlaamse Regering.

2 Actuele wetgeving

De regels over de bevlagging van openbare gebouwen bepalen onder meer:

- de data waarop bepaalde vlaggen moeten of mogen worden gehesen;

- de orde van voorrang of de volgorde waarin de vlaggen aan de masten moeten worden gehesen.

Relevante wetteksten:

- het koninklijk besluit van 5 juli 1974 betreffende de bevlagging van openbare gebouwen (Belgisch Staatsblad, 10 juli 1974), zoals gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 oktober 1983 (Belgisch Staatsblad, 26 oktober 1983), 23 maart 1989 (Belgisch Staatsblad, 7 april 1989), 6 september 1993 (Belgisch Staatsblad, 9 september 1993), 2 april 1998 (Belgisch Staatsblad, 4 april 1998), 3 december 2013 (Belgisch Staatsblad, 4 december 2013) en 29 mei 2015 (Belgisch Staatsblad, 8 juni 2015);

- het koninklijk besluit van 5 juli 1974 betreffende de bevlagging van openbare gebouwen met de vlag van de Nederlandse Cultuurgemeenschap (Belgisch Staatsblad, 10 juli 1974);

- het decreet van 7 november 1990 houdende vaststelling van het wapen, de vlag, het volkslied en de feestdag van de Vlaamse Gemeenschap (Belgisch Staatsblad, 6 december 1990), zoals gewijzigd bij de decreten van 13 juni 1996 (Belgisch Staatsblad, 10 juli 1996), 15 juli 1997 (Belgisch Staatsblad, 29 augustus1997) en 18 mei 1999 (Belgisch Staatsblad, 10 juli 1999);

- het decreet van 21 december 1994 houdende vaststelling van het wapen en de vlag van de provincies en gemeenten (Belgisch Staatsblad, 4 april 1995).

3 Bevlagging

3.1 De data waarop de Vlaamse vlag en andere officiële vlaggen moeten worden gehesen

De Vlaamse vlag

a) De Vlaamse vlag moet in elk geval uitgehangen worden op 11 juli, de officiële feestdag van de Vlaamse Gemeenschap. Samen met de Vlaamse vlag mogen andere officiële vlaggen gehesen worden. Daarvoor moeten de instructies voor de orde van voorrang (zie punt 4) worden gevolgd.

b) De Vlaamse vlag moet ook uitgehangen worden op dezelfde data en onder dezelfde voorwaarden als de Belgische en de Europese vlag.

Concreet betekent dit dat de Vlaamse vlag ook gehesen moet worden op de onderstaande data:

- 20 januari;

- 17 februari (halfstok);

- 7, 15 april;

- 1, 5, 8, 9 mei;

- 6 juni;

- 2, 21, 22, 23 juli;

- 11 september;

- 24 oktober;

- 11, 15 november;

- 4 december;

- dag van de Europese verkiezingen.

c) Ten slotte moet de Vlaamse vlag gehesen worden aan openbare gebouwen telkens als de Belgische of de Europese vlag wordt gehesen, ook als het niet om een officiële gebeurtenis gaat.

De Belgische vlag

De nationale vlag moet op de volgende data worden gehesen:

- 20 januari;

- 17 februari (halfstok);

- 7, 15 april;

- 1, 5, 8 mei;

- 6 juni;

- 2, 21, 22, 23 juli;

- 11 september;

- 24 oktober;

- 11, 15 november;

- 4 december.

Samen met de Belgische vlag mogen andere officiële vlaggen worden gehesen. Daarbij gelden de regels voor de orde van voorrang (zie punt 4).


De Europese vlag

De Europese vlag moet op de volgende data worden gehesen:

- 20 januari

- 17 februari (halfstok);

- 7, 15 april;

- 1, 5, 9 mei;

- 6 juni;

- 2, 21, 22, 23 juli;

- 11 september;

- 24 oktober;

- 15 november;

- 4 december;

- de dag van de Europese verkiezingen.

