Titel: Omzendbrief VR 2012/31: toegang tot geografische informatie in Vlaanderen en gebruik en hergebruik van die informatie
Aard document: Omzendbrief
Datum document: 20/04/2012
Datum publicatie BS:
Download Worddocument

 

 

Minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid

Martelaarsplein 19, 1000 Brussel

Tel. 02 552 60 00 - Fax 02 552 60 01

kabinet.peeters@vlaanderen.be

Omzendbrief VR 2012/31

Omzendbrief toegang/gebruik en hergebruik

Aan de deelnemers GDI-Vlaanderen

Datum: 20-04-2012

Situering

Deze omzendbrief handelt over het beleidskader dat geldt voor de toegang tot en het gebruik van geografische informatie binnen GDI-Vlaanderen.

In het eerste en tweede deel van deze omzendbrief wordt het toepassingsgebied toegelicht van de regeling inzake toegang en gebruik voor taken van algemeen belang (publieke taak), voor deelnemers aan GDI-Vlaanderen en voor instanties die geen deelnemer zijn aan GDI-Vlaanderen.

In een derde deel komt de publieke toegang aan bod. Dit impliceert een actieve vorm van openbaarheid van bestuur inzake geografische informatie.

In het vierde deel wordt de regeling inzake hergebruik van geografische informatie toegelicht, zoals bepaald in het decreet van 27 april 2007 en verder vastgelegd door de stuurgroep GDI-Vlaanderen.

In het vijfde deel ten slotte wordt de procedure beschreven welke een deelnemer aan GDI-Vlaanderen moet volgen opdat deze zijn geografische gegevensbronnen en geografische diensten kan toevoegen aan de GDI.

 

  1. Juridisch kader

    Met het decreet van 20 februari 2009 betreffende de Geografische Data-infrastructuur Vlaanderen (GDI-decreet) werd de basis gelegd voor de uitbouw van een geografische data-infrastructuur in Vlaanderen. Dit decreet is de concrete vertaling van de Europese richtlijn INSPIRE tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap.

    INSPIRE wil een hefboom zijn voor elke overheidsinstantie om geografische informatie meer te gaan gebruiken en daardoor het grondgebonden beleid efficiënt en effectief te laten verlopen.

    Om de nadere regels voor de toegang tot geografische informatie in Vlaanderen en het gebruik ervan te bepalen voor overheidsinstanties, zijn twee uitvoeringsbesluiten opgesteld.

  • Het eerste betreft het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot bepaling van de nadere regels voor de toegang tot en het gebruik door de deelnemers aan GDI-Vlaanderen van de geografische gegevensbronnen en geografische diensten, toegevoegd aan de GDI.

  • Het tweede betreft het besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2011 tot bepaling van de nadere regels voor de toegang tot en het gebruik door instanties die geen deelnemer zijn aan GDI-Vlaanderen van de geografische gegevensbronnen en geografische diensten, toegevoegd aan de GDI, en de vergoedingsregeling voor de publieke toegang.

Met het decreet van 27 april 2007 betreffende het hergebruik van overheidsinformatie realiseerde de Vlaamse decreetgever de omzetting van richtlijn 2003/98/EG inzake het hergebruik door natuurlijke personen of rechtspersonen van bestuursdocumenten (waaronder geografische informatie) voor andere commerciële of niet-commerciële doeleinden dan het oorspronkelijke doel binnen de publieke taak waarvoor de bestuursdocumenten zijn geproduceerd.

  1. Open data

    De toegang tot geografische informatie alsook het gebruik en hergebruik ervan kadert binnen het ruimere beleidskader in Vlaanderen voor het beschikbaar stellen van open data (beslissing Vlaamse Regering van 23 september 2011 inzake de strategische krachtlijnen met betrekking tot open data). Dat beleidskader is organisch gegroeid vanuit verschillende regelgevende initiatieven (decreet openbaarheid van bestuur, decreet hergebruik van overheidsinformatie, GDI-decreet).

    Open data betreft het beschikbaar stellen van niet-persoonsgebonden overheidsgegevens in voor iedereen leesbare formaten. Open data is openbaar, elektronisch beschikbaar en maakt gebruik van open standaarden, zowel voor het aanbieden als het ontsluiten van gegevens.

    Open data betreft aldus een wijze waarop overheidsgegevens beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Dit impliceert op zich niet dat de overheidsgegevens zomaar vrij voor hergebruik zijn. Er kan een vergoeding worden gevraagd en er kunnen gebruiksvoorwaarden worden opgelegd.

  2. Geografische informatie

    Geografische informatie bestaat uit gegevens waarin een component zit die ze bindt aan een plaats op aarde. Het gaat om dus om ruimtelijk gerefereerde informatie.

Dat kunnen bijvoorbeeld coördinaten zijn, maar het kan ook een postcode of een plaatsnaam zijn. Zo is een adressenbestand op te vatten als geografische informatie. Het gaat om gegevens waarin de nadruk ligt op de geografische component en waarbij het dus primair gaat om de ligging van een object.

Het GDI-decreet van 20 februari 2009 richt het samenwerkingsverband GDI-Vlaanderen op voor de uitbouw en de exploitatie van de GDI. Dat houdt onder meer in 'het aanmaken, het beheren en het distribueren van geografische gegevensbronnen, geografische diensten en metagegevens'.

Geografische informatie in het kader van het samenwerkingsverband GDI-Vlaanderen impliceert dus:

  • geografische gegevensbronnen;
  • geografische diensten;
  • de metagegevens.

Voorbeelden van geografische gegevensbronnen zijn:

  • digitale kaartbestanden (bijvoorbeeld bodemkaart);
  • luchtfoto's en satellietopnamen;
  • een digitaal hoogtebestand;
  • een adressenbestand;
  • gewestplannen en ruimtelijke uitvoeringsplannen.

Geografische diensten worden aangeboden als netwerkdiensten (services). Deze diensten kunnen aangesproken worden via het internet. Ze moeten beantwoorden aan open standaarden. Geografische informatie moet dan ook zoveel mogelijk voldoen aan de principes van open data, zoals vastgelegd door de Vlaamse Regering. Dat impliceert het aanbieden volgens open standaarden, het publiek raadpleegbaar maken en bij voorkeur ook voor hergebruik ter beschikking stellen van geografische informatie. De stuurgroep GDI-Vlaanderen waakt erover dat die principes zoveel mogelijk worden gevolgd op het moment dat een geografische gegevensbron en geografische dienst worden toegevoegd aan de GDI.

Er bestaan verschillende soorten geografische diensten:

  • zoekdienst: een geografische dienst die het mogelijk maakt om geografische gegevensbronnen en geografische diensten op te zoeken en de inhoud van de metagegevens weer te geven;
  • raadpleegdienst: een geografische dienst die het minstens mogelijk maakt om raadpleegbare geografische gegevensbronnen weer te geven en te bevragen;
  • overdrachtdienst: een geografische dienst die het mogelijk maakt om geografische gegevensbronnen geheel of gedeeltelijk te downloaden en te uploaden en, als dat praktisch mogelijk is, ze rechtstreeks ter beschikking te hebben;
  • verwerkingsdienst: een geografische dienst die het mogelijk maakt om geografische gegevensbronnen te transformeren of te converteren.

Zo kan een geoloket een raadpleegdienst van de gewestplannen aanspreken om de geografische gegevens van het gewestplan weer te geven.

  • de metagegevens : een soort gestandaardiseerde bijsluiter die uitlegt hoe geografische gegevensbronnen en geografische diensten werden opgebouwd en kunnen gebruikt worden.

In het kader van het samenwerkingsverband GDI-Vlaanderen kunnen vier categorieën van geografische gegevensbronnen, diensten en metagegevens worden onderscheiden (artikel 12 van het GDI-decreet):

  1. die beheerd worden door een deelnemer en vallen onder een van de annexen (I, II of III) van INSPIRE. Deze categorie wordt automatisch als geografische informatie beschouwd en moet aan de GDI worden toegevoegd;
  2. die beheerd worden door een deelnemer en waarvan de stuurgroep GDI-Vlaanderen heeft vastgesteld dat toevoeging aan de GDI nodig is om taken van algemeen belang uit te voeren. Hier oordeelt de stuurgroep dat een bepaalde geografische gegevensbron en een bepaalde geografische dienst als geografische informatie moeten worden beschouwd doordat ze worden toegevoegd aan de GDI;
  3. die beheerd worden door een derde partij (niet-overheidsinstantie) of een instantie die geen deelnemer is aan GDI-Vlaanderen en waarvan de stuurgroep beslist dat toevoeging aan de GDI nodig is;
  4. die ter uitvoering van een overeenkomst gezamenlijk zijn aangemaakt met andere instanties en die worden toegevoegd aan de GDI door de stuurgroep.

In principe komen alleen de eerste twee categorieën van geografische informatie in aanmerking voor hergebruik door burgers, bedrijven en organisaties. Bij de derde en vierde categorie ligt het eigendomsrecht immers (gedeeltelijk) bij een andere partij dan een deelnemer aan GDI-Vlaanderen. In dat geval zal altijd moeten worden afgesproken of hergebruik is toegestaan en, in voorkomend geval, onder welke voorwaarden.

