Titel: De Brusselse Instellingen : artikel 60 tot en met 67, art 76, art 81 en art 83 van de Bijzondere wet van 12 januari 1989
Aard document: Bijzondere Wet
Datum document: 12/01/1989
Datum publicatie BS: 14/01/1989
Download Worddocument

UITTREKSELS UIT DE BIJZONDERE WET VAN 12.01.89 MET BETREKKING TOT DE BRUSSELSE INSTELLINGEN (B.S. 14.01.89): ART. 60 t/m 67, ART. 76, ART. 81 en ART. 83

gewijzigd door de bijzondere wet van 9 mei 1989 (B.S. 12.05.1989), door de bijzondere wet van 5 mei 1993 (B.S. 08.05.1993), door de bijzondere wet van 16 juli 1993 (B.S. 20.07.1993)en door de bijzondere wet van 13 juli 2001 (B.S. 03.08.2001)

 

Art. 60. Er zijn drie instellingen met rechtspersoonlijkheid voor de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld bij artikelen 59bis, §4bis, tweede lid (zie art.135 Gecoörd. G.W.), en 108ter, §3, van de Grondwet (zie art. 136 en art. 166, derde lid Gecoörd. G.W.).

De instelling die bevoegd is voor de aangelegenheden van de Vlaamse Gemeenschap van Brussel-Hoofdstad, hierna "de Vlaamse Gemeenschapscommissie" genoemd, heeft als orgaan de Nederlandse taalgroep van de Raad van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en een college bestaande uit [de leden van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en de gewestelijke staatssecretarissen die tot de Nederlandse taalgroep behoren (verv. Bijz. W. 16 juli 1993, art. 77, I: 30 juli 1993)].

De instelling die bevoegd is voor de aangelegenheden van de Franse Gemeenschap van Brussel-Hoofdstad, hierna "de Franse Gemeenschapscommissie" genoemd, heeft als organen de Franse taalgroep van de Raad van het Brusselse Hoofdstedelijk gewest en een college bestaande uit [de leden van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en de gewestelijke staatssecretarissen die tot de Franse taalgroep behoren (verv. Bijz. W. 16 juli 1993, art. 77, I: 30 juli 1993)].

De instelling die bevoegd is voor de gemeenschapsaangelegenheden gemeen aan beide Gemeenschappen van Brussel-Hoofdstad, hierna "de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie" genoemd, heeft als organen een verenigde vergadering bestaande uit de leden van de taalgroepen bedoeld bij het tweede en het derde lid en een verenigd college bestaande [uit de leden van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering (verv. Bijz. W. 16 juli 1993, art. 77, I: 30 juli 1993)].

[Voor de bevoegdheden die de Vlaamse Gemeenschapscommissie alleen uitoefent omvat de in het tweede lid bedoelde taalgroep bovendien vijf leden die overeenkomstig artikel 60bis worden verkozen.

Binnen de beperkingen van artikel 25 en onverminderd artikel 83, bepaalt de Vergadering van de Vlaamse Gemeenschapscommissie het bedrag van de aan deze vijf leden toegekende vergoeding, alsook hun pensioenstelsel en de terugbetaling van hun verplaatsingskosten.

De lasten die voortvloeien uit de toepassing van het vijfde en het zesde lid worden gefinancierd middels de begroting van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. (ing. Bijz. W. 13 juli 2001, art. 37, I: de eerste volledige hernieuwing van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad na 13 juli 2001)]

[Art. 60bis. Voor de aanwijzing van de leden bedoeld in artikel 60, vijfde lid, wijst het gewestbureau bedoeld in artikel 20, § 2, de zetels toe aan de lijsten die tot de Nederlandse taalgroep behoren en voor de verkiezing van de Raad zijn voorgedragen. Deze toewijzing wordt bepaald door de rangschikking van de quotiënten die worden verkregen wanneer het totale kiescijfer dat elke lijst in elk kiesdistrict voor de Vlaamse Raad heeft gehaald, achtereenvolgens door 1, 2, 3, 4, 5, enz. wordt gedeeld.

Een lijst die tot de Nederlandse taalgroep behoort en voor de verkiezing van de Raad voorgedragen wordt, krijgt de quotiënten behaald door de lijst met hetzelfde letterwoord bij de rechtstreekse verkiezing van de leden van de Vlaamse Raad.

De quotiënten die zijn behaald door een lijst voorgedragen voor de rechtstreekse verkiezing van de leden van de Vlaamse Raad, worden toegekend aan een lijst met een verschillend letterwoord die tot de Nederlandse taalgroep behoort en die voor de verkiezing van de Raad is voorgedragen, wanneer beide in die zin een verklaring hebben afgelegd bij het voordragen van hun lijst.

Ingeval lijsten met elkaar verbonden worden ter uitvoering van artikel 16bis, krijgen de betrokken lijsten de som van de quotiënten behaald door de andere lijsten die hetzelfde of een overeenkomstig letterwoord hebben in overeenstemming met het vorige lid en die voor de rechtstreekse verkiezing van de leden van de Vlaamse Raad zijn voorgedragen.

Op elke lijst worden de leden overeenkomstig artikel 172 van het Kieswetboek aangewezen onder de kandidaten die niet voor de Raad zijn verkozen. (ing. Bijz. W. 13 juli 2001, art. 38, I: de eerste volledige hernieuwing van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad na 13 juli 2001)]

Art. 61. De gemeenschapsaangelegenheden bedoeld in artikel 108ter, §3, eerste lid, van de Grondwet (zie art. 136 Gecoörd. G.W.) zijn die welke opgedragen zijn of zullen worden aan de Vlaamse Gemeenschap en aan de Franse Gemeenschap.