Samengevat betekent dat dus dat de Vlaamse, de Belgische en de Europese vlag altijd samen gehesen worden. Daarop zijn maar een paar uitzonderingen:

- op 8 mei en 11 november hoeven alleen de Vlaamse en de Belgische vlag gehesen te worden;

- op 9 mei en op de dag van de Europese verkiezingen hoeven alleen de Vlaamse en de Europese vlag gehesen te worden.


3.2 Schematisch overzicht van de data waarop de openbare gebouwen moeten worden bevlagd

In de onderstaande tabel worden de volgende afkortingen gebruikt:

- B: Belgische vlag;

- V: Vlaamse vlag;

- E: Europese vlag;

- P: vlag van de provincie;

- G: vlag van de gemeente.

De haakjes geven aan dat de vlaggen op de vermelde data mogen worden gehesen. De andere vlaggen moeten op die dagen worden gehesen, conform de regels voor de orde van voorrang (zie punt 4).

datum

reden

vlag

B

V

E

P

G

20 januari

verjaardag van H.M. Koningin Mathilde

B

V

E

(P)

(G)

17 februari (halfstok)

ter nagedachtenis van de overleden leden van de koninklijke familie

B

V

E

(P)

(G)

7 april

dag ter ere van de Belgische soldaten die overleden zijn tijdens vredesoperaties, met inbegrip van de humanitaire operaties sinds 1945

B

V

E

(P)

(G)

15 april

verjaardag van Z.M. Koning Filip

B

V

E

(P)

(G)

1 mei

Dag van de Arbeid

B

V

E

(P)

(G)

5 mei

Dag van de Raad van Europa

B

V

E

(P)

(G)

8 mei

V-dag

B

V

(E)

(P)

(G)

9 mei

Dag van de Europese Gemeenschap

(B)

V

E

(P)

(G)

6 juni

verjaardag van Z.M. Koning Albert II

B

V

E

(P)

(G)

2 juli

huwelijksverjaardag van HH. MM. Koning Albert II en Koningin Paola

B

V

E

(P)

(G)

11 juli

Feest van de Vlaamse Gemeenschap

(B)

V

(E)

(P)

(G)

21, 22, 23 juli

Nationale Feestdag

B

V

E

(P)

(G)

11 september

verjaardag van H.M. Koningin Paola

B

V

E

(P)

(G)

24 oktober

Dag van de Verenigde Naties

B

V

E

(P)

(G)

11 november

Wapenstilstand

B

V

(E)

(P)

(G)

15 november

Koningsdag

B

V

E

(P)

(G)

4 december

huwelijksverjaardag van HH. MM. Koning Filip en Koningin Mathilde

B

V

E

(P)

(G)

dag van de Europese verkiezingen

(B)

V

E

(P)

(G)

4 De orde van voorrang

Voor de officiële vlaggen bestaat een orde van voorrang. Dat betekent dat de ene vlag voor een andere komt als ze samen moeten worden gehesen.

Het aantal beschikbare vlaggen heeft een invloed op de orde van voorrang, meer bepaald of het om een even (2, 4, 6 …) of een oneven (1, 3, 5 …) aantal vlaggen gaat.

De orde van voorrang is de volgende:

1 Belgische vlag

B

2 Vlaamse vlag

V

3 Europese vlag

E

4 vlag van de provincie

P

5 vlag van de gemeente

G

Die orde van voorrang komt tot uiting aan de vlaggenmasten: het nummer van voorrang van de vlag (1, 2, 3, 4, 5 …) is hetzelfde als het nummer van de mast.

Als u het nummer van de mast wilt bepalen, gaat u - concreet of in gedachten - met uw rug tegen het te bevlaggen gebouw staan. Het heeft geen belang of de masten aan de gevel bevestigd zijn, op het dak geplaatst zijn of voor het gebouw staan.

1° Het aantal vlaggen is oneven (1, 3, 5 …)

In dit geval komt vlag 1 op mast 1, vlag 2 op mast 2 enzovoort.

5

3

1

2

4

(gebouw) ­ kijkrichting

2° Het aantal vlaggen is even (2, 4, 6 …)

Ook hier komt vlag 1 op mast 1, vlag 2 op mast 2 enzovoort.