De toegang tot en het gebruik van het Grootschalig Referentiebestand (GRB) is uitgesloten van het onderhavig toepassingsgebied en valt buiten de scope van deze omzendbrief. De voorwaarden voor de toegang tot en het gebruik van het GRB zijn geregeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2009 houdende vaststelling van de wijze waarop toegang wordt verleend tot het Grootschalig Referentiebestand (GRB), de voorwaarden voor het gebruik van de in het GRB opgenomen grootschalige referentiegegevens en de vergoedingen die verschuldigd zijn voor de toegang tot het GRB.

Deel 1: taken van algemeen belang – toegang en gebruik voor deelnemers GDI-Vlaanderen

Toegang tot en gebruik van geografische gegevensbronnen en geografische diensten, toegevoegd aan de GDI, door instanties die deelnemer zijn aan GDI-Vlaanderen (artikel 15 van het GDI-decreet – besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot bepaling van de nadere regels voor de toegang tot en het gebruik door de deelnemers aan GDI-Vlaanderen van de geografische gegevensbronnen en geografische diensten, toegevoegd aan de GDI)

 

  1. Toepassingsgebied

    Het toepassingsgebied betreft alle deelnemers aan GDI-Vlaanderen. Dat zijn alle instanties in de zin van artikel 4, §1, van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur. Het gaat dus om overheidsinstanties in Vlaanderen, namelijk:

  • diensten, instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest;
  • de gemeenten en districten;
  • de provincies;
  • gemeentelijke en provinciale instellingen;
  • verenigingen van provincies en gemeenten;
  • OCMW's;
  • polders en wateringen;
  • de onderwijsinstellingen in Vlaanderen;
  • alle andere instanties binnen het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap.

Ze hebben kosteloze toegang en ze mogen voor onbepaalde duur gebruikmaken van de geografische gegevensbronnen en diensten om hun taken van algemeen belang uit te voeren. Deelnemers hoeven dus geen soorten of categorieën van toegang of gebruik op te stellen, zolang ze optreden binnen de grenzen van de taken van algemeen belang (eventuele beperkingen op het gebruik kunnen wel voortvloeien uit andere wetgeving, bijvoorbeeld in het kader van de verwerking van persoonsgegevens). De taken van algemeen belang kunnen ook de betrokkenheid van een aannemer of de verspreiding van gegevens bij derden met zich meebrengen. Dat wordt uitdrukkelijk geregeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 om te garanderen dat de uitvoering van de taken van algemeen belang ook dan mogelijk blijft.

Geografische gegevensbronnen en geografische diensten kunnen dus vrij en voor onbepaalde duur circuleren tussen de deelnemers aan het samenwerkingsverband GDI-Vlaanderen, met garantie voor authenticiteit en synchronisatie van de gegevens.

  1. Verstrekking van toegang en gebruik

    In principe heeft elke deelnemer (gebruiker) de volledige vrije toegang tot de geografische gegevens en diensten. Als de eigenaar, beheerder of verstrekker van de geografische gegevens en diensten het nodig acht, kan hij eisen dat de gebruiker zich registreert bijvoorbeeld om de toegang tot een bepaalde gebruikersgroep te beperken of om redenen van performantie en privacybeperking. Om onnodige registratieverplichtingen te vermijden, moet een deelnemer (verstrekker) daarover eerst overleg plegen in de stuurgroep GDI-Vlaanderen.

    Een dergelijke registratie wordt afgehandeld binnen één werkdag. De diensten kunnen dan effectief worden gebruikt binnen één werkdag na de registratie. Als een levering in een andere vorm dan via netwerkdienst nodig is, bijvoorbeeld op een dvd of een harde schijf, zal die binnen vijf werkdagen plaatsvinden met de mogelijkheid om een langere termijn te bepalen als dat nodig zou zijn.

Er hoeven geen afzonderlijke contracten meer te worden gesloten tussen de eigenaar, beheerder of verstrekker en een deelnemer (gebruiker).

Elke deelnemer aan GDI-Vlaanderen is gebonden door het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010.

  1. Voorwaarden voor de toegang en het gebruik

    Een aantal verplichtingen houden de garantie in dat de deelnemer de gegevens en diensten alleen gebruikt in het kader van de taken van algemeen belang en niet voor andere doeleinden of op een manier die schade toebrengt aan de eigenaar, beheerder of verdeler van de geografische gegevens en diensten. Daarnaast is de gebruiker verplicht vastgestelde fouten te melden en een bronvermelding op te nemen.

Om de werking van de deelnemers die geografische gegevens of diensten verstrekken, niet te verlammen, wordt een beperking van de aansprakelijkheid opgenomen voor zover die aansprakelijkheid wettelijk mag worden beperkt.

Als een gebruiker de geografische gegevens of diensten, op zijn beurt doorgeeft aan anderen (zowel deelnemers als niet-deelnemers), bijvoorbeeld informatie aan de burger op het internet, opname in brochures of rapporten, kunnen bijkomende voorwaarden worden opgelegd door de eigenaar of beheerder.

Het gaat dan om technische voorwaarden op het vlak van kennisgeving en publicatie.

Een voorbeeld van dergelijke voorwaarden is de verplichting om de meest recente versie of de juiste legende te gebruiken. Om overdreven beperkende voorwaarden te vermijden, moet de eigenaar of beheerder de voorwaarden voorleggen aan de stuurgroep GDI-Vlaanderen.

Als een aannemer in opdracht van een deelnemer een (deel van een) taak van algemeen belang uitoefent, moet de aannemer de geografische gegevens en diensten kunnen gebruiken om die taak van algemeen belang uit te voeren.

Voor de aannemer gelden dan dezelfde verplichtingen als voor de deelnemer. De deelnemer moet er voor zorgen dat de aannemer op de hoogte is van de voorwaarden voor de toegang tot en het gebruik van de gegevens, zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010. Hij neemt ook de nodige maatregelen opdat de toegang voor de aannemer wordt afgesloten als zijn opdracht is voltooid, en opdat de aannemer de gegevens en diensten niet kan gebruiken voor andere activiteiten.

  1. Uitzonderingen op de toegang

    Artikel 17, punt 5, van de INSPIRE-richtlijn bepaalt dat de uitwisseling van geografische gegevensbronnen en diensten alleen kan worden beperkt als die de rechtsgang, de openbare veiligheid, de nationale defensie of de internationale betrekkingen in gevaar brengt. Dat is vastgelegd in artikel 18, §1, van het GDI-decreet. Een degelijke verantwoording is ook vereist.

    Verder voorziet paragraaf 2 van hetzelfde artikel in een bijzondere regeling voor de toegang tot geografische gegevens die informatie van geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke personen bevatten. Dergelijke gegevens zijn immers persoonsgegevens als vermeld in artikel 1, §1, van de Privacywet.

Deel 2: taken van algemeen belang – toegang en gebruik voor niet – deelnemers GDI-Vlaanderen

Toegang tot en gebruik van geografische gegevensbronnen en geografische diensten, toegevoegd aan de GDI, door instanties die geen deelnemer zijn aan GDI-Vlaanderen (artikel 16-17 van het GDI-decreet – besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2011 tot bepaling van de nadere regels voor de toegang tot en het gebruik door instanties die geen deelnemer zijn aan GDI-Vlaanderen van de geografische gegevensbronnen en geografische diensten, toegevoegd aan de GDI)

 

  1. Toepassingsgebied

    Het toepassingsgebied betreft alle instanties die geen deelnemer aan GDI-Vlaanderen zijn. Niet-deelnemers aan GDI-Vlaanderen zijn alle niet-Vlaamse overheidsinstanties. Daaronder worden begrepen:

    1. andere Belgische instanties (Federale Staat, gemeenschappen en gewesten, lokale besturen en de bevoegde instanties die ervan afhangen);
    2. de instellingen en organen van de Europese Unie;
    3. iedere natuurlijke persoon en rechtspersoon of een groepering ervan die volgens het nationale recht van een van de lidstaten van de EU openbare bestuursfuncties uitoefent of adviserende bevoegdheid heeft (instanties van de lidstaten van de Europese Unie).

    De overheidsinstanties die geen deelnemer aan GDI-Vlaanderen zijn, kunnen de geografische gegevensbronnen en geografische diensten gebruiken om hun taken van algemeen belang te vervullen. Ze mogen alleen gebruikmaken van de gegevens en diensten als dat nodig is om hun publieke taken uit te voeren. Dat houdt in dat de deelnemers aan GDI-Vlaanderen (de eigenaar, beheerder of verstrekker) in principe geen soorten of categorieën van toegang of gebruik hoeven op te stellen zolang ze binnen de grenzen van de taken van algemeen belang optreden. Eventuele beperkingen op het gebruik kunnen wel voortvloeien uit andere wetgeving, bijvoorbeeld in het kader van de verwerking van persoonsgegevens. De taken van algemeen belang kunnen ook de betrokkenheid van een aannemer of de verspreiding van gegevens bij derden met zich meebrengen. Daarvoor gelden dezelfde regels als voor de toegang tot en het gebruik van de gegevens door de deelnemers (cf. deel 1, C, vierde en vijfde alinea).

