Titel: Raadgevingen voor persoonlijke voorrangen bij manifestaties van Vlaanderen
Aard document: Beslissing Vlaamse Regering
Datum document: 12/10/2010
Datum publicatie BS:
Download Worddocument

RAADGEVINGEN VOOR DE PERSOONLIJKE VOORRANGEN BIJ MANIFESTATIES VAN VLAANDEREN


Lijst dd. 12 oktober 2010

  1. De Koning en de leden van de koninklijke familie
  2. De kardinaal
  3. De vertegenwoordiger van de Heilige Stoel, die tevens deken is van het diplomatiek korps
  4. De voorzitter van het Europees Parlement
  5. De voorzitter van het Vlaams Parlement
  6. De voorzitters van de Senaat en de Kamer van Volksvertegenwoordigers - afwisselend, 2de dinsdag van oktober (paar) kamer, (onpaar) Senaat
  7. De voorzitters van de andere gewest- en gemeenschapsparlementen (volgens leeftijd)
  8. Voorzitter van de Europese Raad en leden van de Europese Raad (Staats- en Regeringshoofden)
  9. De minister-president van de Vlaamse Regering
  10. De eerste minister
  11. De ministers-presidenten van de andere gewest- en gemeenschapsregeringen (volgens leeftijd)
  12. De viceministers-presidenten van de Vlaamse Regering
  13. De vice-eersteministers en de ministers van de Vlaamse Regering
  14. De voorzitter en de leden van de Raad van de Europese Unie
  15. De minister van Buitenlandse Zaken (indien buitenlandse diplomaten aanwezig zijn)
  16. De voorzitter van de Europese Commissie en de secretaris-generaal van de NAVO, volgens anciënniteit in het ambt
  17. De buitenlandse ministers
  18. De federale ministers
  19. De buitenlandse ambassadeurs, geaccrediteerd in België
  20. De voorzitter van het Internationaal Gerechtshof van Den Haag
  21. De voorzitter van het Hof van Justitie van de Europese Unie
  22. Voorzitters, van het Grondwettelijk Hof - afwisselend 01 september (paar): N (onpaar): F 
  23. Eerste voorzitter en de procureur-generaal van het Hof van Cassatie
  24. Eerste voorzitter van het Rekenhof en eerste voorzitter en auditeur-generaal van de Raad van Sate (volgend anciënniteit) 
  25. De vicevoorzitters en de leden van de Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie.
  26. De viceministers-presidenten en ministers-leden van de andere gewest- en gemeenschapsregeringen (in de volgorde van hun ministers-presidenten – zie nr. 11)
  27. De federale staatssecretarissen
  28. De federale regeringscommissarissen
  29. De staatssecretarissen van de regering van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest
  30. De Belgische ministers van Staat
  31. De rechters bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag
  32. De rechters, de advocaten-generaal en de hoofdgriffier bij het Hof van Justitie van de Europese Unie
  33. De permanente vertegenwoordigers bij de Europese Unie en bij de NAVO (afwisselend op 1 september van elk jaar)
  34. De zendingshoofden bij de Europese Unie en bij de NAVO
  35. De voorzitter van de Hoge Raad van Justitie
  36. Leden van het Directiecomité van het Hof Kabinetschef van de Koning, Intendant van de Civiele Lijst van de Koning, Hoofd van het Militaire Huis van de Koning, Protocolchef van het Hof, Hoofd van het Deaprtement Buitenlandse Betrekkingen, Hoofd van het Departement Rekwesten, Hoofd van het Departement Economische, Sociale en Culturele Zaken, volgens rangschikking bepaald door het Paleis.
  37. De voorzitter van de Europese Investeringsbank 
  38. De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité
  39. De chef van defensie
  40. De eerste voorzitters van de hoven van beroep en de arbeidshoven
  41. De procureurs-generaal van de hoven van beroep
  42. De procureur van het federaal parket
  43. De commissaris-generaal van de federale politie
  44. Buitenlandse ambassadeurs geaccrediteerd in het buitenland 
  45. Belgische ambassadeurs op post
  46. De provinciegouverneurs (volgens anciënniteit) ook buiten zijn provincie, met voorrang voor de titularis 
  47. De vicegouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, de adjunct-gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant
  48. De voorzitters van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Franse Gemeenschapscommissie
  49. De voorzitters van de provincieraden
  50. De militaire bevelhebbers van de provincies (in hun provincie voor niet-militaire ceremonies)
  51. De buitenlandse zaakgelastigden
  52. De rectoren, de voorzitters van de raden van bestuur van de universiteiten en de voorzitters van de associaties
  53. De algemeen directeurs en de voorzitters van de hogescholen
  54. De vicechef van defensie
  55. De voorzitters en de vaste secretarissen van de Vlaamse en federale koninklijke academiën
  56. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in zijn rechtsgebied
  57. De voorzitter van de arbeidsrechtbank in zijn rechtsgebied
  58. De voorzitter van de rechtbank van koophandel in zijn rechtsgebied
  59. De procureur des Konings in zijn rechtsgebied
  60. De arbeidsauditeur in zijn rechtsgebied
  61. De arrondissementscommissarissen
  62. De burgemeester in zijn stad/gemeente