6

4

2

1

3

5

(gebouw) ­ kijkrichting

Uit dit overzicht blijkt dat de volgorde van de vlaggen verschilt naargelang het om een even of oneven aantal vlaggen gaat.

Als een of meer vlaggen niet worden gehesen, worden de daaropvolgende vlaggen een of meer rangen naar voren geschoven. Als bijvoorbeeld de Belgische vlag niet gehesen hoeft te worden, schuiven de Vlaamse vlag, de Europese vlag, de provincievlag en de andere vlaggen één plaats naar voren.

Hetzelfde geldt als een vlag tussen de andere vlaggen geschoven wordt. De vlag van bijvoorbeeld een vreemde nationale staat komt dan op vlaggenstok 2 en alle volgende vlaggen schuiven een plaats achteruit in de orde van voorrang.

5 Enkele aanbevelingen

1° Hijsen van vlaggen op een andere datum dan is voorgeschreven

Op de dagen dat er geen vlaggen gehesen hoeven te worden, mogen een of meer andere vlaggen worden uitgehangen. Daarbij gelden de volgende regels:

a) aan de grote administratieve gebouwen van de Vlaamse overheid moet de Vlaamse vlag permanent uithangen;

b) de gemeenten en provincies zijn vrij om permanent te bevlaggen of niet. Die keuze valt onder de gemeentelijke en provinciale autonomie.

2° Themavlaggen

Als dat zinvol en mogelijk is, kunnen een of meer themavlaggen worden gehesen. Themavlaggen zijn geen officiële vlaggen, maar vlaggen die gemaakt zijn voor een speciale gelegenheid, bijvoorbeeld de vlag met het symbool van het Festival van Vlaanderen. De orde van voorrang is afhankelijk van het soort vlaggen dat gehesen wordt.

Als u de plaats van de themavlaggen wilt bepalen, gaat u - concreet of in gedachten - met uw rug tegen het te bevlaggen gebouw staan.

a) Alleen de themavlag en de Vlaamse vlag worden gehesen

Als u alleen de themavlag en de Vlaamse vlag moet hijsen, hangt u de Vlaamse vlag aan de rechtermast en de themavlag aan de linkermast.

b) De themavlag, de Vlaamse vlag en de federale (of Belgische) vlag worden gehesen

Als u de themavlag, de Vlaamse vlag en de federale (of Belgische) vlag moet hijsen, hangt u de federale (of Belgische) vlag aan de middelste mast, de Vlaamse vlag aan de rechtermast en de themavlag aan de linkermast.

3° Bevlagging bij buitengewone gebeurtenissen

Bij bijzondere gebeurtenissen geeft de overheid specifieke instructies voor de bevlagging, bijvoorbeeld bij het huwelijk of het overlijden van het staatshoofd, het
officiële bezoek van buitenlandse staathoofden, specifieke herdenkingen of andere speciale omstandigheden en tragische gebeurtenissen.

6 Praktische raadgevingen en kwaliteitszorg

Met het oog op een correcte toepassing van de reglementering moet u het aantal vlaggenmasten en de materiële toestand ervan geregeld controleren. U moet onder meer nagaan waar en op welke wijze de masten bevestigd zijn, bijvoorbeeld op het dak, aan de gevel, tegen het raam of op het trottoir voor het gebouw. Controleer ook of het hijsmechanisme naar behoren werkt en of het touwwerk in orde is.

Bij de voorgeschreven vlaggen (de Vlaamse, de Belgische, de Europese en eventueel de vlag van de provincie en de gemeente) gaat u na of de juiste heraldische kleuren of figuren zijn gebruikt. Als er meer dan één vlag wordt gehesen, moeten alle vlaggen hetzelfde formaat hebben.

Als vlaggen uitgehangen worden, ziet u erop toe dat het een mooi resultaat geeft. Dat houdt onder meer in dat de vlaggen schoon zijn en tijdig worden vervangen. U let er ook op dat ze niet rond de vlaggenmast gedraaid raken. Als het nodig is, laat u ze op en neer om ze los te schudden.