    Dat is uitdrukkelijk vastgelegd in het besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2011 om te garanderen dat de uitvoering van de taken van algemeen belang ook dan mogelijk blijft.

    Het toepassingsgebied betreft de geografische gegevensbronnen en geografische diensten uit categorie 1, 2 en 4 (zie situering – artikel 12, 1°, 2° en 4°, van het GDI-decreet).

  1. Verstrekking van toegang en gebruik

    De toegang tot de geografische diensten of de levering van de geografische gegevensbronnen moet plaatsvinden binnen twintig werkdagen.

    In nood- of crisissituaties wordt echter onmiddellijk toegang verleend. In de context van INSPIRE wordt bijzondere aandacht besteed aan ernstige noodsituaties die een impact hebben op het milieu. Zulke ecologische noodsituaties zijn bijvoorbeeld:

  • natuurrampen, zoals overstromingen, aardbevingen, hevige stormen, periodes van extreme temperaturen;
  • ecologische ongevallen van menselijke oorsprong, zoals olielekken, nucleaire ongevallen, verspreiding van gevaarlijke chemische stoffen of gassen.

  1. Voorwaarden voor de toegang en het gebruik

    Elke instantie is verantwoordelijk voor het rechtmatige gebruik van de geografische gegevensbronnen en diensten die toegevoegd zijn aan de GDI. Het gebruik is altijd op eigen risico en er geldt een aansprakelijkheidsbeperking.

    Verder gelden dezelfde verplichtingen als voor de toegang tot en het gebruik van de geografische gegevensbronnen en diensten door een deelnemer aan GDI-Vlaanderen.

    De instanties die geen deelnemer zijn aan GDI-Vlaanderen, zijn alleen niet verplicht om vastgestelde fouten te melden.

  2. Vergoedingsregeling

    Als uitgangspunt geldt dat de toegang tot de geografische gegevensbronnen en diensten, toegevoegd aan de GDI, voor instanties kosteloos is, tenzij een deelnemer (eigenaar) het gebruik van de aan de GDI toegevoegde geografische gegevensbronnen en geografische diensten die hij beheert, afhankelijk maakt van de betaling van een vergoeding (artikel 19, §2, van het GDI-decreet).

    De vergoedingen bestaan uit het minimum dat nodig is om de noodzakelijke kwaliteit en beschikbaarheid te garanderen, in voorkomend geval vermeerderd met een redelijk rendement op de investering. Als een vergoeding wordt gevraagd voor de toegang tot en het gebruik van geografische gegevensbronnen en geografische diensten, toegevoegd aan de GDI, moeten de berekeningswijze en de factoren die in aanmerking genomen zijn, gespecificeerd worden. Een deelnemer aan GDI-Vlaanderen doet daarvoor een voorstel op het moment dat een geografische gegevensbron en dienst worden toegevoegd aan de GDI.

    Hulp- en nooddiensten, zoals brandweer, politie, spoeddiensten (100-centrales) en meer algemeen civiele crisiscentra, krijgen kosteloos toegang en gebruik.

    Artikel 17, punt 3, van de INSPIRE-richtlijn bepaalt dat er geen vergoedingen gevraagd mogen worden aan instellingen en instanties van de Europese Gemeenschap als ze willen gebruikmaken van geografische gegevensbronnen en diensten met betrekking tot gegevens die ze nodig hebben om de verplichtingen te vervullen voor de verslaglegging krachtens de Gemeenschapswetgeving inzake het milieu.

    Daarnaast kan de Vlaamse Regering in globale overeenkomsten die ze sluit met andere instanties (artikel 16 van het GDI-decreet), bepalen dat er geen vergoeding wordt gevraagd voor de toegang en het gebruik. Ook het AGIV (artikel 13, §2, van het GDI-decreet) kan overeenkomsten sluiten waarin geen vergoeding wordt gevraagd.

    In zulke overeenkomsten kan in plaats van een vergoeding (volledige) wederkerigheid worden bedongen of kosteloze uitwisseling van geografische gegevensbronnen. Op die manier kan de filosofie van vrije uitwisseling van geografische informatie tussen deelnemers aan GDI-Vlaanderen worden doorgetrokken naar instanties die geen deelnemer zijn aan GDI-Vlaanderen.

  1. Beëindiging van de toegang en het gebruik

    Het recht van een instantie op de toegang tot en het gebruik van de geografische gegevensbronnen en diensten, toegevoegd aan de GDI, vervalt in de volgende vier gevallen:

    1° als een instantie de vastgelegde vergoeding niet betaalt;

    2° als een instantie de voorwaarden voor de toegang en het gebruik, vastgelegd in het besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2011, niet naleeft;

    3° als de geografische gegevensbron niet meer wordt geproduceerd of beheerd door de eigenaar, beheerder of verstrekker;

    4° als de geografische dienst wordt stopgezet.

    In het geval, vermeld in 3° en 4°, moet altijd een redelijke verwittigingstermijn (bijvoorbeeld dertig of zestig dagen, soms zelfs langer) in acht worden genomen.

  2. Uitzonderingen op de toegang

    De uitzonderingsregeling voor de deelnemers (artikel 18 van het GDI-decreet) is ook van toepassing op instanties die geen deelnemer zijn aan GDI-Vlaanderen.

Deel 3: Openbaarheid van bestuur – publieke toegang

Publieke toegang (artikel 30-34 van het GDI-decreet)

 

  1. Toepassingsgebied

    Het GDI-decreet bevat regels voor de toegang van burgers tot de geografische gegevensbronnen en diensten via netwerkservices die ontwikkeld moeten worden.

    De toegang waar het hier om gaat, moet worden beschouwd als een vorm van actieve openbaarheid van bestuur.

    Artikel 30 van het GDI-decreet bepaalt dat de geografische gegevensbronnen en geografische diensten via het Vlaamse geoportaal openbaar gemaakt moeten worden.

    Het toepassingsgebied betreft in eerste instantie de toegang voor het publiek via netwerkdiensten (onder andere geoloketten, viewers) tot de geografische gegevensbronnen en geografische diensten die zijn toegevoegd aan de GDI.

    Deze bepaling incorporeert het principiële recht inzake openbaarheid van bestuur in de Vlaamse geografische data-infrastructuur. Dat houdt in dat publieke toegang in principe niet kan worden geweigerd behalve in uitzonderingsgevallen (zie deel 3, b). Geografische informatie is immers van democratisch belang om beslissingen van overheidsinstanties te controleren en te beïnvloeden. Deze publieke toegang beoogt alleen de kennisneming en het inzagerecht van de data en niet het verdere hergebruik ervan. Ook geografische informatie die een burger nodig heeft voor het uitvoeren van een wettelijke verplichting (bijvoorbeeld de opmaak van een MER) wordt op deze wijze verspreid.

    Het GDI-decreet is van toepassing op de instanties, vermeld in artikel 3, 3°, van het decreet van 26 maart 2004 betreffende openbaarheid van bestuur.

    Via de toegang van burgers tot de netwerkdiensten zorgt het GDI-decreet voor een meer concrete verplichting voor de instanties die over geografische informatie beschikken, om die informatie te verspreiden naar de burgers via elektronische weg.

    Er kunnen, als gevolg van de toepassing van het decreet op de openbaarheid van bestuur, geen gebruiksvoorwaarden worden opgelegd als geografische informatie wordt opgevraagd in het kader van de publieke toegang.

  2. Uitzonderingen op de toegang

    De uitzonderingsgronden van artikel 31 van het GDI-decreet om de publieke toegang te weigeren, sluiten grotendeels aan op de regeling, vermeld in het decreet van 26 maart 2004 betreffende openbaarheid van bestuur.

    Artikel 31, §1, van het GDI-decreet laat toe om de toegang via zoekdiensten te weigeren als de deelnemer die over de geografische gegevens of diensten in kwestie beschikt, van oordeel is dat afbreuk wordt gedaan aan een van de volgende belangen:

    1. het vertrouwelijke karakter van de internationale betrekkingen van het Vlaamse Gewest of van de Vlaamse Gemeenschap en van de betrekkingen van het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap met de supranationale instellingen, met de federale overheid en met andere gemeenschappen en gewesten;
    2. de openbare veiligheid en de nationale defensie.

    De publieke toegang tot informatie via de overige diensten (raadpleeg-, overdracht- en verwerkingsdiensten), geregeld in artikel 31, §2, kan in meer gevallen worden beperkt, namelijk als de toegang afbreuk zou doen aan een van de belangen die opgesomd zijn in artikel 13-14-15 van het decreet van 26 maart 2004 betreffende openbaarheid van bestuur (zie verder omzendbrief 2006/26 betreffende openbaarheid van bestuur, deel 2, c).

    De uitzonderingsgronden kunnen niet zonder meer worden ingeroepen. De deelnemer moet de belangen afwegen, namelijk of de openbaarheid van een bepaald document afbreuk doet aan of voorrang krijgt op een ander legitiem belang (belang van de openbaarheid versus belang dat beschermd wordt door de uitzonderingsgrond – proportionaliteit en finaliteit). Bovendien moeten de uitzonderingsgronden restrictief worden geïnterpreteerd (artikel 32 van het GDI-decreet). Iedere deelnemer heeft in principe de autonome bevoegdheid om te beslissen of de mogelijke uitzonderingsgronden worden toegepast of niet.