  63. De aartsbisschop van Mechelen-Brussel (indien geen kardinaal), de bisschoppen, de opperrabijn, de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorie van België, de voorzitter van de Synode van de Verenigde Protestantse Kerk in België, de voorzitter van het Centraal Comité van de Anglicaanse Eredienst in België, de metropoliet-aartsbisschop van het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel, de voorzitters van de Unie Vrijzinnige Verenigingen, de voorzitter van de Executieve van de Moslims van België
  64. De leden van het bureau van het Vlaams Parlement, de leden van de bureaus en de quaestoren van de Senaat en de Kamer van Volksvertegenwoordigers
  65. De gewezen voorzitters van het Vlaams Parlement, de Senaat en de Kamer van Volksvertegenwoordigers
  66. De gewezen ministers-presidenten en de gewezen ministers van de Vlaamse Regering, de gewezen federale ministers en de ministers van de andere gemeenschappen en -gewesten die lid zijn van de Senaat of de Kamer van Volksvertegenwoordigers
  67. De leden van het Vlaams Parlement, de Senaat of de Kamer van Volksvertegenwoordigers
  68. De leden van de andere gemeenschaps- en gewestraden
  69. De leden van het Europees Parlement
  70. Leden van het Grondwettelijk Hof, voorzitter, eerste advocaat-generaal, raadsheren, advocaten-generaal en hoofdgriffier van het Hof van Cassatie 
  71. Voorzitter en  leden van het Rekenhof en voorzitter, leden en hoofdgriffier van de Raad van State
  72. De leden van de Hoge Raad voor de Justitie en leden van de Hoge Raad voor Defensie
  73. De voorzitters, raadsheren, advocaten-generaal, en hoofdgriffiers van de hoven van beroep en leden van het federaal parket
  74. De voorzitters, leden en hoofdgriffiers van de arbeidshoven
  75. De secretarissen-generaal van de Europese instellingen
  76. De secretaris-generaal, tevens griffier, van het Vlaams Parlement
  77. De secretaris van de Vlaamse Regering
  78. De voorzitter van het directiecomité en de Kanselarij van de Eerste Minister
  79. De voorzitter van het College van Ambtenaren-Generaal
  80. De leidend ambtenaren (secretarissen-generaal, gedelegeerd bestuurders, administrateurs-generaal, de projectleiders op N-niveau) van de Vlaamse administratie en de leidend ambtenaren van de secretariaten van de strategische adviesraden
  81. De Vlaamse ombudsman
  82. De griffiers van de Senaat en de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de griffiers van de andere gemeenschaps- en gewestparlementen
  83. De voorzitters van de directiecomités van de federale overheidsdiensten en de secretarissen-generaal van de ministeries van de andere gemeenschappen en gewesten
  84. De federale ombudsmannen
  85. De luitenant-generaals en viceadmiraals in actieve dienst 
  86. De directeurs-generaal van de internationale instellingen
  87. De secretaris-generaal van de Benelux Economische Unie
  88. De voorzitters van de raden van bestuur van de agentschappen van de Vlaamse administratie
  89. De voorzitters van de strategische adviesraden
  90. De gedelegeerd bestuurder van Selor, het selectiebureau van de overheid
  91. De koninklijke commissarissen
  92. De leden van de bestendige deputaties, provincieraadsleden en provinciegriffiers in hun provincie
  93. De gouverneur van de Nationale Bank en de voorzitter van de Bankcommissie
  94. De gewezen parlementsleden
  95. De gewezen federale ministers en de gewezen ministers van de andere gemeenschappen en gewesten die geen lid zijn (of geweest zijn) van de Senaat of de Kamer van Volksvertegenwoordigers
  96. De kabinetschefs van de Vlaamse ministers, van de federale ministers en van de ministers van de andere gemeenschappen en gewesten
  97. De directeurs-generaal van de federale overheidsdiensten, van de federale politie en van de administraties van de andere gemeenschappen en gewesten
  98. Voorzitter van de Vaste Commissie van de lokale politie
  99. De directeurs bij de Europese instellingen
  100. De generaal-majoor en de divisieadmiraals in werkelijke dienst 
  101. De adjunct-permanentvertegenwoordigers en de adjunct-secretaris-generaal bij de NAVO
  102. De buitenlandse beroepsconsuls-generaal
  103. De adjunct-kabinetschefs, de hoofdwaterschout en de Belgische consuls- generaal op post
  104. De chefs van de lokale politie en de adjunct-directeurs-generaal van de federale politie
  105. De brigadegeneraals en commodores
  106. De hoogleraren en buitengewone hoogleraren
  107. De algemeen directeurs, de afdelingshoofden, de bestuursdirecteurs, de inspecteurs-generaal en directeurs van de Vlaamse administratie, de federale overheidsdiensten en administraties van de andere gemeenschappen en gewesten
  108. De leden en ereleden van de Vlaamse en federale academies
  109. De vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering in het buitenland
  110. De buitenlandse beroepsconsuls
  111. De hoofdcommissarissen van de federale politie
  112. De ereconsuls-generaal
  113. De commissarissen van de Vlaamse Regering bij de agentschappen van de Vlaamse administratie, de Vlaamse kinderrechtencommissaris, de commissarissen van de Vlaamse Regering bij de universiteiten en bij de hogescholen
  114. De stafhouder van de Orde der Advocaten in functie
  115. De burgemeester buiten zijn stad/gemeente, de schepenen, de gemeenteraadsleden en de OCMW-voorzitters
  116. De vrederechters en de politierechters