Vlaggenmasten die geïsoleerd staan, zijn sneller het voorwerp van vandalisme of van diefstal. U haalt die vlaggen ’s avonds binnen.

II UITVOERING VAN HET VLAAMSE VOLKSLIED

1 Relevante wetgeving

De volgende regelgevende teksten zijn van toepassing op de uitvoering van het Vlaamse volkslied:

- het koninklijk besluit van 5 juli 1974 betreffende de uitvoering van het volkslied van de Nederlandse Cultuurgemeenschap (Belgisch Staatsblad, 10 juli 1974);

- het ministerieel besluit van 11 juli 1985 tot vaststelling van de versie van de tekst en de notatie van de melodie van het volkslied van de Vlaamse Gemeenschap (Belgisch Staatsblad, 11 juli 1985);

- het decreet van 7 november 1990 houdende vaststelling van het wapen, de vlag, het volkslied en de feestdag van de Vlaamse Gemeenschap (Belgisch Staatsblad, 6 december 1990), zoals gewijzigd bij de decreten van 13 juni 1996 (Belgisch Staatsblad, 10 juli 1996), 15 juli 1997 (Belgisch Staatsblad, 29 augustus 1997) en 18 mei 1999 (Belgisch Staatsblad, 10 juli 1999).

2 Richtlijnen voor de uitvoering van het Vlaamse volkslied

2.1 Gelegenheden waarop het Vlaamse volkslied gespeeld moet worden

Naar analogie van de verplichte reglementering voor het hijsen van de vlag van de Vlaamse Gemeenschap legt de decreetswijziging van 18 mei 1999 (wijziging van het decreet van 7 november 1990) de uitvoering van het Vlaamse volkslied op in de onderstaande gevallen.

- Het volkslied van de Vlaamse Gemeenschap moet gespeeld worden bij officiële plechtigheden, ter gelegenheid van het Feest van de Vlaamse Gemeenschap (11 juli), georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, of een provincie of gemeente van het Nederlandse taalgebied. Het Vlaamse volkslied moet gespeeld worden bij het begin of op het einde van de plechtigheid.

Aangezien het gaat om plechtigheden ter gelegenheid van het Feest van de Vlaamse Gemeenschap, geldt de verplichting niet alleen op 11 juli zelf, maar ook op andere data rond 11 juli. Veel 11 julivieringen vinden immers op andere dagen plaats. Door de formulering in het decreet van 7 november 1990 zijn ook die officiële plechtigheden aan de verplichting onderworpen.

- Het volkslied van de Vlaamse Gemeenschap wordt uitgevoerd, bij het begin of, op het einde van de officiële plechtigheden die georganiseerd worden door de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, of een provincie of gemeente van het Nederlandse taalgebied, op de data waarvoor het hijsen van de vlag van de Vlaamse Gemeenschap is voorgeschreven (zie deel I van deze omzendbrief).

2.2 Interpretatie van de verplichte reglementering

De wettelijke bepaling over het spelen van het Vlaamse volkslied wordt zeer ruim opgevat. De verplichting geldt voor alle officiële plechtigheden op de data waarop de vlag van de Vlaamse Gemeenschap gehesen moet worden en is onafhankelijk van het feit of de plechtigheid plaatsvindt in een openbaar gebouw of op een andere plaats (bijvoorbeeld in open lucht).

De verplichting om het Vlaamse volkslied uit te voeren geldt echter niet voor elke soort plechtigheid die een officieel karakter heeft en die plaatsvindt op een van de data die in deel I van deze omzendbrief vermeld staan. De plechtigheden moeten effectief plaatsvinden naar aanleiding van de gebeurtenis waarvoor de vlag wordt gehesen. Andere officiële plechtigheden, met een ander karakter, die toevallig op dezelfde dag plaatsvinden, vallen niet onder de verplichting. Zo hoeft het Vlaamse volkslied niet uitgevoerd te worden bij de uitreiking van een literatuurprijs die toevallig plaatsvindt op 11 juli of op een andere dag waarop de Belgische vlag gehesen moet worden.