  3. Vergoedingsregeling

    De toegang tot en het gebruik van geografische zoek- en raadpleegdiensten, vermeld in artikel 26, §1, 1° en 2°, van het GDI-decreet van 20 februari 2009, zijn kosteloos.

    De geografische overdracht- en verwerkingsdiensten, vermeld in artikel 26, §1, 3° en 4°, van het GDI-decreet van 20 februari 2009, kunnen in principe afhankelijk worden gemaakt van een vergoeding. Zulk een vergoeding bestaat uit een marginale verstrekkingskost.

    Ook als een burger de geografische informatie op een andere wijze opvraagt (passieve openbaarheid), kunnen hoogstens marginale verstrekkingskosten worden aangerekend. Dat impliceert een bedrag op basis van een redelijke kostprijs waarin alleen de feitelijke verstrekking wordt verrekend. Alleen het bedrag dat gemoeid is met de feitelijke verstrekking van gegevens die al voorhanden zijn, kan dus worden gevraagd, bijvoorbeeld de kosten voor de dvd waarop de informatie opgeslagen wordt, het maken van kopieën, eventuele extra kosten voor bewerkingen die nodig zijn om persoonsgegevens weg te halen, verzendingskosten. Personeels- of investeringskosten mogen niet worden aangerekend.

Deel 4: Commercieel en niet-commercieel hergebruik

Hergebruik van geografische informatie door burgers, bedrijven en organisaties (decreet van 27 april 2007 betreffende het hergebruik van overheidsinformatie)

 

  1. Maatschappelijke relevantie

    Overheden beschikken bij uitstek over geo-informatie en voor die informatie bestaat veel belangstelling bij burgers en bedrijven. Het uitgangspunt is dat geografische overheidsinformatie zo breed mogelijk toegankelijk en beschikbaar moet zijn voor burgers en het bedrijfsleven.

    Terwijl openbaarheid bedoeld is om de burger inzage te laten krijgen in de werking van de overheid en de publieke participatie te stimuleren, betreft hergebruik eerder het verdere gebruik van overheidsinformatie voor andere doeleinden, zoals het creëren van producten en diensten met toegevoegde waarde.

    De geografische data die door deelnemers aan GDI-Vlaanderen zijn gecreëerd voor hun publieke taken, hebben ook een grote maatschappelijke en economische waarde voor de private sector, non-profitorganisaties, belangengroepen, vrije beroepen, de burger enzovoort.

    Commerciële bedrijven kunnen er bijvoorbeeld nieuwe producten mee maken zoals routeplanners, of ze kunnen hun klantgegevens combineren met socio-demografische gegevens en uitkomsten van consumentenonderzoek, om daar hun marktstrategie en marktbenadering op af te stemmen.

    Een vzw kan een overzicht maken van de wegen die het best geschikt zijn voor kinderen om naar school te fietsen, of een geëngageerde burger kan verkeersinformatie via een real-time applicatie ter beschikking stellen. Verder verrichten onderzoeksinstellingen met geografische informatie onderzoek op het gebied van milieu, bodem, natuur, water, energie en ruimtelijke ordening. Bovendien kan het hergebruik van (authentieke) geografische gegevensbronnen leiden tot een verdere verspreiding en toepassing van Vlaamse geografische informatie.

    Hergebruik van geografische informatie kan op die manier bijdragen tot economische groei en innovatie.

  2. Toepassingsgebied

    Het hergebruik van geografische informatie betreft 'het gebruik door natuurlijke personen of rechtspersonen van geografische informatie voor andere commerciële of niet-commerciële doeleinden dan het oorspronkelijke doel binnen de publieke taak waarvoor de geografische informatie werd geproduceerd'.

    Op basis van het decreet op het hergebruik van overheidsinformatie kan elke bestuursinstantie in Vlaanderen autonoom beslissen of bestuursdocumenten waarover ze beschikt, vrijgegeven worden voor hergebruik. Hergebruik is dan toegestaan voor zowel commerciële als niet-commerciële doeleinden en het is aanbevolen om de bestuursdocumenten zo veel mogelijk elektronisch ter beschikking te stellen.

    Belangrijk is dat er maar van hergebruik sprake is zodra het beoogde doel niet langer beantwoordt aan het oorspronkelijke doel waarvoor de geografische informatie werd aangemaakt, namelijk de uitvoering van taken van algemeen belang.

    Als een overheidsinstantie (deelnemer) de uitvoering van haar taak van algemeen belang geheel of gedeeltelijk opdraagt aan een aannemer (bijvoorbeeld een onderneming) en die aannemer toegang krijgt tot een geografische gegevensbron en dienst, kan hij die alleen gebruiken voor de uitvoering van de taak van algemeen belang die hem is toevertrouwd. Er is dan geen sprake van hergebruik van geografische informatie.

    Als geografische informatie binnen een overheidsinstantie uitsluitend gebruikt wordt voor andere doeleinden binnen de publieke taak en als geografische informatie uitsluitend uitgewisseld wordt tussen overheidsinstanties met het oog op de vervulling van hun publieke taak, wordt dat niet als hergebruik beschouwd. Als binnen een bepaalde overheidsinstantie geografische informatie wordt gebruikt die wel te maken heeft met de publieke taak, maar die niet bestemd is voor het oorspronkelijke doel waarvoor de informatie gemaakt is, is dat geen hergebruik in de zin van het decreet. Gebruik om andere redenen is wel hergebruik.

    Alleen geografische informatie die aangemaakt is om de publieke taak te vervullen, kan bijgevolg in aanmerking komen voor hergebruik.

    Informatie die door derden wordt gebruikt in het kader van het algemeen belang, is ook geen hergebruik. Ook het verplichte gebruik van geografische informatie door burgers of bedrijven is geen hergebruik, want overheidsinstanties hebben dan niet meer de keuze of ze die informatie ter beschikking zullen stellen, bijvoorbeeld een notaris die verplicht is kadastrale informatie te gebruiken bij de opmaak van akten.

    Er is in principe geen verplichting om hergebruik van geografische informatie toe te staan. Elke deelnemer kan autonoom beslissen of hergebruik van zijn geografische informatie toegestaan is. Als hergebruik wordt toegestaan, mag de informatie zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden worden gebruikt. Dat is een belangrijk verschil met publieke toegang, die een principieel recht vormt, maar alleen betrekking heeft op de kennisneming van de data en niet op het verdere hergebruik ervan.

    Daarop is er wel een belangrijke uitzondering: in het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 is bepaald dat het hergebruik van informatie van de departementen binnen de Vlaamse overheid en de intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid altijd is toegestaan. Alleen de IVA's met rechtspersoonlijkheid en de EVA's kunnen bijgevolg beslissen of ze hergebruik toestaan en, in voorkomend geval, voor welke geografische informatie.

    Het is niet verplicht om geografische informatie te creëren, bijvoorbeeld de samenstelling van nieuwe, complexe databases. Hergebruik slaat alleen op de reeds bestaande geografische gegevensbronnen en diensten.

    Het is ook niet verplicht om de geografische informatiebron aan te passen of om uittreksels te verstrekken als dat een onevenredige inspanning vereist die verder gaat dan een eenvoudige handeling, bijvoorbeeld individuele detailgegevens uit documenten groeperen en die omzetten in een nieuw elektronisch formaat.

    Er geldt geen verplichting om blijvend bepaalde geografische informatie voor hergebruik te produceren. Geografische informatie wordt aangemaakt in het kader van een publieke taak. Als beslist wordt om bepaalde geografische informatie niet langer te produceren, moeten de bestaande hergebruikers daarvan wel op de hoogte gebracht worden.

  3. Onderscheid tussen commercieel en niet-commercieel hergebruik

    Hergebruik van geografische informatie is zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden mogelijk. Als een deelnemer aan GDI-Vlaanderen beslist dat hergebruik is toegestaan, geldt dat zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden. Als hergebruik voor onderzoek of door een vzw is toegelaten, moet het ook mogelijk zijn voor een bedrijf dat een commercieel product wil maken. Er kan niet beslist worden om bijvoorbeeld het niet-commerciële hergebruik toe te staan en het commerciële hergebruik te verbieden.

    Voor gebruiksvoorwaarden en vergoedingen kan een deelnemer (eigenaar) daarin wel een onderscheid maken.

    Elke aanvraag in het kader van niet-commercieel hergebruik wordt gelijkgesteld en wordt behandeld in het kader van publieke toegang. Het onderscheid tussen beide is immers artificieel. Als een instantie geografische informatie voor hergebruik ter beschikking stelt, geldt voor niet-commercieel hergebruik de regeling van openbaarheid van bestuur (publieke toegang). Er kunnen geen gebruiksvoorwaarden worden opgelegd en als vergoeding kunnen alleen marginale verstrekkingskosten worden aangerekend.