Art. 62. De ordonnanties, verordeningen en besluiten genomen op grond van de artikelen 59bis, §4bis, tweede lid (zie art.135 Gecoörd. G.W.), en 108ter, §3, van de Grondwet (zie art. 136 en art. 166, derde lid Gecoörd. G.W.), zijn van toepassing op het grondgebied bedoeld bij artikel 2, §1, van deze wet.

Art. 63. Onverminderd de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschap, oefenen het verenigd college en de verenigde vergadering de bevoegdheden uit bedoeld in de artikelen 5, 6bis, 8 tot 16 [§§ 1 en 2 (ing. Bijz. W. 5 mei 1993, art. 5, I: 18 mei 1993 )], 79 §§ 1 en 3, 92bis en 92ter, van de bijzondere wet.

Een specifiek toezicht kan worden ingesteld door een ordonnantie van de verenigde vergadering, overeenkomstig artikel 7, eerste lid, b, van de bijzondere wet.

   bijzondere wet 8 augustus 1980 :

   Art.7. Tot de bevoegdheid van de Gewesten behoren, de organisatie alsook de uitoefening van het administratief toezicht op de provincies, de gemeenten en de agglomeraties en federaties van gemeenten :

   ...

   b) voor de andere handelingen, met uitzondering van die welke betrekking hebben op de aangelegenheden waarvoor de nationale overheid of de Gemeenschapsoverheid bevoegd is en waarvoor bij de wet of het decreet een specifiek toezicht is georganiseerd.

pagebreakArt. 64. §1. Elke gemeenschapscommissie oefent dezelfde bevoegdheden uit als de andere inrichtende machten in de aangelegenheden bedoeld in artikel 61 van deze wet.

Zij hebben in het bijzonder elk tot taak :

1°  een programmering uit te werken en uit te voeren van de infrastructuur met betrekking tot deze aangelegenheden ;

2°  de nodige instellingen op te richten, ze te beheren en subsidies te verlenen onder de voorwaarden die bepaald zijn met name door de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van de wetgeving met betrekking tot het kleuter-, lager, secundair, normaal, technisch en kunstonderwijs ;

3°  aan de betrokken overheid aanbevelingen alsook adviezen te richten, zowel op eigen initiatief als op verzoek van die overheid ;

4°  initiatieven te nemen en aan te moedigen inzake culturele en persoonsgebonden aangelegenheden.

§2. De verenigde vergadering en het verenigd college oefenen de bevoegdheden uit bedoeld in §1, wanneer het gaat om zaken van gemeenschappelijk belang.

§3. De colleges en het verenigd college voeren door middel van besluiten de verordeningen uit, genomen door respectievelijk de taalgroepen en de verenigde vergadering.

Art. 65. Elke gemeenschapscommissie kan de verordeningsbevoegdheden uitoefenen die haar zijn overgedragen respectievelijk door de Vlaamse Raad en de Franse Gemeenschapsraad.

Elk college voert door middel van besluiten de verordeningen uit genomen met toepassing van het eerste lid.

Art. 66. Het college treft de individuele maatregelen en de uitvoeringsmaatregelen die hem zijn overgedragen, respectievelijk door de Vlaamse Raad of de Franse Gemeenschapsraad, na eensluidend advies van de betrokken taalgroep over het principe van de delegatie en de overdracht van correlatieve financieringsmiddelen.

pagebreakArt. 67. De organen bedoeld in artikel 60 van deze wet kunnen politiestraffen stellen op overtreding van verordeningen en besluiten genomen met toepassing [van de artikelen 64 en 65 (verv. Bijz. W. 16 juli 1993, art. 78, I: 30 juli 1993)] van deze wet.

Een afschrift van die verordeningen en besluiten wordt binnen vijf dagen aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel en aan de politierechtbanken van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest medegedeeld.

Art. 76. Een Brussels lid van de Vlaamse Regering en een Brussels lid van de Franse Gemeenschapsregering die door hun respectieve Regering zijn aangewezen, wonen met raadgevende stem de vergadering bij van respectievelijk het college van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en het college van de Franse Gemeenschapscommissie.

Zij wonen beiden, onder dezelfde voorwaarden, de vergaderingen bij van het verenigd college.

Art. 81. Voor de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in artikel 64, §1, en artikel 65 kunnen de colleges al naargelang het geval gemachtigd worden door de Vlaamse Regering of de Regering van de Franse Gemeenschap om tot onteigening over te gaan ten algemene nutte.

Voor de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in artikel 64, §2, van deze wet met betrekking tot de culturele aangelegenheden kan het verenigd college door de Koning gemachtigd worden om tot onteigening over te gaan ten algemene nutte.

De overeenkomsten inzake afstand in der minne, de kwijtingen en andere handelingen in verband met het verkrijgen van onroerende goederen, kunnen zonder kosten worden gesloten door toedoen van het lid van het college of het verenigd college, aangesteld met dit doel.

Art. 83. Elke Gemeenschap organiseert bij decreet het toezicht dat zij uitoefent over elke gemeenschapscommissie in de aangelegenheden vermeld in artikel 64, §1.