Het Vlaamse volkslied mag gespeeld worden telkens als het Belgische volkslied wordt gespeeld. Daarbij moet de onderstaande orde van voorrang gerespecteerd worden.

1° Als de volksliederen bij het begin van de ceremonie worden gespeeld respecteert u de volgende volgorde:

1 het Belgische volkslied;

2 (eventuele) buitenlandse volksliederen;

3 het Vlaamse volkslied.

2° Als de volksliederen op het einde van de ceremonie worden gespeeld respecteert u de volgende volgorde:

1 het Vlaamse volkslied;

2 (eventuele) buitenlandse volksliederen;

3 het Belgische volkslied.

3 Het Vlaamse volkslied

1° Voorgeschiedenis

De Vlaamse Leeuw is sinds 22 september 1973 het volkslied van de Nederlandse Cultuurgemeenschap. De tekst en de melodie ervan zijn officieel vastgelegd voor de Vlaamse Gemeenschap op 11 juli 1985.

Het Vlaamse volkslied bestaat uit de eerste twee strofen De Vlaamse Leeuw, op tekst van Hippoliet Van Peene en op muziek van Karel Miry. Het werd in 1847 geschreven in Gent.

2° Tekst van het Vlaamse volkslied

De Vlaamse Leeuw

Zij zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse Leeuw,

Al dreigen zij zijn vrijheid met kluisters en geschreeuw.

Zij zullen hem niet temmen, zolang één Vlaming leeft,

Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,

Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

De tijd verslindt de steden, geen tronen blijven staan.

De legerbenden sneven: een volk zal nooit vergaan .

De vijand trekt te velde, omringd van doodsgevaar.

Wij lachen met zijn woede: de Vlaamse Leeuw is daar!

Zij zullen hem niet temmen, zolang één Vlaming leeft,

zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft,

zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

3° Houding bij het beluisteren van het volkslied

Het volkslied wordt rechtstaand beluisterd, waarbij een ernstige houding wordt aangenomen: de heren blootshoofds, strak in de houding en met de armen zijdelings naast het lichaam.

4 Praktische informatie over het Vlaamse volkslied

Er zijn zeven versies van De Vlaamse Leeuw, het volkslied van de Vlaamse Gemeenschap, op cd uitgebracht. Die verschillende versies zijn voor uiteenlopend gebruik en voor verschillende omstandigheden bestemd. De cd is verkrijgbaar bij Eufoda, Blijde Inkomststraat 79-81, 3000 Leuven.

Alle partituren vindt u bij Crescendo Music bvba, Jan Van Rijswijcklaan 7, 2018 Antwerpen.

III Toezicht door de provinciegouverneurs

Krachtens het decreet van 7 november 1990 houdende vaststelling van het wapen, de vlag, het volkslied en de feestdag van de Vlaamse Gemeenschap, zijn deprovinciegouverneurs belast met het toezicht op de naleving van de decretale voorschriften door de provincies en de gemeenten van het Nederlandse taalgebied. Als de provinciale of gemeentelijke overheden de verplichtingen voor de bevlagging of voor de uitvoering van het Vlaamse volkslied niet naleven, kunnen de provinciegouverneurs ambtshalve de nodige maatregelen treffen, zoals vermeld in het decreet.

IV Advies en informatie

Als u vragen hebt of meer informatie wilt over de interpretatie van de voorschriften voor de bevlagging van de openbare gebouwen of voor de uitvoering van het Vlaamse volkslied, kunt u contact opnemen met de dienst Protocol. U vindt de contactgegevens hieronder.

Departement Internationaal Vlaanderen

Protocoldienst

Koolstraat 35

1000 Brussel

Tel.: 02 553 26 13 - Fax: 02 553 26 31

E-mail: protocol@vlaanderen.be

Geert Bourgeois,

Minister-president van
de Vlaamse Regering

Liesbeth Homans,

Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding

Deze omzendbrief vervangt de omzendbrief VR 2013/37 van 20 december 2013.