    Daarnaast geldt er een regeling voor het eigenlijke commerciële hergebruik van geografische informatie. Dat houdt in dat geografische informatie wordt opgevraagd vanuit een winstoogmerk. Dat betekent niet dat er effectief een winstgevend aspect zal zijn, maar wel dat het beoogde hergebruik deel uitmaakt van het doel winstgevend te zijn. Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroepshalve daden van koophandel verricht, zoals omschreven in artikel 2 van het Wetboek van Koophandel, wordt geacht geografische informatie voor commercieel hergebruik op te vragen.

    Aan de hand van een eliminerende vraag 'Wilt u de geografische informatie voor commerciële doeleinden gebruiken?' wordt een potentiële hergebruiker doorverwezen naar de juiste regeling.

    Testgebruik (zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden) valt altijd onder dezelfde regeling als het niet-commerciële hergebruik.

    Er zijn dus twee aanvraagmogelijkheden voor hergebruik van geografische informatie met een verschillend oogmerk:

  • aanvraag tot commercieel hergebruik: de aanvrager moet duidelijk aangeven dat hij de geografische informatie voor winstgevende doeleinden wil hergebruiken;
  • aanvraag tot niet-commercieel hergebruik: de geografische informatie kan voor niet-commerciële doeleinden worden gehanteerd. De regeling van publieke toegang is van toepassing (cf. deel 3).

Hergebruik is altijd op eigen risico. Dat hoeft niet expliciet vermeld te worden. De geografische informatie is gecreëerd voor specifieke doeleinden binnen de instantie, en niet met het oog op het hergebruik ervan door een private partij. De geografische informatie wordt geleverd 'as is', zonder dat een bewerking is uitgevoerd om ze gebruiksklaar te maken. De bestuursinstanties kunnen altijd eigen aansprakelijkheidsbeperkingen opnemen. Die worden beschouwd als gebruiksvoorwaarden.

Wat betreft verdere aansprakelijkheid in geval van schade kan een deelnemer (producent van de data) die schade lijdt, altijd gebruikmaken van burgerrechtelijke sancties. De bewijslast rust bij de deelnemer in kwestie, die zal moeten aantonen dat hij schade heeft geleden. Omgekeerd kan de hergebruiker, als hij aantoont dat hij schade heeft geleden door hergebruik van een geografische informatiebron, zich beroepen op burgerrechtelijke sancties.

  1. Uitsluitingen

    Het decreet op het hergebruik bepaalt voor een aantal categorieën van bestuursdocumenten dat ze buiten het toepassingsgebied van de regeling voor hergebruik vallen:

    1. geografische informatie waarvan de verstrekking een activiteit is die niet valt onder de publieke taak van de betrokken overheidsinstantie. Als er geen enkele link bestaat met de publieke taken van een overheidsinstantie, kan de geografische informatie niet worden hergebruikt in overeenstemming met de voorwaarden van het decreet op het hergebruik;
    2. geografische informatie waarvan de intellectuele eigendomsrechten bij derden berusten. Geografische informatie waarover een overheidsinstantie beschikt, maar waar ze geen intellectuele rechten op heeft, kan niet voor hergebruik worden toegestaan;
    3. geografische informatie of onderdelen ervan waarvan de openbaarmaking is uitgesloten op grond van de uitzonderingsgronden, vermeld in artikel 10 tot en met 15 van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur. Deze uitzonderingsgrond is gebaseerd op de overweging dat voor geografische informatie die niet openbaar gemaakt mag worden, in ieder geval geldt dat ze ook niet mag worden hergebruikt.

    Als geografische informatie persoonsgegevens bevat, is hergebruik alleen mogelijk als dat in overeenstemming is met de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

Voorbeeld: geomarketing

Geomarketing is het onderverdelen van de doelgroep van een onderneming op basis van het gebied waar die doelgroep woont.

Bedrijven die betrokken zijn bij geomarketing, moeten rekening houden met de gevoeligheid van geolocatie gegevens bij de uitvoering van zakelijke praktijken en het bijbehorende privacybeleid.

Geolocatie gegevens combineren met gedetailleerde gebruikersprofielgegevens voor gerichte marketing inspanningen kan voor een bedrijf aanzienlijk het privacy risico verhogen, vooral wanneer de gebruiker niet specifiek heeft ingestemd met de praktijk.

  1. Gebruiksvoorwaarden

    De stuurgroep GDI-Vlaanderen kan toestemming geven voor het onvoorwaardelijke hergebruik van geografische informatie of kan voorwaarden opleggen. Hij heeft daarvoor vier categorieën van gebruiksvoorwaarden vastgelegd, namelijk:

    1. aansprakelijkheidsvoorwaarden en duur van het hergebruik;
    2. bronvermelding;
    3. technische voorwaarden;
    4. eventuele andere voorwaarden.

    De stuurgroep heeft bepaald dat er voor niet-commercieel hergebruik geen gebruiksvoorwaarden gelden. Alleen voor commercieel hergebruik kunnen er gebruiksvoorwaarden worden vastgelegd die onder een van de vier categorieën vallen.

    Als een deelnemer aan GDI-Vlaanderen een geografische gegevensbron en dienst wil toevoegen aan de GDI, moet hij een voorstel van gebruiksvoorwaarden voor het commerciële hergebruik doen dat onder een van de vier categorieën van gebruiksvoorwaarden valt.

    Zulke gebruiksvoorwaarden kunnen inhouden:

  • aansprakelijkheidsbepalingen;
  • bronvermeldingen;
  • duur van het hergebruiksrecht;
  • de mogelijke gronden voor opzegging van het hergebruik;
  • mogelijke technische voorwaarden (bijvoorbeeld het verplichte gebruik van de legende bij een ruimtelijk bestemmingsplan);
  • verplichte foutmeldingen;
  • bepalingen over de terbeschikkingstelling aan derden;
  • wederkerigheidsvoorwaarden;
  • andere mogelijke gebruiksvoorwaarden.

De stuurgroep GDI-Vlaanderen moet de gebruiksvoorwaarden bekrachtigen opdat ze van toepassing worden.

  1. Vergoedingsmodel

    De stuurgroep GDI-Vlaanderen heeft een vergoedingsmodel vastgelegd dat bestaat uit vier klassen:

    1. kosteloos: de geografische informatie wordt gratis ter beschikking gesteld voor hergebruik. Zoek- en raadpleegdiensten zijn altijd verplicht kosteloos (artikel 33, eerste lid, van het GDI-decreet);
    2. marginale verstrekkingskosten: de marginale kosten van reproductie en distributie worden gevraagd. Dat kan een forfaitair of een reëel bedrag zijn;
    3. kostengeoriënteerde verstrekkingskosten (alleen voor commercieel hergebruik): een hogere vergoeding dan de marginale verstrekkingskosten wordt aangerekend, waarbij het reële bedrag van de kosten moet worden aangetoond. Als bovengrens geldt dat alle kosten voor reproductie en distributie kunnen worden aangerekend;
    4. aanmaakkosten (alleen voor commercieel hergebruik): de kosten voor verzameling en productie, eventueel vermeerderd met een redelijk rendement op de gemaakte investeringen, worden aangerekend. Deze klasse is uitzonderlijk van toepassing en een deelnemer moet duidelijk aangeven waarom hij aanmaakkosten wil vragen voor hergebruik van zijn geografische data.

De vergoeding kan verschillende vormen aannemen, zoals een (forfaitaire) jaarlijkse vergoeding of een vergoeding naargelang de hoeveelheid gegevens die wordt verstrekt of het aantal keer dat bepaalde gegevens zijn opgevraagd. Binnen elke vergoedingsklasse kunnen er verschillende vergoedingswijzen van toepassing zijn, afhankelijk van de verstrekkingswijze of de duur van het hergebruiksrecht.

Voor niet-commercieel hergebruik, dat onder de regeling van openbaarheid van bestuur ressorteert, geldt de vergoedingsregeling voor publieke toegang (artikel 33 van het GDI-decreet). De zoek- en raadpleegdiensten zijn kosteloos. Het gebruik van de overdracht- en verwerkingsdiensten of het fysiek verstrekken van de informatie kan afhankelijk worden gemaakt van een vergoeding. Als een vergoeding wordt gevraagd, moet het bedrag vooraf vastgesteld worden op basis van een redelijke kostprijs. Personeelskosten mogen bijvoorbeeld niet aangerekend worden, wat een belangrijk onderscheid is tussen klasse B en C. Dat is het principe van marginale verstrekkingskosten (omzendbrief 2006/26 betreffende openbaarheid van bestuur). Alleen het bedrag dat gemoeid is met de feitelijke verstrekking van gegevens die voorhanden zijn, kan gevraagd worden, bijvoorbeeld de kosten voor de dvd waarop de informatie opgeslagen wordt, het maken van kopieën, eventuele extra kosten voor bewerkingen die nodig zijn om persoonsgegevens weg te halen.

Voor commercieel hergebruik kunnen hogere vergoedingen worden gevraagd (klasse C en D).

Klasse C houdt in dat er kostengeoriënteerde verstrekkingskosten worden gevraagd voor de verstrekking van geografische informatie. Alle kosten voor de reproductie en distributie, inclusief de daaraan verbonden personeelskosten, kunnen worden verrekend.

