Titel: Orde van voorrang van de leden van de Vlaamse Regering, Artikel 60 van de bijzondere wet op de hervormingen der instellingen
Aard document: Bijzondere Wet
Datum document: 08/08/1980
Datum publicatie BS: 15/08/1980
Download Worddocument

Artikel 60 van de bijzondere wet op de hervormingen der instellingen



Art. 60. §1. De kandidaten voor de Regering die voorgedragen zijn op een zelfde lijst ondertekend door de volstrekte meerderheid van de leden van de Raad, zijn verkozen.

Voor de verkiezing van de leden van de Vlaamse Regering en de Franse Gemeenschapsregering moet de in het eerste lid bedoelde lijst tenminste één lid omvatten dat tot het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad behoort.

§2. Indien op de dag van de verkiezing geen enkele lijst aan de voorzitter van de Raad wordt overhandigd die ondertekend is door de volstrekte meerderheid van de leden van de Raad, wordt overgegaan tot afzonderlijke verkiezingen van de leden van de Regering overeenkomstig §3 van dit artikel.

§3. De voordrachten van kandidaturen voor de Regering moeten worden ondertekend door tenminste vijf leden van de Raad. Dezen mogen slechts één enkele voordracht voor elk mandaat ondertekenen.

De verkiezing gebeurt bij geheime stemming en bij de volstrekte meerderheid van de leden van de Raad in zoveel afzonderlijke stembeurten als er te verkiezen leden zijn.

Indien bij een verkiezing geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid heeft behaald in de eerste stembeurt, wordt er opnieuw gestemd om de twee kandidaten die het grootste aantal stemmen hebben verkregen te rangschikken, na eventuele verzaking van een gunstiger gerangschikte kandidaat.

Bij staking van stemmen is de jongste kandidaat gekozen.

pagebreak§4. Elke Regering duidt in haar midden een voorzitter aan.

Indien geen consensus tot stand komt, wordt de voorzitter gekozen bij geheime stemming en bij volstrekte meerderheid van de leden van de Regering.

De aanwijzing van de voorzitter wordt bekrachtigd door de Koning, in wiens handen hij de eed aflegt.

§5. De orde van verkiezing bepaalt de orde van voorrang van de leden van de Regering. Bij de toepassing van §1 wordt die orde bepaald door de orde van voordracht van de kandidaten.