Klasse D houdt in dat de aanmaakkosten die verbonden zijn aan de verzameling en productie, verrekend kunnen worden. De gedane investeringen kunnen dan worden aangerekend, weliswaar proportioneel. Er kan ook een redelijk rendement op de gedane investeringen worden gevraagd. Dat geldt dan als bovengrens van het bedrag dat gevraagd kan worden. In deze klassen kunnen dus (in tegenstelling tot klasse C) de kosten van de totstandkoming van een geografische gegevensbron en dienst worden verrekend.

Deze klasse kan echter slechts uitzonderlijk worden toegepast. Een deelnemer moet duidelijk kunnen aantonen waarom aanmaakkosten worden gevraagd en hoe die worden berekend.

Een deelnemer aan GDI-Vlaanderen moet op het moment dat hij een geografische bron en dienst aan de GDI toevoegt, de volgende gegevens over de vergoeding voor het hergebruik meedelen:

  • de vergoedingsklasse die van toepassing is;
  • de berekeningswijze en de motivatie van de gevraagde vergoeding;
  • de vergoedingswijze.

De stuurgroep GDI-Vlaanderen moet de voorgestelde vergoeding bekrachtigen.

  1. Gebruik van licenties

    De deelnemer die beslist tot hergebruik van zijn geografische informatie, kan dat via een licentie faciliteren voor het commerciële hergebruik.

    Als met een licentie wordt gewerkt, moeten de volgende gegevens worden opgenomen:

  • de licentiegever:
    • de naam en het adres van de instantie;
    • het ondernemings- of btw-nummer als dat van toepassing is;
    • de persoon die ervoor bevoegd is om de licentie toe te kennen;
    • de persoon die optreedt als contactpersoon bij alle latere communicatie;
  • de licentienemer:
    • de naam en het adres;
    • het ondernemings- of btw-nummer als dat van toepassing is;
    • de bevoegde vertegenwoordiger van de rechtspersoon als dat van toepassing is;
  • het voorwerp van de licentie:
    • in de licentie zelf of eventueel in een bijlage bij de licentie;
    • een zo volledig en gedetailleerd mogelijke lijst;
    • bij voorkeur de vermelding van de datum van de opmaak van de bestuursdocumenten of van de laatste bijwerking;
    • de omschrijving van het gebruik dat mag worden gemaakt;

  • de plichten van de licentienemer (niet-limitatieve en indicatieve opsomming):
    • de mogelijke verplichting van toegevoegde waarde volgens het doel;
    • geen wijziging aan het product aanbrengen en de meest recente versie gebruiken;
    • bepaalde vermeldingen aanbrengen: logo, bronvermelding, copyrightvermelding, datum van de laatste update, vermelding dat het product wordt gebruikt met toestemming van de licentiegever;
    • de verplichting om de licentiegever op de hoogte te brengen van elke fout of onregelmatigheid in het product;
    • aan de licentiegever gratis toegang geven tot de resultaten van het hergebruik van het product;
    • de naleving van de bepalingen van de wet van 8 december 1992;
    • het verbod van overdracht, tenzij na voorafgaande en schriftelijke toestemming van de licentiegever;
    • de melding aan de licentiegever van de contactgegevens van alle personen die toegang hebben tot het product;
  • de verplichtingen van de licentiegever:
    • de leveringstermijnen of -vormen;
    • de licentienemer op de hoogte brengen van de stopzetting van de creatie van het product;
    • de vertrouwelijkheid van bepaalde informatie respecteren (bijvoorbeeld de meerwaarde van de gecreëerde informatieproducten of -diensten, informatie over verkoopprijzen);
  • de intellectuele eigendomsrechten:
    • hergebruik houdt geen overdracht van intellectuele eigendomsrechten in;
    • er zijn twee soorten intellectuele eigendomsrechten:
  1. intellectuele eigendomsrechten die bij de instantie berusten, namelijk de geografische gegevensbron en dienst;
  2. intellectuele eigendomsrechten die bij de licentienemer berusten: informatieproducten en -diensten, gecreëerd door de licentienemer;
  • de duur van de licentie:
    • bepaalde duur;
    • onbepaalde duur;
    • de duur kan worden vernieuwd of verlengd met wederzijdse toestemming van de partijen;
  • de prijs:
    • gratis;
    • vergoeding;
    • bedrag van de vergoeding vastleggen en de criteria voor de berekening omschrijven;
  • betaling:
    • met een factuur;
    • met een overschrijvingsformulier;
    • elektronische betaling;
  • beëindiging van de licentie:
    • als de termijn verstreken is: automatische beëindiging bij het verlopen van de termijn;
    • voortijdige beëindiging:
      • als de licentienemer de verplichtingen van de licentie niet naleeft;
      • als de geografische informatie voor andere doeleinden of op een andere wijze wordt hergebruikt;
      • als de licentienemer de overeengekomen vergoeding niet betaalt;
      • bij het einde van de productie van de geografische informatie;
  • overdracht van de licentie:
    • elke instantie beslist daarover autonoom;
    • als het niet toegestaan is: niet-exclusief en niet-overdraagbaar recht tot hergebruik;
    • als het wel toegestaan is: vermelding ervan;
  • onderaannemers:
    • de licentienemer moet ervoor zorgen dat de onderaannemer de verplichtingen van de licentie naleeft;
  • aansprakelijkheid:
    • het gaat om de contractuele aansprakelijkheid: het niet-nakomen van de verplichtingen die in de licentie zijn bepaald;
    • ook een bepaling waarin de overheidsinstantie, binnen de wettelijke grenzen, haar aansprakelijkheid uitsluit voor schade ten gevolge van het hergebruik;
  • toepasselijk recht en beroepsprocedure.

Er kan gebruik gemaakt worden van de modellicentie voor hergebruik van overheidsinformatie om de gebruiksvoorwaarden en vergoedingen vast te leggen in het kader van het hergebruik van geografische informatie (ministerieel besluit van 8 oktober 2007 met betrekking tot vastlegging van de modellicentie inzake hergebruik van overheidsinformatie).

  1. Vormen van vergoedingen

    Vergoedingen kunnen gebaseerd zijn op het werkelijke verbruik (aantal data in megabytes, km², aantal bevragingen) afhankelijk van de distributiewijze, of er kan gewerkt worden met een forfaitaire vergoeding.

    Daarnaast kunnen kortingen toegekend worden bij grootverbruik of abonnementen voor updates.

Mogelijk kunnen supplementen gevraagd worden bij publicaties.

  1. Fictieve voorbeelden ter illustratie van mogelijke gebruiksvoorwaarden en vergoedingen

    Een adressenbestand:

  • Een bedrijf wil regelmatig (bulk)hergebruik maken van straatnamen en huisnummers met hun adrespositie. Dat is een duidelijke vorm van commercieel hergebruik.

    Om de informatie via een overdrachtdienst op te vragen, zouden de volgende gebruiksvoorwaarden kunnen worden opgelegd:

    • verplichte bronvermelding;
    • aansprakelijkheidsbepaling.

Er zou ook een vergoeding kunnen worden gevraagd die hoger ligt dan de marginale verstrekkingskosten, waarbij bijvoorbeeld bijkomende kosten van investeringen in servers worden verrekend. Aangezien het om een dynamische gegevensbron gaat, zou een progressief vergoedingssysteem met dalende eenheidsprijs kunnen worden gehanteerd.

Jaarlijkse afrekening:

1 - 1000 opvragingen: X euro;

1001 - 10.000 opvragingen: 10X euro;

10.001 - 100.000 opvragingen: 100X euro;

> 100.000 opvragingen: 1000X euro.

  • Een burger of vereniging wil de adresgegevens van een bepaald gebied (her)gebruiken om een (alternatieve) fijnstofstudie of geluidsimpactstudie uit te voeren. De gegevens moeten dan in het kader van niet-commercieel hergebruik worden opgevraagd. Het gaat in principe om een eenmalige opvraging, waarvoor marginale verstrekkingskosten kunnen worden gevraagd. Naargelang de verstrekkingswijze (digitaal of fysieke drager) of distributie-eenheid kan het bedrag forfaitair worden bepaald. Er kunnen geen gebruiksvoorwaarden worden opgelegd. Wel wordt een aansprakelijkheidsbepaling getoond dat de informatie 'as is' wordt geleverd en dat ze niet met het oog op verder hergebruik is aangemaakt.

  • Een kmo verkoopt aan gemeenten een toepassing om adressen bij te houden op een uitsnede van het adressenbestand. Ze wil een afbeelding van het adressenbestand gebruiken voor reclamedoeleinden.

    Als gebruiksvoorwaarde kan een verplichte bronvermelding worden opgelegd.

    Als vergoedingssysteem kan een progressief tarief met dalende distributie-eenheidsprijs worden gehanteerd.

Bijvoorbeeld:

Een uitsnede per km² kost: X

Een uitsnede per 10 km² kost: 5X

Vlaanderen gebiedsdekkende kosten: 100X

Een digitaal hoogtemodel:

  • Een ontwerpbureau (ruimtelijke planning – landschapsarchitectuur) wil voor de aanleg van de kantooromgeving in een nieuw industriepark hergebruik maken van een hoogtemodel van de omgeving. Het betreft hier commercieel gebruik.

    Gebruiksvoorwaarden: aansprakelijkheidsbepaling: 'de verstrekkende instantie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor foutieve, ontbrekende of onregelmatige gegevens'.

De vergoeding is afhankelijk van het medium van de verstrekking en van de distributie-eenheid:

mediumdistributie-eenheidvergoedingfysieke drager cdprovincieforfaitair bedragdvdVlaanderen5 x cd-prijs – 15%digitale dragerFTPkm²progressief tarief met dalende distributie-eenheidsprijsWMSniet van toepassingkosteloos Een heemkundige maakt gebruik van een luchtfoto voor een lokale historische studie. Hij vraagt de informatie op in het kader van niet-commercieel hergebruik. Er kunnen geen gebruiksvoorwaarden worden opgelegd.

Als vergoeding kunnen alleen marginale verstrekkingskosten worden gevraagd, ongeacht het medium van de verstrekking.

Het toeristisch-recreatieve fietsknooppuntennetwerk:

Het recreatieve fietsroutenetwerk richt zich op de vrijetijdsfietser en leidt langs aangename routes, weg van het drukke autoverkeer. Het netwerk zoekt bij voorkeur het groen op, gaat door historische dorpskernen en verbindt monumenten en andere toeristische attractiepolen. Het netwerk bestaat uit genummerde fietsknooppunten die via signalisatie duidelijk zichtbaar zijn in het landschap. De gegevens worden via een raadpleegdienst verspreid zonder een vergoeding te vragen voor het hergebruik ervan.

  • Een bedrijf is erin geïnteresseerd om die fietsroute-informatie van de overheid te integreren in de multimodale routeplanner die het aanbiedt. Het bedrijf is niet alleen geïnteresseerd in de fietstrajecten op zich, maar ziet ook een meerwaarde in de ontsluiting van het specifieke knooppuntensysteem.

    Dat is een vorm van commercieel hergebruik waarbij verschillende gebruiksvoorwaarden worden opgelegd.

    Er wordt gebruik gemaakt van een licentie waarin de volgende gebruiksvoorwaarden zijn opgenomen:

    • de eigenheid van het product moet worden gerespecteerd, en de genummerde knooppunten en segmenten moeten worden afgebeeld;
    • het meerwaardeproduct moet informatie bevatten over de verkooppunten van de provinciale papieren netwerkkaarten, de toeristische websites van de regio en het meldpunt voor problemen met de route en de bewegwijzering;
    • het analoge reproductierecht is beperkt tot afbeeldingen van individuele themalussen. Drukwerk waarbij het volledige netwerk van een bepaalde regio wordt afgebeeld, is niet toegestaan;
    • de hergebruiker is verplicht om meldingen van foutieve, ontbrekende of onregelmatige gegevens in te winnen en te bezorgen aan Toerisme Vlaanderen;
    • afhankelijk van het type hergebruik is een jaarlijkse of driemaandelijkse update van het meerwaardeproduct verplicht;
    • de duur van de licentie is in principe voor één jaar, maar wordt automatisch verlengd als geen van beide partijen de licentie heeft opgezegd.

  • Een vzw vraagt de fietsroute-informatie uit het fietsroutenetwerk van de provincie Limburg op. Ze wil die informatie verrijken met streekgebonden culturele en historische informatie over plaatsen waarlangs het fietsroutenetwerk loopt. Dat is een vorm van niet-commercieel hergebruik. Er kunnen geen verdere gebruiksvoorwaarden worden opgelegd.

Middenschalige weginformatie:

  • Een onderneming biedt via een website of via gps-systemen wegenkaarten aan die verrijkt zijn met informatie zoals de aanwezigheid van benzinestations, hotels en restaurants. Als gebruiksvoorwaarde wordt een verplichte bronvermelding opgelegd.

Deel 5: toevoegen van geografische gegevensbronnen en geografische diensten aan de GDI

  1. Toepassingsgebied

    De deelnemers aan GDI-Vlaanderen moeten hun geografische gegevensbronnen, geografische diensten en metagegevens die ze beheren, toevoegen aan de GDI overeenkomstig de richtlijnen die zijn vastgesteld door de stuurgroep GDI-Vlaanderen (artikel 13, §1, van het GDI-decreet). (Zie bijlage 1: formulier toevoegen van een geografische gegevensbron of geografische dienst aan de GDI).

    De stuurgroep GDI-Vlaanderen heeft daarvoor de richtlijnen inzake toevoegingen aan de GDI vastgelegd.

  2. Richtlijnen inzake toevoegingen aan de GDI

    De deelnemer die een geografische gegevensbron of geografische dienst toevoegt aan de GDI, maakt de volgende gegevens kenbaar aan het AGIV:

  • de eigenaar;
  • de beheerder;
  • de verstrekker;
  • een omschrijving;
  • de wijze van verstrekking (formaat, raadpleegdienst, overdrachtdienst);
  • de plaats van verstrekking (fysieke verstrekking, URL);
  • het meldpunt voor foutmeldingen;
  • de verwijzing naar de metagegevens.

Een wijziging van een van die elementen moet door de deelnemer aan het AGIV gemeld worden.

Er gelden een aantal specifieke informatieplichten inzake de toegang en het gebruik, alsook de publieke toegang tot de geografische gegevensbron en geografische dienst. Een deelnemer moet daarvoor de volgende elementen kenbaar maken aan het AGIV:

  • de bronvermelding (bij het gebruik voor de vervulling van taken van algemeen belang), zoals bepaald in artikel 4, punt 6, van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010;
  • een eventueel voorstel voor verplichte registratie (bij het gebruik voor de vervulling van taken van algemeen belang), zoals bepaald in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010, en de motieven daarvoor;
  • eventuele voorstellen voor bijkomende voorwaarden van beperkte en technische draagwijdte voor de kennisgeving (bij het gebruik voor de vervulling van taken van algemeen belang), zoals bepaald in artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010;
  • eventuele suggesties voor de beperking van de toegang (voor de vervulling van taken van algemeen belang), zoals bepaald in artikel 18 van het GDI-decreet;
  • eventuele voorstellen van vergoeding en berekeningswijze voor de toegang en het gebruik door instanties die geen deelnemer aan GDI-Vlaanderen zijn, zoals bepaald in artikel 19, §2, van het GDI-decreet;
  • eventuele beperkingen van de publieke toegang en de motieven daarvoor, zoals bepaald in artikel 31, §4, van het GDI-decreet;
  • eventuele voorstellen van vergoeding voor publieke toegang, zoals bepaald in artikel 33 van het GDI-decreet.

Een wijziging van een van die elementen moet door de deelnemer aan het AGIV gemeld worden.

Daarnaast gelden er een aantal specifieke informatieplichten voor het (mogelijke) hergebruik van de geografische gegevensbron en de geografische dienst.

Een deelnemer die een geografische gegevensbron en een geografische dienst voor hergebruik ter beschikking stelt, moet de volgende elementen kenbaar maken aan het AGIV:

  1. voorstel van gebruiksvoorwaarden, zoals:
  • aansprakelijkheidsbepalingen;
  • de duur van het hergebruiksrecht;
  • de mogelijke opzegging van het hergebruik;
  • verplichte bronvermelding;
  • verplichte foutmeldingen;
  • bepalingen over terbeschikkingstelling aan derden;
  • wederkerigheidsvoorwaarden;
  • andere mogelijke gebruiksvoorwaarden;

  1. als een vergoeding wordt gevraagd:
  • de vergoedingsklasse die van toepassing is (A-B-C-D);
  • de berekeningswijze en motivatie (klasse C en D);
  • de vergoedingswijze;

  1. als het geografische gegevens betreft:
  • de leveringstijd;
  • de onderhoudsfrequentie;

  1. als het geografische diensten betreft:
  • de leveringstijd;
  • de beschikbaarheid (de waarschijnlijkheid dat de netwerkdienst beschikbaar is);
  • de responstijd;
  • de capaciteitsbeperkingen.

Een wijziging van een van die elementen moet door de deelnemer aan het AGIV gemeld worden.

  1. Kwaliteitsverzekering

    Een deelnemer aan GDI-Vlaanderen is ertoe gehouden om de kwaliteit van de toegevoegde geografische gegevensbron te verzekeren en de verstrekking ervan te garanderen, zolang hij de publieke taak uitoefent die heeft geleid tot de aanmaak en het beheer van de geografische gegevensbron en dienst. Als een deelnemer die publieke taak niet meer uitoefent, laat hij dat weten aan het AGIV.

    Een deelnemer verbindt zich ertoe om wijzigingen van de toegevoegde geografische gegevensbron onmiddellijk door te voeren in de GDI, alsook de metagegevens – indien nodig – aan te passen.

    Een deelnemer verbindt zich verder ertoe om foutmeldingen binnen een redelijke termijn te onderzoeken. In voorkomend geval moet hij maatregelen treffen en het resultaat van het onderzoek en eventuele maatregelen kenbaar maken aan degene die de foutmelding heeft gesignaleerd.

  2. Verwijdering

    Als er gegronde redenen zijn voor een verwijdering uit de GDI (bijvoorbeeld als het beheer niet langer verzekerd is doordat de publieke taak niet langer wordt uitgeoefend), meldt de deelnemer dat aan het AGIV.

  3. E-commercedienst

    Het Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen (AGIV) heeft een bestaande distributiedienst (die in de toekomst opgefrist zal worden tot een e-commercedienst) om de bestelling, betaling en eventueel ook de opvolging van de levering van geografische gegevensbronnen en diensten op een veilige wijze af te handelen via het internet. Ook de bestelling van geografische gegevensbronnen en diensten waarvoor geen vergoedingen verschuldigd zijn, kan daarmee worden afgehandeld.

    Elke deelnemer aan GDI-Vlaanderen kan zelf zijn geografische gegevensbronnen blijven aanbieden (decentrale benadering). Daarnaast wordt via AGIV een centraal loket opgezet (centrale benadering). Zodoende heeft een gebruiker altijd de keuze (als de data zowel door AGIV als door een deelnemer wordt aangeboden) via welk kanaal hij de geografische gegevensbronnen wil opvragen.

Voorbeelden:

  1. Een instantie uit Nederland (niet-deelnemer) vraagt drie geografische gegevensbronnen op. De eerste wordt beheerd door deelnemer X, de tweede door deelnemer Y en de derde door deelnemer Z. AGIV kan toegang verschaffen tot de netwerkdiensten van de verschillende beheerders als die de toegang tot hun data via AGIV laten verlopen.
  2. Een firma wil drie geografische gegevensbronnen opvragen voor hergebruik. Die data zijn allemaal toegevoegd aan de GDI. Voor twee datasets moet een vergoeding worden betaald, de derde is kosteloos. Via AGIV kunnen de aanvraag, het licentiebeheer en de betaling van de vergoedingen centraal worden afgehandeld.

    Op die manier hoeft de hergebruiker niet bij drie verschillende instanties aan te kloppen voor de data.

De centrale verwerking van aanvragen (van deelnemers, andere instanties en het publiek) biedt vereenvoudiging voor zowel de aanbieders als de gebruikers van geografische gegevensbronnen en diensten, wat leidt tot schaalvoordelen en kostenefficiëntie.

Het gebruik door een deelnemer aan GDI-Vlaanderen van de centrale e-commercedienst, vermeld in artikel 34, §1, van het GDI-decreet, wordt afhankelijk gemaakt van een bijdrage van de deelnemer.

In de bijdrage die het AGIV vraagt , worden minstens de volgende elementen in rekening gebracht:

1° ontwikkelingskosten;

2° beheerskosten.

De bijdrage is onafhankelijk van het aantal geografische gegevensbronnen en geografische diensten die via de e-commercedienst ter beschikking worden gesteld.

  1. Open standaard

    Om de geografische gegevensbronnen en geografische diensten te ontsluiten, moet zoveel mogelijk via open standaarden worden gewerkt. Een open standaard is afhankelijk van het formaat waarin de gegevens worden ontsloten.

    Zo is de Geography Markup Language (GML) een model van open standaard net zoals Web Map Services (WMS) en Web Feature Services (WFS).

    Een Shapefile daarentegen is een uitwisselingsformaat dat niet beantwoordt aan een open standaard vereiste.

Bijlage 1: formulier toevoegen van een geografische gegevensbron of geografische dienst aan de GDI

Formulier

Toevoegen van een geografische gegevensbron of geografische dienst aan de GDI

  1. Aanvrager

  2. Naam (instelling, voluit)

  3. Straatnaam + Huisnummer
  4. Postcode + gemeente
  5. Contactpersoon
  6. Vertegenwoordigt aanvrager bij de opvolging van de aanvraag tot toevoegen aan de GDI.

    1. Naam contactpersoon

    2. E-mail contactpersoon
    3. Telefoonnr contactpersoon

  7. Gegevensbron

    Bron van gegevens gebruikt voor aanmaak product(en), of gehanteerd door dienst(en)

  8. Naam/Titel gegevensbron

  9. Korte benaming gegevensbron (opt)
  10. Omschrijving/defintie gegevensbron
  11. URL/verwijzing naar metadata gegevensbron (opt)
  12. Beheerder gegevensbron
  13. Eigenaar(s) gegevensbron
  14. Dataset-reeks
  15. Titel van productspecificaties of dataset-reeks waartoe de gegevensbron behoort.

     

    Geen: "nvt"
  16. Foutmeldingsprocedure

  17. Wijze waarop gebruikers vastgestelde (vermeende) fouten in de gegevens kunnen melden

  18. Naam/titel product/dienst

  19. Omschrijving/definitie

  20. URL Metadata
  21. Verdeler/aanbieder (instelling)
  22. Distributiewijze (gecodeerde waarde 1-8)
    1. Bulk overdracht geografische (en bijhorende niet-geografische) bestanden
    2. Bulk overdracht van niet-geografische bestanden (pdf,…)
    3. Synchrone cartografische raadpleegdienst (WMS, WMTS,…)
    4. Synchrone overdrachtdienst (WFS,…)
    5. Niet-OGC alfanumerieke, synchrone raadpleegdienst
    6. Internetapplicatie waarmee informatie uit gegevensbron interactief kan geraadpleegd worden
    7. Databank-synchronisatie
    8. Databank-connectie
  23. Distributiekanaal

     

    URL van distributiekanaal, download-webpagina, service, applicatie,…
  24. Aanvraagprocedure

  25. Omschrijving van de wijze waarop aanvraag tot verstrekking of toegang tot distributiekanaal moet gedaan worden, met inbegrip van eventuele registratieverplichting voor deelnemers tbv verstrekking.

    Bvb: "Download-URL met registratieverplichting en aanvraag van credentials" Registratie wordt voorzien omwille van performantieredenen.

    Uitspraak nav overleg met stuurgroep GDI-Vlaanderen, tav eventuele registratieverplichting:

  26. Regelingen toegang en gebruik (excl hergebruik)

  27. Gevoelige informatie (ja/neen)

     

    Bevat de gegevensbron en/of de afgeleide producten/diensten, gevoelige informatie (informatie die risico's inhoudt t.a.v. privacy, bescherming persoonsgegevens, openbare veiligheid, defensie, (inter)nationale betrekkingen, rechtspleging,…), zodat de toegang tot/gebruik van de informatie door instanties (deelnemers of niet-deelnemers GDI-Vlaanderen) bij gebruik voor het uitvoeren van taken van algemeen belang, moet beperkt worden? (Cfr Art 18 GDI-decreet)

    Indien ja:

    Voorstel tot beperking(en) op de toegang tot productinformatie/dienst bij gebruik door een instantie voor het uitvoeren van taken van algemeen belang.

    Geef voor elk product/dienst voorgestelde beperkingen op.

    Uitspraak stuurgroep GDI-Vlaanderen:

  28. (Eventuele) redenen tot weigering van toegang tot de productinformatie/dienst voor het publiek (Art 31 GDI-decreet)

  29. Indien geen weigering: noteer "nvt"

  30. Door gebruikers te hanteren bronvermelding

    Geef op in welke gevallen, welke bronvermelding moet gehanteerd worden.

    Bvb: "Geen bronvermelding vereist", "Vereiste bronvermelding: Bron: GDI-Vlaanderen"

  31. Voorstel van technische voorschriften toe te passen bij kennisgeving van de informatie door een instantie, deelnemer of niet-deelnemer GDI-Vlaanderen, bij het uitvoeren van taken van algemeen belang (Art 5 van BVR Toegang tot en gebruik van GDI door deelnemers, en Art 5 van BVR Toegang tot en gebruik van GDI door instanties, niet-deelnemers).

    Geef op in welke gevallen welke technische voorschriften/voorwaarden moeten toegepast worden.

     

    Bvb: Niet van toepassing

    Uitspraak stuurgroep GDI-Vlaanderen:

  32. Vergoedingen (excl hergebruik)

  33. Voorstel van vergoeding aan te rekenen aan instanties die geen deelnemer zijn aan GDI-Vlaanderen, voor het gebruik bij het uitvoeren van taken van algemeen belang, en de berekeningswijze ervan.

    Geef voor elk product/dienst de voorgestelde vergoeding en de berekeningswijze op.

    Uitspraak stuurgroep GDI-Vlaanderen:

  34. Voorstel van vergoeding voor de toegang tot overdrachts- en verwerkingsdiensten voor het publiek, voor gebruik in het kader van het decreet Openbaarheid van Bestuur.

    Er kunnen hoogstens marginale verstrekkingkosten worden aangerekend.

    Uitspraak stuurgroep GDI-Vlaanderen:

  35. Hergebruik

  36. Hergebruik toegestaan (ja/neen/(nog) niet beslist)

  37. Verwijzing naar regeling(en) hergebruik

  38. Handtekening aanvrager

    Naam, functie, datum, handtekening

    …………….(datum)

    Bijlage 2: boomstructuur toegang en gebruik/hergebruik van geografische informatie

     

    Kris Peeters Minister-president van de Vlaamse Regering